(Nier-)Alvleeskliertransplantatie

Als u weer naar huis gaat

Een nier-alvleeskliertransplantatie is een ingrijpende behandeling. Daarom blijven we u ondersteunen, ook als u weer naar huis gaat. We nodigen u uit voor nacontroles en houden samen met u bij of u uw medicijnen goed inneemt.

Medicijnen

Medicijnen zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling bij een (nier)alvleeskliertransplantatie. De medicijnen die u na een transplantatie moet innemen, kunnen we indelen in vier groepen:

  • Eenmalige medicijnen rondom de transplantatie
  • Afweeronderdrukkende medicijnen die u levenslang moet blijven gebruiken
  • Medicijnen die u gedurende een bepaalde tijd moet slikken, bv ter voorkoming van infecties
  • Medicijnen bij bestaande of bijkomende problematiek

Om afstoting van de nieuwe alvleesklier (en eventuele donornier) te voorkomen zal u uw hele leven anti-afstotingsmedicijnen moeten gebruiken. Het eerste halfjaar na transplantatie schrijven we antibiotica voor om de kans op een aantal specifieke infecties te verkleinen.

Voeding en fysiotherapie

Goede voeding en voldoende lichaamsbeweging zijn erg belangrijk na een transplantatie. Daarom zullen een diëtist en fysiotherapeut van het Transplantatie Centrum bij u langskomen om u te assisteren.  

De diëtist beoordeelt uw voedselinname. Na zo’n grote operatie heeft het lichaam extra voedingsstoffen nodig voor herstel. Daarom wordt u geadviseerd om een energierijke en eiwitrijke voeding te gebruiken. Ook is 2 tot 2½  liter drinken per dag nodig om de nieuwe nier en/of alvleesklier optimaal te laten werken. 

De fysiotherapeut zal u begeleiden bij oefeningen met ademhaling, (trap)lopen en fietsen.

Maatschappelijk werk

Al voor de transplantatie maakte u kennis met de maatschappelijk werker, die u voor, tijdens en na de transplantatie kan begeleiden. De maatschappelijk werker kan u – en eventueel uw familie – begeleiden bij emotionele problemen als gevolg van de opname of behandeling. Ook kunt u bijvoorbeeld hulp in de thuissituatie na ontslag uit het ziekenhuis bespreken.

Ontslag

Voordat u weer naar huis kunt, heeft u een voorlichtingsgesprek met een verpleegkundige. Deze geeft u praktische tips. Ook kunt u de verpleegkundige vragen stellen. U krijgt onder andere medicatie en een medicijnkaart mee waarop uw medicijnen beschreven staan en hulpmiddelen om thuis uw urine te verzamelen.

Medical Dashboard

Om u actief bij uw behandeling te betrekken, hebben we het Medical Dashboard ontwikkeld. Met deze webapplicatie wisselt u gegevens over uw gezondheid uit met uw arts. In het Medical Dasboard worden de metingen die u thuis bij uzelf uitvoert, zoals uw bloeddruk en uw gewicht, samengevoegd met gegevens uit het ziekenhuis. Zo werkt u samen met uw arts aan algemene en persoonlijke doelen. 

Polikliniekbezoek

Na de transplantatie zult u heel regelmatig naar de polikliniek moeten komen voor controle, te beginnen met één keer per week. Dit bouwen we heel geleidelijk af. Bij de controles gaan we na of u specifieke klachten heeft en of uw nieuwe orgaan goed functioneert. We bespreken de medicatie en eerdere uitslagen met u en meten uw bloeddruk, gewicht en temperatuur. Ter voorbereiding op een polikliniekbezoek doet u thuis zelfcontroles, houdt u uw medicijngebruik bij en neemt u zo nodig urine mee.

Lichaamsbeweging na transplantatie

Om de wond goed te laten genezen, is het verstandig om de eerste zes weken na de transplantatie niet te zwaar te tillen of zwaar huishoudelijk werk te verrichten.

U kunt zich nog enkele maanden snel vermoeid voelen. Forceer niets en rust wanneer u daar behoefte aan heeft. Probeer uw conditie weer langzaam op te bouwen. Lichaamsbeweging kan daarbij heel goed zijn, maar misschien zijn niet alle sporten even geschikt voor u. Ook het moment wanneer u weer aan het werk kunt, verschilt per persoon. Als u twijfelt of een activiteit bij u past, kunt u dit het beste vragen aan uw arts van de polikliniek.

Leefadviezen

Na een transplantatie is een goede leefstijl van groot belang. Zo zorgt u dat de functie van uw nieuwe alvleesklier (en eventueel de nier) zo lang mogelijk goed blijft. Ook de afweeronderdrukkende medicijnen die u inneemt vragen om aanpassingen in uw leefstijl. U kunt leefadviezen lezen in ons dossier Leven na een Transplantatie.

Bij vragen of problemen

Tussen polikliniekbezoeken door kunt u contact opnemen met het LUMC. U moet altijd het ziekenhuis bellen bij:

  • koorts boven de 38°;
  • braken na inname van uw medicijnen en/of diarree langer dan één dag;
  • pijn of branderig gevoel bij het urineren; bloed bij de urine;
  • klachten zoals minder urineproductie en gewichtstoename of -afname;
  • een verhoging van de glucosewaarden;
  • bij opname in een ander ziekenhuis, voor welke ziekte dan ook.

Op werkdagen neemt u contact op met de polikliniek niertransplantatie (tel 071-5263796). In het weekend en buiten kantoortijden kunt u bellen met de verpleegafdeling van het Transplantatie Centrum (tel 071-5264714). Houdt uw gegevens, zoals patiëntnummer, bij de hand. 

Polikliniek Niertransplantatie 

Spoednummer: 071-5269111
Algemeen nummer: 071-5263796 (9.00 – 12.00 uur)