Fase 2 Huisartsenpraktijk

De tweede fase in de huisartsenpraktijk: verdieping, toepassing en integratie

De tweede fase in de huisartsenpraktijk wordt gekenmerkt door verdieping van eerder verworven competenties en toepassing ervan in complexe situaties.

In deze tweede opleidingsperiode in de huisartspraktijk begint de aios in een nieuwe opleidingspraktijk. Deze opleidingsperiode vindt voor de aios altijd plaats in een andere opleidingspraktijk dan in het eerste opleidingsjaar. Waar noodzakelijk of wenselijk wordt de koppeling tussen aios en hao gestuurd. Deze sturing vindt plaats op basis van een advies aan de aios in de eerste opleidingsperiode in de huisartspraktijk.

In deze fase van de opleiding tot huisarts wordt van de aios verwacht dat hij zich bekwaamt in het omgaan met die huisartsgeneeskundige activiteiten, die gekenmerkt worden door complexe en langer durende hulpverleningsprocessen. De aios krijgt de kans om ervaren of geconstateerde lacunes die in de voorafgaande periode niet aangevuld konden worden, te vervullen. Vanaf de start maakt elke aios steeds voor een periode van drie maanden daartoe een individueel leerplan waaraan hij - in overleg en samenwerking met zijn opleider - zal gaan werken. In deze fase draagt de aios derhalve meer verantwoordelijkheid voor de inhoud en organisatie van het eigen leerproces.

In deze opleidingsperiode, waarin de aios met (snel) toenemende verantwoordelijkheid in de praktijk werkt, is een 'zelfstandige periode' van twee aaneengesloten weken opgenomen.

Kwaliteit en professionaliteit staan centraal.

Het onderwijs in deze opleidingsperiode is modulair ingericht. In een aantal modules worden onder meer de volgende onderwerpen geprogrammeerd:

  • Omgaan met somatiserende patiënten. Aan bod komen: herkennen van somatisatie, oefenen met gesprekstechnieken passend bij deze patiëntencategorie en hulpmiddelen voor de arts in het contact met deze 'lastige' groep patiënten.
  • Zorg voor chronische ziekten en praktijkmanagement. Hierin staat de chronische patiënt centraal. De top-5 chronische ziekten en de aanpak ervan in de verschillende praktijken worden behandeld, waarbij de aios een actieve rol vervult in het onderwijs. Van daaruit wordt de koppeling gemaakt naar visie en missie-aspecten voor de (toekomstige) huisartspraktijk. Daarnaast komen onderdelen van het beheren van een praktijk aan bod.
  • Zorg rond het levenseinde. Hierin komen de begeleiding van patiënten met kanker, palliatieve zorg, euthanasie, stervensbegeleiding en rouwverwerking aan de orde.

Naast bovenstaande reguliere onderdelen van het curriculum in de tweede fase is er bij de huisartsopleiding LUMC de mogelijkheid een differentiatie te volgen. De differentiatie heeft een studielast van maximaal drie maanden die wordt verspreid over het gehele derde jaar. Tijdens de differentiatie werkt de aios in de opleidingspraktijk, maar hij heeft de gelegenheid daar aan zijn gekozen onderwerp te werken.

Differentiatiemodules