Nier doneren

Behandeling

U wordt een dag voor de operatie opgenomen in het LUMC. Nadat u zich op de verpleegafdeling gemeld heeft, zal een verpleegkundige u voorbereiden op de operatie en u nog enkele vragen stellen.

Op de opnamedag komen er verschillende zorgverleners bij u langs. De co-assistent of de zaalarts heeft op deze dag een opnamegesprek met u. De anesthesist neemt eventuele veranderingen met u door ten opzichte van het laatste bezoek. Er wordt bloed afgenomen en uw bloeddruk en temperatuur wordt gemeten. Ook verrichten we een lichamelijk onderzoek bij u. De transplantatiechirurg en coördinator ‘nierdonatie bij leven’ komt nog bij u langs om te kijken of alles duidelijk is. U krijgt een polsbandje om waarop uw naam, geboortedatum en de naam van de afdeling vermeld staan. Dit polsbandje moet u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis dragen zodat onder alle omstandigheden duidelijk is wie u bent.

De avond voor de operatie start u om 20.00 uur met een infuus om wat extra vocht in de bloedbaan te brengen. Vanaf 0.00 uur moet u nuchter zijn. Dat betekent dat u tot de operatie niet mag eten of drinken.

De operatie

De verpleegkundige wekt u om 06.00 uur. U kunt dan douchen. Daarna wordt u rond 07.00 uur in een bed naar de wachtruimte voor de operatie gereden. 

Operatietechnieken  

Om de nier te verwijderen bij uw is er altijd een snee nodig, ongeacht welke methode wordt gekozen. In het LUMC worden momenteel twee technieken toegepast. Uitgangspunten bij beide operaties zijn een zo veilig mogelijke operatie voor u en zo min mogelijk risico voor de nier en dus voor de ontvanger.

De Leidse incisie 

Dit is een verticaal verlopende snee links of rechts naast de lange buikspier. De lengte van deze zogeheten 'Leidse incisie' wordt bepaald door uw gewicht, de positie, het aantal bloedvaten en het aantal afvoergangen van de nier. 

De lengte van de incisie kan variëren van 10 tot 15 cm. Bij deze benadering blijft de chirurg buiten de buikholte. De snee wordt zo klein mogelijk gehouden en geneest zonder schade aan de spieren. De kans op een littekenbreuk is klein. Als de wond normaal genezen is, heeft u naderhand geen enkele beperking in uw activiteiten.  

Laparoscopische ingreep (kijkoperatie) 

Hierbij wordt met een aantal lange instrumenten in de buik geopereerd. Om goed zicht te hebben blazen we lucht in de buikholte. De chirurg kan met behulp van deze lange instrumenten de nier helemaal losmaken van de bloedvaten. Vervolgens maken we boven het schaambeen een snede (bikinisnede) van 7-10 cm, waardoor de nier verwijderd wordt. Daarna laten we het gas weer uit de buik lopen. Het voordeel is dat u gemiddeld iets minder pijn heeft na deze operatie en de snee voor sommige mensen op een betere plek zit vergeleken met de Leidse incisie. 











Op afbeelding 1 ziet u de kijkoperatie, op afbeelding 2 de Leidse incisie.

De nier wordt gekoeld en op ijs bewaard op de operatiekamer tot de ontvanger er is. U wordt direct na de operatie naar de uitslaapkamer gebracht. Als u goed wakker bent, wordt u weer terug naar de verpleegafdeling gebracht. U heeft tijdens de operatie een blaaskatheter gekregen waardoor de urine afloopt. Deze wordt de volgende ochtend verwijderd. Om u extra bescherming te bieden tegen urineweginfecties krijgt u deze dag antibioticatabletten.  

De totale opnameduur in het ziekenhuis is vanaf het moment van opname gemiddeld drie tot vier dagen. Zodra het mogelijk is, brengen wij u en uw ontvanger met elkaar in contact (behalve als er sprake is van anoniem doneren). Meestal is dit al op de eerste dag na de ingreep mogelijk. Ontvangers en donoren liggen niet op dezelfde kamer. Dit wordt gedaan om praktische overwegingen, na de operatie heeft u rust nodig.

Pijn en pijnstilling 

Na de operatie krijgt u in de meeste gevallen een pompje met pijnstilling dat u zelf kunt bedienen. Het pompje is zo ingesteld dat u zichzelf niet teveel pijnstilling kunt geven. Op de dag na de operatie verwijderen we de pijnpomp. U krijgt standaard drie maal daags paracetamol. De meeste klachten verdwijnen binnen een paar dagen, een klein deel van de donoren houdt pijn of een beurs gevoel in het wondgebied die in uitzonderlijke gevallen tot maanden kan aanhouden. 

Infuus en dieet 

De eerste dag krijgt u voldoende vocht via een infuus. Afhankelijk van hoeveel u drinkt, bouwen we dit af. Na de operatie mag u rustig aan weer beginnen met eten.   

Mobiliteit 

De eerste dag na de operatie mag u voorzichtig beginnen met oefenen en uit bed komen mobiliseren. Als alles ongecompliceerd is verlopen, kunt u de dag na de operatie of de dag daarop naar huis.   

Wondverzorging 

De wond wordt één keer per dag schoongemaakt. Als de wond droog is, gaat er geen pleister meer op. U kunt gewoon douchen met de wond.  

Controles

De verpleegkundige zal de dag na de operatie regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur controleren. Ook wordt er tenminste tweemaal bloed afgenomen om de functie van uw resterende nier te controleren. Het is normaal dat de overgebleven nier even tijd nodig heeft om de functie van de verwijderde nier deels over te nemen. Daarom stijgt het kreatinine (afvalstof) in het bloed vaak de eerste dag na donatie, om vervolgens weer wat te dalen. 

Antistolling 

Tijdens de opname krijgt u dagelijks een antistollingsprikje om een trombosebeen te voorkomen.         

Mogelijke complicaties van de operatie   

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze ingreep de standaard risico’s van een operatie zoals een wondinfectie, trombose, longontsteking en nabloeding. Tijdens de operatie kan zich een inwendige bloeding voordoen. De kans is dan aanwezig dat we toch een grotere snee moeten maken. Na een kijkoperatie kunt u pijn hebben in de schouders. Dit komt door het koolzuurgas dat gebruikt wordt tijdens de operatie. Dat kan wat tijdelijke prikkeling van het middenrif geven. Als u een complicatie heeft is het waarschijnlijk dat u wat langer in het ziekenhuis moet blijven of dat we u intensief controleren op de polikliniek.