Niertransplantatie

Als u weer naar huis gaat

We blijven u ondersteunen na een niertransplantatie, ook als u weer naar huis gaat. Zo nodigen we u bijvoorbeeld uit voor nacontroles en houden we samen met u bij of u uw medicijnen juist inneemt.

Medicijnen

Medicijnen zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling bij een niertransplantatie. De medicijnen die u na een transplantatie moet innemen, kunnen we indelen in vier groepen:

  • Eenmalige medicijnen rondom de transplantatie.
  • Afweeronderdrukkende medicijnen die u levenslang moet blijven gebruiken.
  • Medicijnen die u gedurende een bepaalde tijd moet slikken, bv ter voorkoming van infecties.
  • Medicijnen bij bestaande of bijkomende problematiek.

Om afstoting van de nieuwe nier te voorkomen zal u uw hele leven anti-afstotingsmedicijnen moeten gebruiken. Het eerste halfjaar na transplantatie schrijven we antibiotica voor om de kans op een aantal specifieke infecties te verkleinen.

Tijdens uw opname neemt een verpleegkundige met u door hoe u de medicatie moet innemen, zodat u er thuis vertrouwd mee bent. Een overzicht van de bijwerkingen van een aantal belangrijke medicijnen vindt u in het dossier Leven na een transplantatie.

Nazorg en bezoeken aan polikliniek

Bij ontslag uit het LUMC krijgt u uitleg van de verpleegkundige over de dingen waar u thuis op moet letten. U zal in het begin wekelijks naar de polikliniek van het LUMC moeten komen voor nacontroles, waarbij we bloed afnemen. Dit bouwen we heel geleidelijk af tot eenmaal per drie of vier maanden.

Binnen een maand na de operatie verwijdert de uroloog van uw eigen ziekenhuis of het LUMC de zogeheten dubbel J-katheter. Dit plastic slangetje plaatste de chirurg tijdens de operatie in de aansluiting tussen urineleider en blaas. Dit gebeurt via een kijkertje door de verdoofde plasbuis. Na afloop krijgt u antibioticatabletjes mee naar huis.

Na zes weken komt u bij een van de chirurgen op controle op de polikliniek van het LUMC. Deze zal met u bespreken hoe het herstel verloopt en naar uw litteken kijken. 

Als u voorheen werd behandeld door een nefroloog buiten het LUMC, gaat u na het eerste jaar over op jaarlijkse controles in het LUMC met tussendoor drie of vier maandelijkse controles bij uw eigen nefroloog in de buurt. Als alles goed blijft gaan met u, hoeft u na vier jaar nog maar tweejaarlijks het LUMC te bezoeken, met tussentijdse controles door uw eigen nefroloog. Als het LUMC uw oorspronkelijke niercentrum was, blijven wij uw situatie volgen.

Zelfcontrole

In de periode na een niertransplantatie voert u thuis zelfcontroles uit als voorbereiding op de polikliniekbezoeken. In een schrift noteert u dagelijks uw ochtendtemperatuur en gewicht. Ook houdt u daarin bij welke medicijnen u inneemt. Tijdens de bezoeken aan de polikliniek neemt de verpleegkundig specialist samen met u het schrift door, bespreekt uw medicatie, doet lichamelijke controles en neemt bloed bij u af.

Medical Dashboard

Om u actief bij uw behandeling te betrekken, hebben we het Medical Dashboard ontwikkeld. Met deze webapplicatie wisselt u gegevens over uw gezondheid uit met uw arts. In het Medical Dasboard worden de metingen die u thuis bij uzelf uitvoert, zoals uw bloeddruk en uw gewicht, samengevoegd met gegevens uit het ziekenhuis. Zo werkt u samen met uw arts aan algemene en persoonlijke doelen.

Maatschappelijk werk

Al voor de transplantatie maakte u kennis met de maatschappelijk werker, die u voor, tijdens en na de transplantatie kan begeleiden. De maatschappelijk werker kan u – en eventueel uw familie – begeleiden bij emotionele problemen als gevolg van de opname of behandeling. Ook kunt u bijvoorbeeld hulp in de thuissituatie na ontslag uit het ziekenhuis bespreken.

Leefadviezen

Na een transplantatie is een goede leefstijl van groot belang. Zo zorgt u dat de nierfunctie zo goed mogelijk blijft. Ook de afweeronderdrukkende medicijnen die u inneemt vragen om aanpassingen in uw leefstijl. Leefadviezen vindt u in ons dossier Leven na een transplantatie. 

Bij vragen of problemen

Tussen polikliniekbezoeken door kunt u contact opnemen met het LUMC. U moet altijd het ziekenhuis bellen bij:

  • koorts boven de 38°,
  • ontsteking van de wond,
  • braken na inname van uw medicijnen en/of diarree langer dan één dag,
  • pijn of branderig gevoel bij het urineren; bloed bij de urine,
  • klachten zoals minder urineproductie en gewichtstoename of -afname,
  • een verhoging van de glucosewaarden,
  • bij opname in een ander ziekenhuis, voor welke ziekte dan ook.

Op werkdagen neemt u contact op met de polikliniek niertransplantatie (tel 071-5263796). In het weekend en buiten kantoortijden kunt u bellen met de verpleegafdeling van het Transplantatie Centrum (tel 071-5264714). Houdt uw gegevens, zoals patiëntnummer, bij de hand.