Wat als er geen match is?

Als de bloedgroepen van de donor en de ontvanger niet bij elkaar passen of als de ontvanger antistoffen heeft aangemaakt tegen de donor (positieve kruisproeven) kan een cross-over procedure worden overwogen. Dit wordt ook wel ‘gepaarde donorruil‘ genoemd. De donor van paar A doneert aan de ontvanger van paar B en de donor van paar B doneert aan de ontvanger van paar A.


Bron: Nederlandse Transplantatie Stichting

Zodra de ontvanger en de donor medisch goedgekeurd zijn, kan de behandelende arts het koppel aanmelden bij de Nederlandse Transplantatie Stichting in Leiden. Alle acht niertransplantatiecentra in Nederland kunnen patiënten aanmelden. Eens per kwartaal wordt er met behulp van een computerprogramma naar de mogelijkheden gezocht. De ruil kan plaatsvinden tussen donor-ontvanger afkomstig uit alle acht verschillende centra.

De donor gaat op reis naar een het transplantatiecentrum van het andere koppel en zal daar doneren. De ontvanger blijft in zijn eigen centrum. De operaties vinden op dezelfde dag plaats. Er is anonimiteit tussen de paren, wat betekent dat de donor en ontvanger die bij elkaar gebracht zijn, elkaar niet te zien krijgen. De transplantatiecentra zullen hun uiterste best doen om deze anonimiteit te waarborgen. 

De verzekering van de oorspronkelijke ontvanger draagt alle onkosten, inclusief de operatie en ziekenhuisopname van de indirecte donor. De contacten met de financiële administraties in de ziekenhuizen worden door het betrokken transplantatiecentrum gelegd.  

Na de operatie wordt de donor één keer door de chirurg en de nefroloog gezien in het ziekenhuis waar de operatie heeft plaats gevonden. Daarna valt de zorg weer terug op het oorspronkelijke centrum.  

Nierdonatie door de bloedgroep heen (ABO-incompatibele niertransplantatie)

In het LUMC werd de eerste ABO-incompatibele niertransplantatie in Nederland uitgevoerd en er is inmiddels veel ervaring mee opgebouwd. Bloedgroepincompatibel betekent dat de bloedgroepen niet bij elkaar passen. Meestal heeft de ontvanger bloedgroep 0 en de donor bloedgroep A of B. Een persoon met bloedgroep 0 heeft van nature antistoffen tegen bloedgroep A (anti-A) én antistoffen tegen bloedgroep B (anti-B).

Bij deze combinatie zullen we voor de transplantatie bij de ontvanger de antistoffen tegen de donorbloedgroep (bloedgroep A; anti A, bloedgroep B; anti B) uit het bloed moeten halen. Dit gebeurt door middel van immunoadsorptie (soort hemodialysebehandeling) bij de ontvanger. U als donor hoeft geen speciale behandeling te ondergaan. 

Na de immunoadsorptiebehandelingen bepalen we bij de ontvanger de resterende hoeveelheid antistoffen (‘titer’) tegen bloedgroep A of B door middel van bloedafname.

Als het effect van bovengenoemde behandeling voldoende is, wat betekent dat anti- A of B lichamen bijna niet meer aanwezig zijn in het bloed van de ontvanger, kan de niertransplantatie plaatsvinden. Bij uw transplantatienefroloog kunt u zich laten informeren, indien u denkt voor deze behandeling in aanmerking te komen.