Fase 1 de huisartsgeneeskundige basis

De eerste fase: de huisartsgeneeskundige basis

In de eerste fase staan het exploreren en ervaren van de rol van de huisarts centraal.

De opleiding begint met een introductieperiode van vier weken waarin de aios kennismaakt met de opleidingspraktijk en de opleidingsgroep. Per startmoment beginnen twee opleidingsgroepen in Leiden en één op de Campus in Den Haag. Het leren in de praktijk staat tijdens de hele opleiding centraal. De opleider begeleidt en beoordeelt het leerproces van de aios. Het cursorisch onderwijs is hierbij ondersteunend. Een belangrijk deel van dit onderwijs is gericht op het leren leren: het maken van een individueel leerplan, het ontdekken van de eigen stijl en het elkaar coachen bij het formuleren en realiseren van leerdoelen. 

Aan het einde van het eerste jaar dient de aios het dagelijks werk van de huisarts zodanig te beheersen dat hij in staat is om minstens één week de opleidingspraktijk 'waar te nemen'. Om dit doel te bereiken maakt de aios zich de benodigde diagnostische en therapeutische kennis en vaardigheden eigen. Zelfstudie wordt als een volwaardig onderdeel van de opleiding beschouwd en hiervoor worden dan ook richtlijnen gegeven.

Het onderwijs is in de eerste fase opgedeeld in blokken van ongeveer een kwartaal en opgebouwd van eenvoudig naar complex.

  • veel voorkomende, kortdurende eenduidige klachten (eerste blok)
  • langer durende veel voorkomende klachten (tweede blok)
  • diagnostisch moeilijker interpreteerbare klachten (derde blok)
  • chronische ziekten (vierde blok).

Aansluitend loopt de aios in de eerste fase van de huisartsenopleiding stage op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) van een ziekenhuis gedurende 6 maanden. Doel is het leren hanteren van continuïteit van zorg bij transmurale hulpverlening, waarbij het beheersen van hoogwaardige medisch-technische vaardigheden, het omgaan met acute stress en met het onderworpen zijn aan een hiërarchisch systeem belangrijke elementen zijn.

De Europese regelgeving schrijft voor dat een aios - naast een opleidingsperiode in de huisartspraktijk - ten minste zes maanden van de opleiding dient te besteden aan een opleidingsperiode (fulltime) in een erkend ziekenhuis. De aios leert in deze periode over zijn rol als 'dirigent' in de eerstelijnszorg die dienstbaar en beherend handelt ten opzichte van de patiënt. Hij kan deze periode benutten om de positie van de huisarts ten opzichte van de specialist en bijbehorende voorzieningen in het ziekenhuis te bepalen. De duur van dit deel van de opleiding kan variëren, doordat vrijstelling voor delen van de opleiding verleend kan worden door de RGS indien er sprake is van relevante voorervaring in erkende instellingen.

Het onderwijs in het eerste jaar richt zich op belangrijke 'taakgebieden' van het functioneren als huisarts, namelijk: medisch expert, wetenschapper, professional en communicator.