Prof.dr. Rob Tollenaar

Vakgebied(en)

  • Chirurgische oncologie en i.h.b.
  • erfelijke borstkanker

Introductie

In 2004 heeft hij het hoogleraarschap -heelkunde met in het bijzonder oncologie-, aanvaard. Prof. Tollenaar is tevens voorzitter van de wetenschappelijk commissie van de DSCA. Prof. Tollenaar is hoofd van de afdeling Heelkunde in het LUMC en sinds 2014 divisievoorzitter. Hij heeft de studie geneeskunde en de opleiding tot chirurg gevolgd aan de Universiteit Leiden. Sinds 1995 is hij staflid van de afdeling Heelkunde in het LUMC in de functies als subafdelingshoofd gastro-intestinale, endocriene en oncologische chirurgie, hoofd polikliniek erfelijke mammatumoren en als waarnemend afdelingshoofd.

 


Patiëntenzorg

Verbetering van de zorg waarbij de kwaliteit van patiëntgerichtheid en transparantie, maar bovenal een betrokken persoonlijke aanpak centraal staan zijn mijn motivatie. Dit is een grote uitdaging in een complexe organisatie als het LUMC, waar klinische topzorg wordt verricht in een omgeving waar ook research en onderwijs een essentieel onderdeel van uitmaakt. Daarbij stellen we telkens de patiënt centraal.

Betekenisvolle informatie over kwaliteit van zorg is van het grootste belang voor patiënten en voor zorgverleners. We willen immers de zorg steeds beter maken, daarom ben ik een van de initiatiefnemers van de DICA, een instituut dat het kwaliteit van zorg in Nederland mogelijk maakt. Het verbeteren van zorg loopt als een rode lijn door mijn carrière. Zo was de Leids-Haagse regio een van de eerste gebieden in Nederland waar centralisatie van complexe zorg wordt gerealiseerd in goede samenwerking met de andere ziekenhuizen.


Research

Research topics: Proteomic profiling, Tumor-stroma interacties

Vroege opsporing van kanker door middel van bloedmonster

In de afgelopen jaren is er, in samenwerking met het centrum voor Proteomics and Metabolomics (CPM), gewerkt aan de ontwikkeling van een simpele bloedtest voor de vroege opsporing van borstkanker en dikke darmkanker. In grote series is de test gevalideerd en is gebleken dat deze test tevens goed voorspelt bij vroege stadia. 

Proteomics

Een specifiek en gevoelig alternatief naast de huidige technieken voor het opsporen van kanker, is het gebruik van eiwitbiomarkers die te vinden zijn in een simpel buisje bloed. Proteomics is een snel ontwikkelend onderzoeksveld dat ten doel heeft om zowel kwalitatief als kwantitatief alle eiwitten van een organisme in kaart te brengen. De meeste klinische proteomics studies binnen de oncologie richten zich op het onderzoeken van verschillen in eiwitexpressie in serummonsters (bloedmonsters) tussen gezonde personen en patiënten met kanker. De eiwitprofielen worden gemeten met behulp van massaspectrometrie (MALDI-TOF of MALDI-FTICR). Met behulp van specifiek magnetische bollen die de eiwitten uit het bloed isoleren in combinatie met MS-analyse wordt een profiel gegenereerd. Door de eiwitprofielen van patiënten met borstkanker te vergelijken met die van gezonde controles kunnen specifieke eiwitten worden onderscheiden die borstkanker kunnen identificeren. 

Borstkanker

De screening voor de vroege opsporing van borstkanker in Nederland kan worden verbeterd. In het bevolkingsonderzoek met mammografie wordt één op de vijf vrouwen met borstkanker gemist. Voor vrouwen met een erfelijke belasting ligt dit aantal nog hoger en wordt een belangrijk aantal interval carcinomen (tussentijds gediagnosticeerde) en tumoren met een ongunstige grootte gerapporteerd. Familiegeschiedenis en erfelijke aanleg zijn de grootste risicofactoren in de ontwikkeling van borstkanker. Erfelijke borstkanker is verantwoordelijk voor 5-10% van alle borstkanker gevallen en er zijn twee genen (BRCA1 en BRCA2) die verantwoordelijk zijn voor ongeveer 16% van de familiaire borstkanker met een risico van 87% van de patiënten om met de ziekte te worden geconfronteerd. Om de ziekte zo vroeg mogelijk op te sporen is er een speciaal screeningsprogramma opgezet om de borstkanker op te sporen voordat de tumor metastaseert (zich verspreid door het lichaam). De overleving van vrouwen met borstkanker <1 cm en met negatieve lymfeklieren is momenteel zeer goed. Echter voor BRCA mutatiedragers en in vrouwen met een erfelijke belasting (waarbij de tumorgroei veel sneller gaat dan bij de overige vrouwen) is de tumorgrootte de belangrijkste factor. Voor deze groep vrouwen kan de kans op overlijden ten gevolge van de ziekte aanzienlijk worden gereduceerd door vroege opsporing van de tumor. Mammografie heeft in deze groep helaas een lage gevoeligheid van maar 40% voor vrouwen rond 40 jaar (78% voor vrouwen >50 jaar). Indien MRI naast het mammogram wordt gebruikt kan de gevoeligheid van de opsporingsmethode voor vrouwen met een familiaire of genetische belasting worden verhoogd maar de specificiteit is variabel (veel vrouwen met onnodige ongerustheid), de techniek is tijdrovend en de kosten zijn hoog. Uit een recent onderzoek is gebleken dat 40% van de DCIS tumoren (voorlopers van de invasieve tumoren) wordt gemist met MRI.  

TESTBREAST

We willen de test graag evalueren bij vrouwen met een BRCA1-2 mutatie, een groep vrouwen met een sterk verhoogd risico op het krijgen van borstkanker. De test is door het lage risico vaker toepasbaar en ook bij jonge vrouwen betrouwbaar. De doelstelling van dit project is het uitbreiden van de bloedtest naar patiënten die de klinieken voor erfelijke borstkanker van de UMC’s in Nederland bezoeken voor hun halfjaarlijkse controle waardoor aan de hand van de verkregen resultaten aanbevelingen kunnen worden gegenereerd voor een meer intensief screeningbeleid. 

Tumor-stroma interacties voor prognose en predictie

De tumor-stroma ratio (TSR) is recentelijk beoordeeld door de TNM Evaluatie Commissie als een potentieel belangrijke parameter met mogelijk prognostische betekenis die verdere aandacht behoeft. De TSR is eerder bepaald voor dikke darmkanker en slokdarmkanker. Ook voor borstkanker zien we grote verschillen in overleving tussen stroma-hoog en stroma-laag patiënten. Dit is in meerdere studies gevalideerd. Ondanks behandeling hebben patiënten met borstkanker en dikke darmkanker toch terugkeer van ziekte. Recentelijk weten we dat voor metastasering actieve fibroblasten nodig zijn om een metastase/uitzaaiing te vormen. Dit proces is sterk gecorreleerd met prognose ofwel ziektebeloop. De uitkomsten van onderzoek naar de tumor-stroma interactie kunnen uiteindelijk leiden tot het beter identificeren van agressieve tumoren en het maken van een betere beslissing voor het geven van therapie.

Huidige therapieën zijn vooral gericht op de tumorcellen zelf en niet op het omliggende weefsel dat de groei en uitzaaiing van de tumor stimuleert ("supportive stroma"). Voor dit onderzoek maken we gebruik van conventionele H&E gekleurde histologische coupes die worden gebruikt bij de routine diagnostiek door de patholoog. Het tumor-stroma percentage (TSR) wordt bepaald door schatting van de hoeveelheid stroma ten opzichte van de hoeveelheid tumor. Intra-observer variaties zijn laag met een Kappa score van K=0.85 (almost perfect agreement). Wij verwachten indicaties te kunnen geven voor de gerichte behandeling van patiënten, dit gebaseerd op de tumor-stroma ratio van zowel de primaire tumor en de LN, en de respons op therapie. In voorlopig onderzoek van gemetastaseerd  dikkedarm kanker zien we een duidelijk verschil in respons op therapie voor de beide stroma groepen. De verkregen resultaten kunnen leiden tot een beter toegepaste behandeling van de patiënt.


Publicaties

Multicenter Matrix-Assisted Laser Desorption/Ionization Mass Spectrometry Imaging (MALDI MSI) Identifies Proteomic Differences in Breast-Cancer-Associated Stroma.Dekker TJ, Balluff BD, Jones EA, Schöne CD, Schmitt M, Aubele M, Kroep JR, Smit VT, Tollenaar RA, Mesker WE, Walch A, McDonnell LA. J Proteome Res. 2014 May 2  

Ranking and rankability of hospital postoperative mortality rates in colorectal cancer surgery.Henneman D, van Bommel AC, Snijders A, Snijders HS, Tollenaar RA, Wouters MW, Fiocco M. Ann Surg. 2014 May;259(5):844-9  

Synchronous colorectal carcinoma: a risk factor in colorectal cancer surgery.van Leersum NJ, Aalbers AG, Snijders HS, Henneman D, Wouters MW, Tollenaar RA, Eddes EH. Dis Colon Rectum. 2014 Apr;57(4):460-6.  

A combined measure of procedural volume and outcome to assess hospital quality of colorectal cancer surgery, a secondary analysis of clinical audit data.Kolfschoten NE, Marang-van de Mheen PJ, Wouters MW, Eddes EH, Tollenaar RA, Stijnen T, Kievit J; Dutch Surgical Colorectal Audit Group. PLoS One. 2014 Feb 18;9(2  

FGF receptor genes and breast cancer susceptibility: results from the Breast Cancer Association Consortium.Agarwal D, …, Devilee P, Tollenaar RA, Seynaeve C, …, Milne RL. Br J Cancer. 2014 Feb 18;110(4):1088-100.  

Breast and ovarian cancer risks in a large series of clinically ascertained families with a high proportion of BRCA1 and BRCA2 Dutch founder mutations.Brohet RM, Velthuizen ME, Hogervorst FB, Meijers-Heijboer HE, Seynaeve C, Collée MJ, Verhoef S, Ausems MG, Hoogerbrugge N, van Asperen CJ, Gómez García E, Menko F, Oosterwijk JC, Devilee P, van't Veer LJ, van Leeuwen FE, Easton DF, Rookus MA, Antoniou AC; HEBON Resource. J Med Genet. 2014 Feb;51(2):98-107.  

A large-scale assessment of two-way SNP interactions in breast cancer susceptibility using 46,450 cases and 42,461 controls from the breast cancer association consortium.Milne RL, …, Devilee P, Tollenaar RA, Seynaeve C, Haiman CA…, Easton DF. Hum Mol Genet. 2014 Apr 1;23(7):1934-46.  

Prognostic significance of the tumor-stroma ratio: validation study in node-negative premenopausal breast cancer patients from the EORTC perioperative chemotherapy (POP) trial (10854).Dekker TJ, van de Velde CJ, van Pelt GW, Kroep JR, Julien JP, Smit VT, Tollenaar RA, Mesker WE. Breast Cancer Res Treat. 2013 Jun;139(2):371-9  

Detection of pancreatic cancer using serum protein profiling.Velstra B, Bonsing BA, Mertens BJ, van der Burgt YE, Huijbers A, Vasen H, Mesker WE, Deelder AM, Tollenaar RA. HPB (Oxford). 2013 Aug;15(8):602-10.


Contactgegevens

Leids Universitair Medisch Centrum
Gebouw 1
Kamer K6-47

Albinusdreef 2
2333 ZA Leiden
Tel: +31 (0)71 526 4005

Postzone K6-R
Postbus 9600
2300 RC Leiden

E-mail: r.a.e.m.tollenaar@lumc.nl