Artrose (gewrichtsslijtage)

Uw diagnose

Artrose is het dunner worden van het kraakbeen in een gewricht. Een gewricht is een verbinding tussen twee botuiteinden. Een voorbeeld hiervan is het kniegewricht, waarbij het uiteinde van het bovenbeen (femur) samenkomt met het uiteinde van het scheenbeen (tibia). Het kraakbeen zorgt ervoor dat de uiteinden soepel kunnen bewegen ten opzichte van elkaar. Bij artrose wordt het kraakbeen dunner, zachter en onregelmatiger, hier kan men klachten van krijgen. De gewrichtsklachten die bij artrose kunnen ontstaan zijn pijn, stijfheid en zwelling. 

Artrose ontstaat door een verandering van de samenstelling van het kraakbeen. Deze verandering is blijvend. De oorzaak hiervan is niet precies bekend. Wel weten we dat het vaker voor lijkt te komen bij mensen vanaf 45 jaar, mensen met overgewicht, langdurige zware belasting van een gewricht en ten gevolge van kraakbeenschade bijvoorbeeld na een ongeval. 

Artrose komt vooral voor in de heupen, knieën en in de handen. Echter, artrose kan ook in andere gewrichten optreden zoals de schouder, rug en enkel. 

De klachten kunnen meestal behandeld worden zonder dat een operatie noodzakelijk is. Bij een operatie moet men denken aan een gewrichtsprothese, bijvoorbeeld een heupprothese bij artrose van de heup. De zogenaamde conservatieve behandeling (niet-chirurgische behandeling) bestaat onder andere uit:

  • Het versterken van de spieren rondom het gewricht eventueel onder begeleiding van een fysiotherapeut
  • Het soepel houden van de gewrichten door in beweging te blijven, bijvoorbeeld door meer te fietsen of te zwemmen in plaats van lange wandelingen te maken
  • Pijnstilling, middels tabletten en bij zeer hardnekkige klachten eventueel in combinatie met een injectie in het gewricht
  • Zware belasting van het gewricht te vermijden; door bijvoorbeeld niet meer intensief te hardlopen maar meer te fietsen, maar ook door in sommige gevallen lichaamsgewicht te proberen te verliezen