Adoptieve immunotherapie

Allogene stamceltransplantatie met stamcellen van een familiedonor of een onverwante donor kan leiden tot genezing van kwaadaardige bloedziekten en lymfklierkanker. Bij sommige patiënten blijkt echter na de transplantatie dat de ziekte nog niet verdwenen is, en is het zinvol aanvullende behandelingen te geven. Allogene stamceltransplantatie maakt het mogelijk om de ziekte verder te bestrijden door het inzetten van het afweersysteem van de donor die ook de stamcellen heeft gegeven.

Deze afweercellen zijn in staat een afweerreactie in gang te kunnen zetten die de kwaadaardige ziekte langdurig of zelfs definitief kan onderdrukken. Omdat afweercellen ook in staat zijn om schadelijke afweerreacties tegen normale weefsels van de patiënt te geven (omgekeerde afstotingsreactie), wordt door de afweercellen op het juiste moment te geven, de samenstelling zo gunstig mogelijk te maken, en waar mogelijk op de juiste manier te prikkelen, geprobeerd de gunstige afweerreactie tegen de kwaadaardige cellen in gang te zetten en te behouden, en de risico’s zoveel mogelijk te beperken.

Voor dit doel zijn bij de afdeling Hematologie van het LUMC verschillende onderzoeksprotocollen in gang om de meerwaarde van deze aanvullende behandelingen te onderzoeken. Na allogene stamceltransplantatie kunnen ook ernstige virusinfecties optreden. Specifieke afweercellen van de donor en van de patiënt kunnen onder bepaalde omstandigheden deze virusinfecties goed onderdrukken. Onderzoek wordt gedaan naar het inzetten van specifieke afweercellen van donor of patiënt die in het laboratorium worden getraind om het schadelijke virus te herkennen deze virusinfecties na transplantatie te bestrijden. Dit onderzoek moet leiden tot een verminderd risico op ernstige infecties na de transplantatie.