9 april 2014

LAGerhuisdebat

Werktijden en de invloed op kwaliteit van geleverde zorg
Koen van der Bogt en prof. dr. J.F. Hamming
Woensdag 9 april 2014

Het leven van de moderne arts(assistent) is intensief en vermoeiend. Zo staat de patiënt altijd centraal, willen we weten wat hun problemen zijn en worden operaties verricht. Er wordt echter ook veel administratie gedaan en geregistreerd. Hoe drukken deze  taken hun stempel op het functioneren van de arts vandaag de dag? Zijn avond- en nachtdiensten nog wel van deze tijd? Drukt de combinatie van management en administratie-taken in combinatie met avond- en nachtdiensten op de kwaliteit van onze zorg? Deze en meer vragen stonden centraal tijdens het LAGerhuisdebat 2014.

Aan de hand van recent onderzoek van Koen van de Bogt, chirurg in opleiding in het Medisch Centrum Haaglanden, en Jaap Hamming, opleider en hoogleraar vaatchirurgie in het LUMC, ging het publiek de discussie met elkaar aan. Van de Bogt leidde de avond in door het houden van een korte voordracht over zijn onderzoek 'Fit to Perform' en prof. dr. J.F. Hamming sprak kort over de acceptatie van werktijdenbesluiten en de verandering van mentaliteit binnen de beroepsgroep.

Fit to perform

Vermoeidheid van de dokter is van invloed op de kwaliteit van leven van de arts en brengt mogelijk de patientveiligheid in gevaar. Maar wat is vermoeidheid? Is het niet te simpel om vermoeidheid te definiëren als gevolg van gebrek aan slaap? Maar waarom zijn de arbeidstijden alleen op dit principe gestoeld? En wanneer is vermoeidheid van een onacceptabel niveau? En wat is de rol van ervaring? Hoe waarborg je genoeg exposure aan de AIOS in een tijd met een strenge arbeidstijdenwet? En is het beperken van oververmoeidheid niet maar een klein deel van de veiligheidscultuur die we moeten nastreven? 

Het Fit to Perform project richt zich op het meten van vermoeidheid van de dokter. Aan de hand van een pilot-studie en een brede validatiestudie wordt duidelijk dat het mogelijk is met een simpel apparaat op een snelle manier een idee te krijgen van meerdere aspecten van performance en stemming. Om te bepalen wat acceptabel is en niet zijn er verschillende referentiekaders geschetst. Zo is niet alleen duidelijk geworden wat het performancelevel is van AIOS na een drukke nachtdienst, maar is nu ook bekend hoe deze scores zich verhouden tot verschillende doses Ethanol (waar in het verkeer een wettelijke limiet voor is vastgesteld) en hoe de scores van het meetapparaat (de MiniNC) zich verhouden tot prestaties op een laparoscopiesimulator. Zo is er een maatschappelijk en een professioneel referentiekader gecreëerd, respectievelijk. Bovendien bieden de scores van stemming een persoonlijk referentiekader. Concluderend is er voor het eerst een multimodale testbatterij beschikbaar voor het meten van de vermoeidheid van de dokter. De uitkomsten van metingen met de MiniNC kunnen het werken onder grote vermoeidheid kan beperken en een evidence-based uitgangspunt vormen voor het maken van richtlijnen omtrent werktijden. Het feit dat dit initiatief vanuit de chirurgische beroepsgroep zelf komt, tekent de cultuuromslag die op dit moment plaatsvindt binnen de heelkunde. Patientveiligheid, onderlinge communicatie, een veilig opleidingsklimaat, en transparantie van zorg krijgen zo steeds meer de aandacht die ze verdienen.