2013

25 april 2013:      Promotie Jack Beck

Promotie Jack Beck

Urologen moeten vragen naar seksueel misbruik

Slachtoffers van seksueel misbruik mijden dikwijls gynaecologisch onderzoek, maar gaan wel naar een uroloog, ontdekte  Leids promovendus Jack Beck. Kennis van misbruik zorgt voor betere diagnose en behandeling. ‘Urologen zouden standaard naar misbruik moeten vragen.' Promotie 25 april 2013. 

Flash back van misbruik

Uit diverse Nederlandse en buitenlandse studies blijkt dat slachtoffers van seksueel misbruik dikwijls niet naar een gynaecoloog durven gaan omdat ze geen inwendig onderzoek willen. Beck vroeg zich af in hoeverre zij ook urologen mijden. De promovendus werkte als uroloog in opleiding in het LUMC toen een patiënt tijdens een lichamelijk onderzoek een flash back kreeg van misbruik in het verleden. Beck: ‘De patiënt reageerde erg emotioneel en dat maakte veel indruk op mij. Ik heb daarna onderzocht wat er bekend was over urologische patiëntenen en seksueel misbruik en ik vond weinig Nederlandse en Engelstalige studies. Dat was voor mij een reden om het verder te onderzoeken.’ 

Misbruik in kinder- of tienerjaren

Beck peilde de ervaringen van 845 volwassen patiënten. Van de mannen had 2 procent een verleden met seksueel misbruik, onder de vrouwen was dit 13 procent. Bij de overgrote meerderheid vond het misbruik plaats in hun kinder- of tienerjaren. Hij liet ook vragenlijsten invullen door ruim 180 urologen. Gemiddeld schatten zij in dat 10 procent of minder van hun patiënten deze voorgeschiedenis heeft. Beck was benieuwd of urologen standaard aan hun patiënt vragen of er sprake is van negatieve seksuele ervaringen. Bijna 70 procent van de urologen zegt deze vraag te stellen. Maar vermoedelijk komt dit cijfer niet overeen met de praktijk: hij vroeg ook aan 32 patiënten met een dergelijk verleden of hun uroloog die vraag had gesteld en dit bleek bij slechts 1 van de 32 het geval te zijn.

Minder belastend

De promovendus denkt niet dat deze vraag uit ongemak achterwege blijft. ‘Ik denk dat veel urologen de vraag wel willen stellen, maar dat dit door tijdgebrek lang niet altijd gebeurt.’ Maar zitten patiënten te wachten op dit soort pijnlijke vragen? Ook dat onderzocht Beck met een duidelijke uitkomst: ruim 70 procent van de slachtoffers vindt het goed als hun uroloog deze vraag stelt. Beck vermoedt dat het lichamelijk onderzoek voor hen minder belastend wordt als de uroloog weet van het misbruik en hier rekening mee kan houden, bijvoorbeeld door een arts van hetzelfde geslacht als de patiënt aan te bieden.

Meervoudige bekkenbodemklachten

Beck onderzocht ook in hoeverre seksueel misbruik van invloed is op de aard en ernst van plasklachten. Er blijkt een duidelijk verband. Bij de door hem onderzochte academische bekkenbodem centra, die vooral de ernstiger en meervoudige bekkenbodemklachten behandelen, meldt 23 procent van het aantal patiënten seksueel misbruik. Zij hebben niet alleen blaasklachten, maar bijvoorbeeld ook een moeilijke stoelgang en pijn bij het vrijen. Op de polikliniek urologie van algemene ziekenhuizen, die meestal de eenvoudiger problemen behandelen, meldt 13 procent van de patiënten negatieve ervaringen met seksueel misbruik.

Psychologische begleiding

Beck stelt: ‘Kennis van seksueel misbruik helpt urologen een scherpere diagnose te stellen en kan vooral nuttig zijn bij blaasklachten waarvan de oorzaak niet gevonden is. Slachtoffers van seksueel misbruik hebben vaak last van verkrampte bekkenbodemspieren die voor allerlei klachten zorgen. Ik hoop dat mijn onderzoek urologen aanmoedigt om deze belangrijke vraag nog vaker te stellen. Het is relevante informatie voor het kiezen van de beste behandeling. Deze patienten hebben niet alleen eventuele medicatie en bekkenfysiotherapie nodig, maar soms ook een passende psychologische begleiding.’

J.J.H. Beck - Sexual abuse evaluation in urological practice
Promotor:     Prof. dr. R.C.M. Pelger
Copromotor: Dr. H.W. Elzevier

Jack Beck proefschrift