OPERA: Studie naar optimaal antidepressiva gebruik


Achtergrond

In Nederland krijgen meer dan 1 miljoen mensen antidepressiva (AD) voorgeschreven, vooral voor depressie. De huidige behandelrichtlijnen adviseren om in ieder geval 4 maanden na het herstel door te behandelen met antidepressiva zodat een stabiele remissie van depressie wordt bereikt. Door het ontbreken van een duidelijke afbouwstrategie wachten huisartsen vaak af totdat de patiënt zelf het initiatief tot afbouw neemt. Als de patiënt eenmaal chronisch antidepressiva gebruikt is het moeilijk om af te bouwen. Het is nu niet duidelijk hoe lang je door moet gaan met antidepressiva en bij welke patiënten je veilig kunt afbouwen. Om deze vragen te beantwoorden werkt de afdeling PHEG mee aan de OPERA studie, een groot landelijke studie naar optimaal antidepressiva gebruik (Netherlands study of Optimal, Personalized Antidepressant use).

Doel OPERA

Hoofdvraagstelling: Wat zijn de korte en lange termijn effecten van vroege afbouw van antidepressiva versus latere antidepressiva afbouw? Het doel is te komen tot gepersonaliseerde zorg bij depressie waarbij de arts gebruik kan maken van duidelijke patiëntenprofielen bij het voorschrijven en afbouwen van antidepressiva.

Methode

Het OPERA onderzoek bestaat uit 2 fasen, de OPERA monitor en de OPERA afbouw studie. Voor de OPERA monitor-studie zullen 2000 depressieve patiënten geïncludeerd worden die recent zijn gestart met citalopram of sertraline. De inclusie vindt plaats via de huisarts, via de apotheek en ook kunnen patiënten zichzelf aanmelden. Depressieve klachten van deelnemers worden nauwkeurig in kaart gebracht door middel van 2 maandelijkse online vragenlijsten. De resultaten worden aan de patiënt en arts teruggekoppeld. Patiënten die gedurende minimaal 4 maanden hersteld zijn van hun depressie, worden gevraagd deel te nemen aan de OPERA-afbouw studie. Voor de OPERA-afbouw studie zullen 400 patiënten gerandomiseerd worden over onmiddellijke of late afbouw van antidepressiva. Hierbij zullen de klachten (en ook onttrekkingsverschijnselen) 2 jaar vervolgd worden. De hoofduitkomst is het uitblijven van depressieve klachten. Andere uitkomsten zijn bijvoorbeeld: bijwerkingen van antidepressiva, co-morbiditeit, kwaliteit van leven en de relatie met het DNA profiel.

Onderzoekers

Afdeling PHEG LUMC

Prof. dr. M.E. Numans, projectleider en huisarts
Dr. I.A. Arnold, huisarts-onderzoeker PHEG

Afdeling psychiatrie LUMC

Prof. A.M. van Hemert, afdelingshoofd Psychiatrie
Dr. G. Jacobs, psychiater-farmacoloog afdeling Psychiatrie

Contactpersoon

Ingrid Arnold: i.a.arnold@lumc.nl

Samenwerking

Consortium OPERA: VUMC, UMCG, ErasmusMC, Radboud UMC

Financiering

ZON-MW nr 80-84800-98-40002