(Nier-)Alvleeskliertransplantatie

Behandeling

U hebt samen met uw arts gekozen voor een transplantatie van de alvleesklier (pancreas) en eventueel de nier. Na een spannende wachtperiode is het moment eindelijk daar: u krijgt een oproep voor de operatie. Hieronder leest u wat er gebeurt tijdens de opname, de operatie en daarna.

Voorbereiding op de operatie

Tussen het moment dat u aankomt in het ziekenhuis totdat de operatie begint zit meestal vier tot zes uur. Dit kan langer of korter zijn. In deze tijd verricht de arts een anamnese en  lichamelijk onderzoek. Daarnaast wordt er een hartfilmpje en foto van uw longen gemaakt en een bloed- en urineonderzoek uitgevoerd. Er zijn verpleegkundige controles en er wordt een infuus voor vocht met insuline ingebracht. Mogelijk is er in aanloop naar de operatie een extra dialyse nodig. 

Kruisproef van bloed

Voordat u in het LUMC arriveert voor de operatie, wordt uw bloed (dat al in ons laboratorium aanwezig is) met het bloed van de eventuele donor 'gekruist'. Zo zien we of uw bloed antistoffen tegen het weefsel van de donor bevat. De uitslag van dit onderzoek is meestal nog niet bekend als u in het ziekenhuis aankomt. Een positieve kruisproef, waaruit blijkt dat u de genoemde antistoffen heeft, betekent dat de transplantatie helaas niet door kan gaan. 

Inspectie van orgaan

Als de alvleesklier (en eventueel de nier) in het ziekenhuis aankomen, inspecteert de transplantatiechirurg deze. Wanneer een donororgaan van onvoldoende kwaliteit blijkt te zijn, is ook dit een reden om de transplantatie niet door te laten gaan. 

Kortom, totdat u op de operatiekamer bent aangekomen, blijft er onzekerheid bestaan. 

Pas wanneer de uitslagen van alle onderzoeken goed zijn, de kruisproef negatief is en de organen van goede kwaliteit zijn, zal de operatie plaatsvinden.

De operatie

Een transplantatie van alleen de alvleesklier duurt ongeveer drie uur. Een gecombineerde nier-alvleeskliertransplantatie neemt ongeveer zes uur in beslag. De alvleesklier (pancreas) van een donor wordt rechtsonder in uw buik aangebracht. Daar sluit de chirurg de aan- en afvoerende bloedvaten van de alvleesklier aan op de bloedvaten naar de benen. Op deze manier kan de alvleesklier insuline afgeven aan het bloed en zo de bloedsuikers regelen.

Vastmaken van de donoralvleesklier

Een alvleesklier produceert ook verteringssappen, die normaal gesproken in de twaalfvingerige darm terechtkomen. Om deze sappen van de donoralvleesklier af te voeren, wordt de nieuwe alvleesklier meestal op de darm aangesloten. Soms besluit de chirurg om hem op de blaas aan te sluiten, zodat u de sappen van de pancreas samen met de urine uitplast. Hierdoor verliest u veel zout en bestaat er een grotere kans op urineweginfecties. Na minimaal een halfjaar wordt de donoralvleesklier alsnog van de blaas op de darm gezet, zodat bovenstaand probleem geen rol meer speelt. De chirurg maakt deze keuze vaak pas tijdens de operatie. 

Gecombineerde nier-alvleeskliertransplantatie

Bij een gecombineerde nier-alvleeskliertransplantatie wordt de nier op dezelfde wijze ingehecht aan de linkerkant. De ureter (urine-afvoergang van de nier) wordt hierbij aangesloten op de blaas. Uiteindelijk is er een groot litteken in het midden van de buik. Uw eigen nieren en alvleesklier worden niet verwijderd. Bij een niertransplantatie plaatst de chirurg een katheter (buisje) in de urineleider dat van de blaas naar de nieuwe nier loopt. Hierdoor kan de urine vanuit de nier goed aflopen naar de blaas. Enkele weken na de operatie verwijdert de uroloog deze katheter in de polikliniek. Dit gebeurt via een inwendig onderzoek van de plasbuis en de blaas, ook wel cystoscopie genoemd.

Bewaakte afdeling

Na de operatie verblijft u op de bewaakte afdeling. Dit is de Intensive Care of de Post Anesthesia Care Unit (PACU). U bent dan wakker en de eerste uren vaak nog wat slaperig van de narcose. U zult merken dat u een urinekatheter, infuus en soms ook een dikker infuus in de hals heeft. Ook kunt u een drain (slangetje) bij de wond hebben. 

Naar het Transplantatie Centrum

Na een verblijf op de Intensive Care van één of twee nachten gaat u naar het Transplantatie Centrum. Hier wordt u opgevangen door een team van artsen en verpleegkundigen. Voor meer infomatie zie de folder 'Welkom op het Transplantatie Centrum'.

Goede conditie

Het is belangrijk dat u in een zo goed mogelijke conditie bent voor de transplantatie. Het is daarom verstandig gezond te eten, voldoende te bewegen en niet te roken. De diëtiste en fysiotherapeut kunnen u hierover advies geven. 

Complicaties

Zoals met alle chirurgische ingrepen bestaat er een kans op complicaties na (nier-)alvleeskliertransplantatie. Zo kan er soms een nieuwe operatie nodig zijn om bijvoorbeeld een bloeding te stelpen. Of zijn er drainage en antobiotica nodig bij lekkage van spijsverteringssappen. Ondanks dat u medicijnen krijgt om afstoting te voorkomen, is er toch een kans dat er een afstotingsreactie optreedt. Dit betekent niet dat u de nieuwe organen verliest. Meestal kunnen de artsen een afstotingsreactie onder controle krijgen met behandelingen die uw afweer afzwakken.

Overleving en kwaliteit van leven

Bij een succesvolle gecombineerde nier-alvleeskliertransplantatie is de gemiddelde overleving van patiënten beter dan wanneer alleen een nier wordt getransplanteerd zonder alvleesklier. Een gecombineerde nier-alvleeskliertransplantatie is een zwaardere ingreep, maar biedt een betere prognose als het gaat om complicaties en een betere kwaliteit van leven in vergelijking met alleen een niertransplantatie.

Resultaten na tien jaar

Als we kijken naar de resultaten van de gecombineerde nier-alvleeskliertransplantatie van patiënten die tussen 1996 en 2012 in het LUMC zijn getransplanteerd, zien we dat na tien jaar 87% van de getransplanteerde patiënten nog een functionerende nier heeft. 82% van hen heeft na tien jaar nog een functionerende alvleesklier zonder dat insuline nodig is. Let op: dit zijn gemiddelden. De resultaten kunnen voor u persoonlijk anders zijn.