Geschiedenis van het LUMC

St. Caecilia Gasthuis

Het LUMC kent een lange geschiedenis. In 1575 schonk Willem van Oranje aan Leiden een universiteit, de eerste in Noord-Nederland. Vermoedelijk koos hij Leiden uit omdat deze stad een jaar eerder een langdurig beleg door de Spanjaarden had doorstaan. De universiteit begon met drie faculteiten: Rechtsgeleerdheid, Godgeleerdheid en Medicijnen. In de optocht bij de opening liep ook de eerste en voorlopig enige professor in de medicijnen mee: Geraert de Bondt (Bontius).

Colleges aan het bed

Bij de medische faculteit hoorden behalve geneeskunde ook anatomie en plantkunde. Voor onderwijs en onderzoek hadden de hoogleraren de beschikking over een anatomisch theater en een hortus botanicus. In 1636 kwam daar een aantal bedden in het Caeciliagasthuis (nu Museum Boerhaave) bij, waar onderwijs werd gegeven. Daarmee was het eerste academisch ziekenhuis een feit. In de vroege 18de eeuw was het de internationaal befaamde Herman Boerhaave die er colleges aan het bed gaf. 

Theatrum Anatomicum

Zieken en hoogleraren verhuisden enkele malen naar grotere en beter ingerichte panden, en in 1873 opende het eerste als zodanig gebouwde academisch ziekenhuis zijn deuren aan de Steenstraat (nu Museum Volkenkunde). Dit was opgezet op basis van de toenmalige verpleegpraktijken en operatietechnieken, maar na de voltooiing van het pand werd het al zeer snel als onbruikbaar en onverantwoord ervaren. Er was behoefte aan meer laboratoriumruimte en veiliger en comfortabeler omstandigheden voor patiënten en personeel. Aan die behoefte moest een nieuw ziekenhuis aan de Rijnsburgerweg voldoen.

Het nieuwe ziekenhuis zou gebouwd worden in paviljoens: een concept waarmee men besmetting van patiënten onderling hoopte te voorkomen. Door de Eerste Wereldoorlog en financiële tekorten begon de bouw pas in de jaren twintig. Tegen die tijd was het paviljoensysteem eigenlijk al verouderd. Van dit complex resteert alleen het Poortgebouw.

Verder staan de in de jaren 30 en 40 opgetrokken faculteitsgebouwen (Anatomie, Pathologie, Fysiologie) er nog. Ze zijn in gebruik bij de universiteit, evenals het gebouw van de de Faculteit Sociale Wetenschappen. Dat is in de jaren 60 neergezet voor de poliklinieken Interne Geneeskunde. In de jaren 80 en 90 verhuisden geleidelijk alle klinische afdelingen uit de paviljoens naar de nieuwbouw: het huidige Gebouw 1 van het LUMC.

Afgelopen eeuw

De geneeskunde is in de afgelopen eeuw onherkenbaar veranderd en ontwikkeld. Steeds verfijndere specialisatie en grotere medische mogelijkheden vroegen om meer laboratoria. Na de Tweede Wereldoorlog werd biomedisch onderzoek een steeds belangrijker taak van de Leidse Faculteit der Geneeskunde. De opleiding Biomedische Wetenschappen is daar een uiting van. In de patiëntenzorg zijn hoogtechnologische behandelingen in de plaats gekomen van weken of maanden durende opnames. 

De al jaren bestaande samenwerking tussen universiteit en academisch ziekenhuis kreeg in 1996 duidelijk gestalte. Toen gingen ziekenhuis en faculteit samen op in het Leids Universitair Medisch Centrum met patiëntenzorg, onderzoek, onderwijs, opleiding en bij- en nascholing als vijf kerntaken. Met de opening van twee nieuwe gebouwen (voor onderzoek en onderwijs) op 1 december 2006 werd een grote wens werkelijkheid: alle kerntaken verenigd op één plek. De verschillende gebouwen zijn verbonden door loopbruggen en tunnels, waarmee de samensmelting van deze kerntaken wordt gesymboliseerd.