Allogene stamceltransplantatie

Allogene stamceltransplantatie is een transplantatie van bloedvormende cellen, waarbij de donor niet de patiënt zelf is. De donor kan een familielid zijn, een onverwante donor of navelstrengbloed. Het doel van allogene stamceltransplantatie is het gedeeltelijk of volledig vervangen van het bloedvormend systeem van de patiënt door bloedvormende cellen van de donor. De transplantatie opent de mogelijkheid om de patiënt te behandelen met afweercellen van de donor die kunnen leiden tot verdere onderdrukking van de ziekte.

Om een allogene stamceltransplantatie zinvol te maken moet de ziekte eerst zo goed mogelijk onder controle worden gebracht. De transplantatie begint met uitgebreide analyse van de ziekte, het beenmerg, het bloed en het afweersysteem van de patiënt en het bloedvormend en afweersysteem van de donor. Wanneer gebleken is dat een stamceltransplantatie verricht kan worden en zinvol is, wordt eerst een voorbehandeling gegeven (conditionering) om de ziekte zo goed mogelijk te onderdrukken en het afweersysteem van de patiënt uit te schakelen om de transplantatie mogelijk te maken. Bij jonge patiënten kan die voorbehandeling heel intensief zijn en bestaan uit totale lichaamsbestraling en hoge dosis chemotherapie. Bij oudere patiënten of patiënten met een minder agressieve ziekte kan een mildere voorbehandeling beter zijn die minder complicaties geeft. Rondom de transplantatie worden maatregelen genomen om de complicaties van de transplantatie zo klein mogelijk te maken.

Patiënten worden meestal 2 tot 3 weken opgenomen en ook na de opname worden zij nog geruime tijd heel intensief gecontroleerd. Na de transplantatie is er kans op het ontwikkelen van ernstige infecties of afstotingsreacties. Wanneer blijkt dat de ziekte na de transplantatie nog niet volledig onder controle is, wordt de patiënt nabehandeld met afweercellen van de donor. De hele behandeling bestaat dus uit voorbehandeling, de stamceltransplantatie, en het een of meerdere malen behandelen van patiënten na de transplantatie met afweercellen van de donor. Voor deze laatste behandelingen is meestal opname niet noodzakelijk.

Door gebruik te maken van een minder intensieve voorbehandeling is het mogelijk geworden ook oudere patiënten deze behandeling te geven. Afhankelijk van bijkomende ziekte en algehele conditie van de patiënt wordt een leeftijdsgrens van 70 tot 75 jaar aangehouden. Het risico van de stamceltransplantatie is verschillend per aandoening, per type donor, en soort transplantatie. In het informatiegesprek met de hematoloog worden de complicaties en de risico’s in detail besproken.