Gerardus Bontius

Gerardus Bontius (ook: Geraert de Bondt, Gerardus de Bont) geboren te Rijswijk (Gelderland) in 1536 en overleden op 15 September 1599 te Leiden, was de eerste hoogleraar in de Geneeskunde aan de Universiteit van Leiden.

Levensverhaal

Gerardus Bontius werd al vroegtijdig door zijn vader, die zeer vermogend was, naar Schoonhoven gestuurd voor het leren van de Latijnse Taal. Hierna vertrok hij naar Leuven voor de studie Geneeskunde om vervolgens in Padua meester in de Rechten te worden. Na dit Europese avontuur keerde hij terug naar Holland en vestigde zich in Leiden waar hij de geneeskunde beoefende. Met de oprichting van de Universiteit van Leiden in 1575 gaf hij in het begin les in de Wis- en Sterrekunde en werd enkele maanden later, op 17 juli, als hoogleraar in de Geneeskunde aangesteld. Later werd er nog het onderwijs in de Kruid- en Ontleedkunde aan toegevoegd. In oktober 1598, vlak voor zijn overlijden, werd hem bovendien de verantwoordelijkheid gegeven, samen met de Hoogleraar Petrus Pauw, over de Hortus Botanicus (den Kruidhof). Tevens werd hij voor de periode van 1582-1583 en 1599 tot zijn overlijden gekozen als Rector magnificus van de Universiteit Leiden.

Rector magnificus (mv: rectores magnifici) of rector is de titel van de hoogleraar-directeur van een universiteit, lid van het college van bestuur. Hij of zij wordt meestal verkozen of geselecteerd  omdat hij of zij een geacht lid van het hoogleraarscorps is en de functie graag wil vervullen. Hij is de 'ambassadeur' van de universiteit naar buiten toe.

Bontius was vooral vermaard in zijn Leidse periode wegens zijn geleerdheid van de Griekse taal. Interessant is dat er geen manuscripten of portretten van hem meer te vinden zijn. Dit komt door zijn wens dat er na zijn dood geen manuscripten gedrukt mochten worden. "Hij had zeer veel geschreven maar wilde nooit iets het licht geven; hij plag te zeggen: dat de wereld geen gebrek had aan boeken, maar aan geleerdheid.”

Hij stierf in Leiden op 15 september 1599 en liet, uit het huwelijk met Jacoba Jans, 4 zonen en 4 dochters achter. Zijn tweede zoon Reynierius Bontius (zie portret), geboren te Leiden in 1576, werd in navolging van zijn vader in 1607 eerst als buitengewoon hoogleraar in de Geneeskunde benoemd om vervolgens in 1617 als gewoon hoogleraar een aanstelling te krijgen.

Reynierius Bontius, portret

Als eerbetoon aan de eerste hoogleraar in de Geneeskunde is de naam Bontius gebruikt voor de Bontius Stichting van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De Bontius Stichting is opgericht om financiële ondersteuning te geven aan zowel fundamenteel wetenschappelijk onderzoek als vernieuwende, hoogwaardige en specialistische patiëntenzorg. Alle middelen die door de stichting worden geworven door donaties, zijn bestemd voor onderzoeksactiviteiten van het LUMC.

                                                      
Bron: Geraert de Bondt - Het Biografisch Portaal van Nederland