Navelstrengbloed

Voor patiënten die in aanmerking komen voor allogene stamceltransplantatie wordt in eerste instantie gezocht naar een zo goed mogelijk passende familiedonor of onverwante donor. In sommige gevallen is door de weefseltypering van de patiënt, die HLA typering wordt genoemd, en die een soort ingewikkeld bloedgroepensysteem is, het niet mogelijk om een passende donor te vinden. Soms is het van belang dat een transplantatie heel snel wordt uitgevoerd, en is het zoeken naar een onverwante donor te langdurig. Het kan in die gevallen mogelijk en zinvol zijn om een navelstrengbloed transplantatie uit te voeren.

Na de geboorte blijft er navelstrengbloed achter in de navelstreng. Dit bloed is rijk gebleken aan stamcellen. Hoewel de hoeveelheid bloed beperkt is, is het mogelijk om met navelstrengbloed een stamceltransplantatie uit te voeren. Om navelstrengbloed transplantaties mogelijk te maken is een groot aantal navelstreng transplantaten in verscheidene centra in de wereld ingevroren. Deze transplantaties zijn beschikbaar voor alle patiënten die in aanmerking komen voor stamceltransplantatie.

De kans dat een navelstreng transplantatie dezelfde HLA typering (weefseltypering) heeft als de patiënt is klein. Gelukkig is gebleken dat voor transplantatie met navelstrengbloed het minder noodzakelijk is dat de weefseltypering van het navelstrengbloed en de patiënt precies hetzelfde zijn. Daarom is er een grote kans dat er een navelstrengbloed transplantaat beschikbaar is, ook wanneer er niet een onverwante volwassen donor gevonden kan worden. Omdat de navelstrengbloed transplantaten over het algemeen klein zijn, wordt een navelstrengbloed transplantatie vaak verricht door twee transplantaten tegelijk te gebruiken.

Omdat de navelstrengbloed transplantaten meestal niet precies dezelfde weefseltypering hebben als de patiënt, zal de patiënt na de transplantatie behandeld worden met afweeronderdrukkende middelen. Wanneer het transplantaat goed aanslaat en er geen (omgekeerde) afstotingsreacties optreden zal de afweer onderdrukking geleidelijk aan worden gestopt. Een geringe mate van omgekeerde afstotingsreactie kan namelijk gunstig zijn voor het onderdrukken van de ziekte na de transplantatie.