CuLTuS  studie

CuLTuS  studie (prematuren met zwangerschapsduur 24-30 weken)

Tijdens de zwangerschap vindt de gasuitwisseling van zuurstof en CO2 plaats via de moederkoek. De longen van de baby zijn dan nog gevuld met vocht. Na de geboorte moeten de longen de functie van de moederkoek overnemen. Dit betekent dat het vocht in de longen vervangen moet worden door lucht. Kinderen die te vroeggeboren worden hebben moeite met zelfstandig ademhalen, omdat hun longen en spieren nog niet voldoende gerijpt zijn. Daarom krijgen alle kinderen die voor 30 weken zwangerschapsduur geboren worden ademhalingsondersteuning in de vorm van luchtdruk (CPAP). CPAP wordt geven via een masker dat geplaatst wordt over de neus en mond. De hoeveelheid CPAP wordt uitgedrukt in cm H2O. Op dit moment geven wij direct na de geboorte 5 tot 8 cm H2O, maar in ziekenhuizen buiten Nederland worden hogere drukken gegeven.

Dieronderzoek wijst uit dat een hogere CPAP druk (15 cm H2O) zorgt dat het vocht gemakkelijker uit de longen gaat.  Daarnaast zorgt het voor een betere ondersteuning van de ademhaling, kunnen de longen sneller zuurstof opnemen en is er minder noodzaak voor extra zuurstof en beademing. Zodra het vocht uit de longen is, zal de CPAP druk weer afgebouwd worden om te voorkomen dat er te lang een hoge druk wordt gegeven.

Met dit onderzoek willen we onderzoeken of hoge CPAP druk ook de ademhaling van te vroeggeboren kinderen beter kan ondersteunen. Het onderzoek vindt plaats in de eerste 10 minuten na geboorte. In de informatiebrief kunt u uitgebreidere informatie lezen over dit onderzoek.