Glioom (hersentumor)

Behandeling

Uw behandeling wordt uitgevoerd door specialisten die uitgebreide ervaring hebben met hersentumoren. In overleg met u kijken we welke behandeling het beste bij uw situatie past. Dat is onder meer afhankelijk van de grootte, de plaats en het type tumor. Ook houden wij rekening met uw leeftijd, lichamelijke conditie en uiteraard uw eigen wensen. Zo stellen we een behandelplan op maat op.

Welke behandelingen zijn er mogelijk?

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk voor een glioom. Afhankelijk van uw situatie en uw wensen, kiezen we samen met u de meest geschikte behandeling. Soms is dat simpelweg afwachten als er geen of weinig klachten zijn, de tumor traag groeit of de behandeling uitgesteld kan worden tot een later moment. In de tussentijd houden wij uiteraard uw gezondheid nauwlettend in de gaten met regelmatige controles en MRI-scans.

Operatie

Een resectie is een operatie die vaak wordt toegepast bij een hersentumor. De neurochirurg maakt dan een opening in de schedel. Via dit luikje probeert hij zoveel mogelijk van het tumorweefsel te verwijderen. Het is meestal niet mogelijk om een glioom helemaal weg te halen. Door het verwijderen van zoveel mogelijk tumorweefsel neemt de druk in de hersenen af, waardoor klachten – zoals misselijkheid, slaperigheid en hoofdpijn - kunnen verminderen. Als er nog geen diagnose is gesteld, bekijkt de patholoog meteen of het weggehaalde weefsel kankercellen bevat.

Een resectie is ingrijpend. Na de operatie ligt u doorgaans nog enkele dagen tot ongeveer 1 week in het ziekenhuis om te herstellen.

Bestralen (radiotherapie)

Als u een glioom heeft, is de kans groot dat u wordt bestraald. Door een tumor te bestralen vernietigen we kankercellen en sparen tegelijkertijd zoveel mogelijk gezonde cellen. Het doel is om groei van de tumor tegen te gaan en klachten te verminderen die ontstaan door de tumor.

Het is van belang dat tijdens het bestralen uw hoofd telkens in dezelfde positie ligt. Daarom krijgt u een gezichtsmasker aangemeten. Het bestralen neemt afhankelijk van uw situatie in totaal 3 of 6 weken in beslag. Elke week vinden er 5 dagen bestralingen plaats. De bestraling duurt telkens een aantal minuten. U kunt zich door deze behandeling erg moe voelen en uw haar kan uitvallen. Een opname in het ziekenhuis is niet nodig, maar u moet voor het krijgen van een bestraling wel dagelijks reizen naar het LUMC of een bestralingscentrum in uw eigen regio.

Chemotherapie

ChemotherapieChemotherapie is het behandelen van kanker met medicijnen. Dat gebeurt via een tablet of een infuus. Het toedienen van chemotherapie via een infuus vindt plaats in het ziekenhuis. De medicijnen doden cellen of remmen de celdeling. Het doel van chemotherapie is om met behulp van de medicijnen zoveel mogelijk tumorcellen te vernietigen. Meestal vindt chemotherapie plaats in combinatie met bestralen.

Welke medicijnen het meest geschikt zijn om toe te dienen, hangt onder meer af van het type tumor en hoe snel deze groeit. Door chemotherapie kunt u te maken krijgen met vermoeidheid en misselijkheid.

Bestrijden van symptomen

Het hebben of het behandelen van een hersentumor kan gepaard gaan met diverse klachten, zoals een verhoogde druk in het hoofd of epilepsie.

Verhoogde druk in het hoofd

Door een verhoogde druk in uw hoofd kunt u last krijgen van wazig zien, hoofdpijn, misselijkheid en uitval of krachtverlies in uw arm of been. Meestal krijgt u dan het medicijn dexamethason voorgeschreven, zodat er minder druk ontstaat in de hersenen. Dit medicijn werkt vaak binnen enkele dagen en kan ervoor zorgen dat uw klachten verminderen.

Epilepsie

Epilepsie treedt regelmatig op bij mensen met een hersentumor. Een epileptische aanval vormt dan de eerste aanwijzing voor de aanwezigheid van een hersentumor. Zo’n aanval – of insult – ontstaat door een plotselinge verstoring van de elektrische activiteit in de hersenen. Meestal duurt deze verstoring niet lang.

Epilepsie wordt doorgaans behandeld met medicijnen, de zogeheten anti-epileptica. Deze medicatie zorgt ervoor dat de hersenen minder gevoelig worden voor ontvangen prikkels. Daardoor neemt de kans op een aanval af. Deze medicijnen moet u langdurig gebruiken, ook als u geen aanvallen meer heeft. Welke medicijnen goed werken, verschilt per persoon. Dat hangt af van de epilepsievorm en het soort aanvallen. U krijgt daarom medicijnen op maat voorgeschreven.

Bijwerkingen medicatie

De geneesmiddelen voor het verminderen van druk in het hoofd en voor het voorkomen van epilepsieaanvallen hebben zeer uiteenlopende bijwerkingen. Uw arts helpt u met het nemen van een weloverwogen besluit, waarbij we zoeken naar een optimale balans tussen de werkzaamheid van deze medicijnen en de nadelen die ze met zich meebrengen. U kunt niet zomaar stoppen met deze medicatie, maar moet dit langzaam afbouwen volgens een schema.

Hoe kunt u zich voorbereiden?

  • Het is zeer ingrijpend om de diagnose hersentumor te horen en de behandeling te ondergaan. We zullen u zo goed mogelijk begeleiden en voorlichten. Neem bij uw bezoeken aan het ziekenhuis altijd iemand mee om u te ondersteunen en met u mee te denken. 
  • Schrijf vragen over uw behandeling voor een ziekenhuisbezoek op. Zo voorkomt u dat u belangrijke vragen vergeet te stellen.

Wat is de prognose bij glioom?

De prognose bij glioom is afhankelijk van het type hersentumor en hoe snel deze groeit. Goedaardige gliomen zijn erg zeldzaam, groeien langzaam en zijn vaak te verwijderen met een operatie. De vooruitzichten bij kwaadaardige gliomen zijn slechter. Deze zijn lastiger te behandelen, omdat deze hersentumoren na verloop van maanden of jaren bijna altijd weer terugkomen. De behandeling bij een kwaadaardige glioom bestaat uit het afremmen van de groei van de tumor, zodat uw klachten zo beperkt mogelijk blijven en uw kwaliteit van leven zo groot mogelijk.

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek

In het LUMC doen we wetenschappelijk onderzoek naar gliomen. Zo vergroten we onze kennis over deze aandoening en verbeteren we behandelmethoden. We werken hiervoor samen in nationale en internationale onderzoeksgroepen. We doen onderzoek in het laboratorium, maar ook in de kliniek. Uw behandelend arts kan u vragen of u wilt deelnemen aan een onderzoek. Deelname is altijd vrijwillig.