Hemaferese: Informatie therapeutische aferese

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Hematologie

Deze folder geeft u informatie over plasmaferese, erytrocytenaferese (wissel en depletie). Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders is. Deze folder beschrijft de wijze waarop de behandeling in het LUMC op de afdeling Hemaferese wordt uitgevoerd.

Inleiding:

Bloed bestaat uit de volgende componenten:

  • rode bloedcellen; deze cellen zorgen voor het zuurstoftransport
  • witte bloedcellen; deze cellen zorgen voor de afweer tegen infecties
  • bloedplaatjes; deze cellen zorgen voor de bloedstolling
  • plasma; is de vloeistof waarin de bloedcellen zich bevinden

Wat is plasmaferese?

Bij plasmaferese wordt het bloed gescheiden in plasma en "overige" cellen. Het plasma met daarin de ziekmakende stoffen wordt vervangen door Albuman (plasmavervangende vloeistof zonder stollingsfactoren) of  Omniplasma (door donoren afgestaan plasma met stollingsfactoren). Uw eigen bloedcellen (rode- en wittecellen en bloedplaatjes) krijgt u weer terug. Alleen het plasma wordt gewisseld.

De plasmaferese gebeurt door middel van een celscheidingsapparaat waar uw bloed doorheen wordt gevoerd.

Om deze procedure te kunnen uitvoeren, wordt in een ader in de onderarm een infuusnaald ingebracht .Deze arm kunt u na het inbrengen gewoon gebruiken.

In de andere arm wordt een starre-naald in gebracht. Deze arm kunt u niet bewegen en moet u zo stil mogelijk houden. Soms is het niet mogelijk om een naald in een ader in de arm in te brengen. Dan wordt er door de arts een bloedvat in de lies of hals aangeprikt. Meestal gebeurt dit onder echogeleiding en vaak wordt deze lijn op de intensive care ingebracht. Dit gebeurt daar, omdat de artsen die dat doen daar werken en het makkelijker is om naar hun afdeling te gaan i.v.m. apparatuur en spullen. Dit noemen we een Centraal Veneuze Katheter (CVK). Deze CVK bestaat uit één lijn met twee aparte aansluitpunten. Op beide naalden of op de CVK worden slangen aangesloten. Het bloed gaat via een slang naar de machine. De machine bestaat uit een centrifuge en scheidt de cellen van het plasma. Het plasma wordt in een opvangzak verzameld. Uw bloedcellen worden via de terugvoerende slang in de andere arm terug gegeven samen met het plasmavervangingsmiddel of het donorplasma. Op deze manier wordt ongeveer 1,5 keer uw totale plasmavolume gewisseld. Om te voorkomen dat het bloed gaat stollen in de machine wordt een antistollingsmiddel aan het bloed dat naar de machine gaat toegevoegd. Tijdens de plasmaferese ligt u op een bed op de afdeling hemaferese of komt een hemaferese verpleegkundige met de machine op locatie in het ziekenhuis. Tijdens de procedure is de hemaferese verpleegkundige bij u op de kamer aanwezig. De behandeling duurt ongeveer drie uur. Of de plasmaferese moet worden herhaald en hoe vaak is afhankelijk van uw ziektebeeld.

Eventuele bijwerkingen:

Tijdens de plasmaferese wordt een antistollingsmiddel toegevoegd aan het bloed dat naar de machine gaat. Hiervan komt ook een klein beetje in uw lichaam terecht. Als gevolg hiervan treedt er soms een tintelend gevoel op rond de mond en/of in de vingers of tenen. Om deze bijwerking te voorkomen krijgt u een medicijn (calcium) in een bloedvat toegediend tijdens de procedure. Dit gebeurt via dezelfde naald als waar uw bloed over wordt terug gegeven.

Er kan een bloeduitstorting optreden rond de aangeprikte bloedvaten en (zelden) een infectie.

Zeer zelden komen allergische reacties voor op het donorplasma. Met behulp van medicijnen kunnen deze reacties worden tegengegaan.

Wat is erythrocytaferese?

Bij erythrocytaferese wordt uw bloed gescheiden in de (afwijkende) rode bloedcellen (erythrocyten) en het plasma met daarin de overige bloedcellen. Vervolgens worden de rode bloedcellen in een aparte opvangzak verzameld en vervangen door gezonde rode bloedcellen van een donor. Alleen uw rode bloedcellen worden weggenomen, de andere bloedcellen krijgt u weer terug.

Deze behandeling wordt toegepast bij onder andere sikkelcelanemie en ernstige malaria.

De erytrocytaferese gebeurt door middel van een celscheidingsapparaat waar uw bloed doorheen wordt gevoerd. Om deze procedure te kunnen uitvoeren, wordt in een ader in de onderarm een infuusnaald ingebracht. Deze arm kunt u na het inbrengen gewoon gebruiken.

In de andere arm wordt een starre-naald in gebracht. Deze arm kunt u niet bewegen en moet u zo stil mogelijk houden. Soms is het niet mogelijk om een naald in een ader in de arm in te brengen. Dan wordt er door de arts een bloedvat in de lies of hals aangeprikt. Meestal gebeurt dit onder echogeleiding en vaak wordt deze lijn op de intensive care ingebracht. Dit gebeurt daar, omdat de artsen die dat doen daar werken en het makkelijker is om naar hun afdeling te gaan i.v.m. apparatuur en spullen. Dit noemen we een Centraal Veneuze Katheter (CVK). Deze CVK bestaat uit één lijn met twee aparte aansluitpunten. Op beide naalden of op de CVK worden slangen aangesloten. Het bloed gaat via een slang naar de machine. De machine bestaat uit een centrifuge en scheidt de rode cellen van de overige bloedcellen en het plasma. De rode cellen worden in een opvangzak apart gehouden. Via de andere slang wordt het plasma samen met de overige bloedcellen en de donor-erythrocyten teruggegeven.

Om te voorkomen dat het bloed gaat stollen in de machine wordt een antistollingsmiddel aan het bloed dat naar de machine gaat toegevoegd. Tijdens de erytrocytaferese ligt u op een bed op de afdeling hemaferese. Tijdens de procedure is de hemaferese verpleegkundige steeds aanwezig. De behandeling duurt ongeveer drie uur.

Hoe vaak en wanneer de erythrocytaferese moet worden herhaald is afhankelijk van uw ziektebeeld. Soms is het een therapeutische behandeling en zult u eens in de 6-8 weken voor een aferese naar het ziekenhuis moeten komen.

Eventuele bijwerkingen

Tijdens de erythrocytaferese wordt een antistollingsmiddel toegevoegd aan het bloed dat naar de machine gaat. Hiervan komt een klein beetje in het lichaam terecht. Als gevolg hiervan treedt soms een tintelend gevoel op rond de mond en/of in de vingers/tenen. Dit is met een medicijn (calcium intraveneus) snel te verhelpen.

Er kan een bloeduitstorting optreden bij de aangeprikte bloedvaten en (zelden) een infectie.

Door de donor erythrocyten die u krijgt toegediend kunnen zeer zelden reacties optreden. Met behulp van medicijnen kunnen deze reacties worden tegengegaan.

Depletie: ("nieuwe" aderlating)

Aderlating wordt toegepast bij mensen bij wie te veel ijzer in het bloed zit (hemochromatose of ijzerstapeling) of  te veel rode bloedcellen aanmaken (polycythemia vera). 

Te veel ijzer in het bloed is schadelijk voor het lichaam. Door middel van aderlaten (of bloeddonatie) wordt bloed aan het lichaam onttrokken. Het lichaam reageert hier op door nieuw bloed aan te maken. Voor dit aanmaken van nieuw bloed is ijzer nodig. Het lichaam gebruikt hier voor het in het lichaam opgeslagen ijzer, waardoor de hoeveelheid opgeslagen (gestapeld) ijzer daalt. Een daling van het opgeslagen ijzer leidt tot een daling van het ferritinegehalte en de transferrineverzadiging.

Als u te veel klachten heeft van de aderlating kan uw arts u voorstellen een depletie-aferese te ondergaan.

Om deze procedure te kunnen doen worden er in beide armen een infuusnaald ingebracht.

Op één infuus wordt de slang voor het aanvoerende bloed naar de machine aangesloten, op het andere infuus de terugvoerende slang. De machine bestaat uit een centrifuge en scheidt de rode cellen van de overige bloedcellen en het plasma De rode cellen worden in een opvangzak apart gehouden. Via de terugvoerende slang wordt het plasma met de overige bloedcellen samen met een compensatie vloeistof voor de verwijderde rode bloedcellen terug gegeven. De depletie duurt ongeveer 30 minuten, hoe vaak en wanneer de depletie moet worden herhaald, is afhankelijk van het Ferritine gehalte.

Eventuele bijwerkingen:

Er kan een bloeduitstorting optreden rond de aangeprikte bloedvaten en (zelden) een infectie.

Mocht u na het lezen van de deze folder nog vragen hebben kunt u contact opnemen met de afdeling Hemaferese

Telefoonnummer: 071-526 38 10

E-mail: Hemaferese@lumc.nl

Juni 2020