Algemene informatie microbiologie

Op deze pagina treft u algemene informatie aan die bedoeld is voor patiënten en geïnteresseerden zonder medische voorkennis. De volgende vragen worden beantwoord:

 

Bacteriën

Bacteriën zijn eencellige micro-organismen zonder kern. Er zijn vele soorten bacteriën. Ze komen overal voor, ook in het menselijk lichaam bijvoorbeeld in de darmen. Ze zijn heel klein en kunnen alleen onder de microscoop worden gezien. Onder de juiste omstandigheden kunnen bacteriën zich heel snel vermeerderen, en sommige bacteriesoorten kunnen zelfs onder extreme omstandigheden (zoals in vulkanen of de diepzee) overleven. Bacteriën zijn belangrijk voor onze stofwisseling en afweer. De onschadelijke bacteriën worden tezamen ook wel de ‘microbiota’ genoemd. Maar er zijn ook bacteriën die ziektes, zoals huidinfecties, diarree, luchtweginfecties en hersenvliesontsteking kunnen veroorzaken. Ze doen dit door stoffen aan te maken waardoor ze beter aan gastheercellen hechten, de gastheercel kunnen binnendringen, of de immuun respons van de gastheer onderdrukken, en door bepaalde toxines uit te scheiden. Tegen ziektes die door bacteriën worden veroorzaakt, kunnen meestal antibiotica worden gebruikt, hoewel bacteriën daar ook resistent (ongevoelig) voor kunnen worden.

naar boven

Virussen

Virussen zijn infectieuze micro-deeltjes, die allerlei ziekten kunnen veroorzaken. Hun vermenigvuldiging is afhankelijk van een levende gastheercel. Als een virus in een cel is binnengedrongen, gebruikt hij de gastheercel om zichzelf te vermenigvuldigen. Nieuwe virusdeeltjes komen vrij en kunnen dan weer nieuwe gastheercellen infecteren. Er zijn vele soorten virussen die worden ingedeeld in families. Zo zijn er bijvoorbeeld herpes-, corona- en retrovirussen. Sommige virussen veroorzaken relatief milde ziektes, zoals verkoudheid, een koortslip of griep. Maar ook ernstige ziektes zoals HIV, SARS, en hepatitis worden door virussen veroorzaakt. Om virale infecties te behandelen, kan geen antibiotica gebruikt worden. Specifieke antivirale medicijnen kunnen de virussen wel bestrijden. Je kunt ook virusinfecties voorkomen door te vaccineren. Zo worden baby’s meestal gevaccineerd tegen onder andere bof, polio, kinkhoest en hepatitis B. Daardoor zijn ze beschermd tegen deze door virussen geïnduceerde ziektes.

naar boven

Parasieten

Een parasiet is een organisme die met een ander organisme (de gastheer) samenleeft, en de gastheer gebruikt om in leven te blijven en zich te vermenigvuldigen. Parasieten kunnen op, maar ook in een gastheer leven. Meestal leven de parasiet en de gastheer in ‘symbiose’. Dat betekent dat er een evenwichtige relatie is tussen de parasiet en de gastheer, zonder dat de gastheer er aan ten onder gaat. Toch kunnen parasieten vervelende aandoeningen veroorzaken. Parasieten komen voor bij mensen, dieren en planten. Bij mensen en dieren komen parasieten voor in de vorm van wormen, vlooien, luizen en teken. Een bekende ziekte die door parasieten wordt veroorzaakt is malaria. Bij malaria worden namelijk parasieten door muggen in de bloedbaan van mensen ingespoten.

naar boven

Infectie en Ontsteking 

De termen ‘infectie’ en ‘ontsteking’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. Als een bacterie, virus of parasiet in een levend wezen binnendringt en zich daar vervolgens vermenigvuldigt, spreken we van een infectie. Een infectie hoeft niet altijd tot schade/ziekte te leiden. Een ontsteking is een reactie van het lichaam op beschadiging van weefsel door bijvoorbeeld hitte, een snee, irriterende stoffen of micro-organismen zoals bacteriën. Het immuunsysteem veroorzaakt dus zelf deze ontstekingsreactie en doet dit om de schadelijke stoffen te verwijderen en de weefselschade te herstellen. Soms is het lichaam ‘in de war’ en roept een ontstekingsreactie op tegen stoffen die helemaal niet schadelijk zijn zoals bij reuma (auto-immuun ziekte). Een ontsteking kan dus een reactie zijn op een infectie, maar dit is niet altijd het geval.

naar boven

Kweek

Als een patiënt bij de dokter komt met klachten die doen denken aan een infectie, dan kan de arts een kweek afnemen. Er wordt dan vocht, urine of ontlasting afgenomen waarvan een beetje op kweek wordt gezet. Hierbij wordt het afgenomen lichaamsmateriaal uitgesmeerd op kweekplaten die een specifieke voedingsbodem bevatten. Die platen worden vervolgens enkele dagen (soms zelfs enige weken) onder de juiste omstandigheden, zoals temperatuur en vochtgehalte, bewaard. De ziekteverwekkers, bacteriën, virussen, schimmels of parasieten, kunnen zich dan vermenigvuldigen zodat er beter onderzocht kan worden met welke ziekteverwekker we te maken hebben. Dat kan worden onderzocht met behulp van een microscoop en/of met andere aanvullende testen. Een moderne benadering is om daarvoor een massaspectrum van de eiwitten van de betreffende bacteriën te bepalen, waarvan het patroon meteen aangeeft welke soort het betreft: dat gaat dus zeer snel. De uitvoering van de kweek kan tegenwoordig automatisch (door een robot) gebeuren waarbij de platen aan het einde van de kweek worden gefotografeerd en de resultaten verwerkt kunnen worden op de computer. Als na onderzoek bekend is geworden om welke ziekteverwekker het precies gaat, kan bepaald worden hoe de patiënt behandeld moet worden. Omdat ziekteverwekkers tegenwoordig vaak resistent (ongevoelig) worden voor behandeling met bepaalde middelen, wordt in verder onderzoek op het laboratorium vastgesteld voor welk geneesmiddel (antibioticum) de betreffende ziekteverwekker het meest gevoelig is. Kweek wordt vooral gebruikt bij infecties met bacteriën.

naar boven

Serologie

Als een patiënt een infectie heeft en er dus een onbekende ziekteverwekker (bacteriën, virussen, schimmels of parasieten) aanwezig is in het lichaam van de patiënt, maakt de patiënt antistoffen aan tegen deze ziekteverwekker (afweer- of immuunsysteem). Die antistoffen bevinden zich in het bloed. Met behulp van serologisch onderzoek, onderzoekt men welke antistoffen er in het bloed (het serum: bloed zonder de bloedcellen) van een patiënt zitten en in welke concentratie (de titer). Hierdoor komen we erachter om welke ziekteverwekker het gaat. Dat is belangrijk om de patiënt de juiste behandeling aan te kunnen bieden. Dit onderzoek is tegenwoordig geautomatiseerd, zodat in een buisje bloed in één keer gezocht kan worden naar veel verschillende soorten ziekteverwekkers. Serologisch onderzoek wordt vooral gebruikt bij infecties met virussen.

naar boven

Moleculaire Diagnostiek

Ook ziekteverwekkers hebben erfelijk materiaal (DNA/RNA). Bacteriën en parasieten hebben een DNA genoom, terwijl virussen ofwel DNA ofwel RNA als erfelijk materiaal hebben. Omdat dit erfelijk materiaal heel specifiek is, kan men dit snel en gevoelig opsporen en identificeren met bepaalde technieken, zoals PCR ('polymerase chain reaction'). Het opsporen van ziekteverwekkers door middel van de detectie van het erfelijk materiaal noemt men Moleculaire Diagnostiek. Met specifieke apparatuur kan gevolgd worden of in lichaamsmateriaal een ziekteverwekker wordt gevonden en ook hoeveel daarvan aanwezig is. Dat is nuttige informatie om te bepalen wat de oorzaak van een infectie is. Een beperking van Moleculaire Diagnostiek is dat alleen die verwekkers worden aangetoond waarvan men van tevoren al een vermoeden heeft dat het om deze ziekteverwekker gaat (bijvoorbeeld door de symptomen waarmee de patiënt bij de dokter komt). Doordat de Moleculaire Diagnostiek gebruik maakt van hele gevoelige technieken, kunnen soms kleine hoeveelheden van een ziekteverwekker al gevonden worden die niet direct de oorzaak van de ziekte hoeven te zijn. Hier moet bij de beoordeling van het resultaat rekening gehouden worden.

naar boven