14 april 2010

Sprekers: Albert Zwaveling en Jaap Hamming

Albert Zwaveling: 'Hoe wat het?'

In deze voordracht zal Albert Zwaveling spreken over de lotgevallen van de Leidse kliniek gedurende de perioden van professor Maarten Vink en zichzelf vanaf 1958 tot 1992.  Het begin van deze periode werd gekenmerkt door de overgang van de Duits-Oostenrijkse school naar de Angelsaksische school waardoor de heelkunde na de tweede wereldoorlog zich zijn definitieve plaats binnen de geneeskunde heeft verworven. Vink heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld door in Leiden de vaatchirurgie tot ontwikkeling te brengen en de eerste niertransplantatie, gevolgd door vele andere, in Nederland te verrichten. Beide disciplines werden voortgezet onder leiding van professor J.H. Terpstra. Op oncologisch gebied werden nieuwe technieken ontwikkeld en al vroeg de chemotherapie in de heelkunde geïntroduceerd. Experimenteel onderzoek kwam van de grond en een aantal assistenten gingen voor aanvullende training en onderzoek gedurende een langere periode naar de Verenigde Staten. Er was sprake van groot enthousiasme en onderlinge verbondenheid vooral toen de volle 6 jaren van de opleiding nog in de Leidse kliniek werden doorgebracht.

De verdere ontwikkelingen van operatietechnieken en wetenschappelijk onderzoek in de loop van de bovengenoemde periode zullen aan de orde komen tot aan de eerste endoscopisch verrichte galbaas operatie in 1991. Daarnaast bespreekt Zwaveling hoe in de loop der jaren de specialisatie binnen de heelkunde zijn intrede deed en de artsen gebonden werden aan o.a. protocollen en richtlijnen, aan werktijdregulering en eisen van Inspectie en specialisten registratie commissie, waardoor de inleiding tot de moderne heelkunde werd gerealiseerd.

Jaap Hamming: 'Heelkunde, heden en toekomst’

De Heelkunde is van oudsher een discipline met een breed zorgprofiel. Toenemende ken nis en kunde maken differentiatie binnen de heelkunde onvermijdelijk en dat heeft belangrijke consequenties voor de manier van werken van de chirurg. De inhoudelijke vooruitgang speelt zich af op het gebied van verbeterde technieken met de nadruk op minimaal invasieve technieken. Aansprekende voorbeelden zijn de ontwikkelingen in de laparoscopische chirurgie jaren tachtig en de endovasculaire behandeling van aneurysma’s eind jaren negentig. Betere materialen zorgen voor veranderingen in indicaties voor operaties zoals in de traumatologie, waardoor steeds meer fracturen operatief behandeld worden. Door vergaande differentiatie komt de rol van de chirurg als pleitbezorger voor de patiënt als geheel onder druk te staan en dit is een bron van zorg. Meer en meer wordt aandacht besteed aan de veiligheid van de patiënt. Systematisch doorlopen van processen, procesbewaking en audits spelen hierin een belangrijke rol. De bewustwording van de chirurgen op dit gebied neemt sterk toe en dat is ook noodzakelijk. De maatschappij kijkt kritisch naar chirurgische behandelingen en de veiligheidsaspecten. Het belang van een goede dynamiek van chirurgische vakgroepen voor de kwaliteit van zorg wordt in toenemende mate erkend en evaluaties van chirurgen individueel en als groep zullen worden uitgebreid. Daarnaast hebben maatschappelijke ontwikkelingen, zoals arbeidstijden en transparantie eisen, invloed op de manier van werken van de chirurg en de wijze waarop opleiding gegeven kan en moet worden.