ECMO uitleg voor patiënten en familie 

Extracorporele membraanoxygenatie (ECMO) wordt toenemend gebruikt voor ondersteuning bij hart- en/of longfalen, zowel bij kinderen als bij volwassenen. ECMO is een vereenvoudigde vorm van een hartlongmachine. ECMO wordt sinds 1976 gebruikt om enkele dagen tot weken of zelfs maanden het lichaam te ondersteunen. De functie van hart en longen wordt overgenomen zodat deze de tijd krijgen te herstellen. Bloed wordt uit de patiënt geleid en door een kunstlong gepompt waar zuurstof toegediend wordt en koolstofdioxide afgevoerd wordt. Vervolgens wordt het bloed teruggegeven aan de patiënt waardoor het lichaam van zuurstof voorzien kan worden.


Het ECMO systeem



Het ECMO-systeem zoals dat in het LUMC wordt gebruikt. A: de zuurstofblender. B: hier kan het toerental ingesteld worden en wordt de gemeten bloedflow weergegeven. C: de kunstlong. D: de motor van de pomp die m.b.v. magneten het vervangbare schoepenrad laat ronddraaien. E: de pomp en de kunstlong voordat het ECMO-systeem opgebouwd wordt. In het wit is het schoepenrad te zien dat het bloed voortdrijft. De groene slang is de zuurstofslang. F: een monitor waarop de waarden weergegeven worden van twee continue gemeten bloedgas analysers (veneus en arterieel). G: machine voor nierfunctie vervangende therapie (zie tekst voor uitleg). H: beeldscherm waar verschillende drukken en temperaturen op weergegeven worden. I: verwarmingsapparaat. J: handmatige pomp voor noodgevallen (bijv. als de motor kapot gaat of de batterij uitvalt).

Uitleg

Bij iedere vorm van ECMO wordt het bloed van de patiënt wordt met een veneuze canule (buis in ader) uit het lichaam gehaald, met behulp van een pomp door de kunstlong geleid, verwarmd en via een canule in slagader (arterie) of ader (vene) weer aan het lichaam terug gegeven. De bloedflow door het ECMO-systeem wordt bepaald door het aantal in te stellen  toeren per minuut van de pomp  (D) en is o.a. afhankelijk van: de vullingstoestand van de patiënt, de weerstand in de slangen en de ligging van de slangen. Liggen deze slangen bijvoorbeeld tegen een wand aan dan zal bloed minder makkelijk uit het lichaam gehaald kunnen worden. 

De werking v.d. een kunstlong (C) is in zekere zin te vergelijken met een menselijke long, alleen minder efficiënt. Net zoals bij de mens bepaalt het ademminuutvolume de koolstofdioxide uitscheiding. Het ademminuut volume van de kunstlong wordt gereguleerd door de zuurstof toevoer naar de kunstlong te variëren met behulp van een zuurstofblender (A). Een zuurstofblender is een gasmixer waarmee de flow in liters per minuut en de zuurstof in procenten kan worden ingesteld. De hoeveelheid zuurstof in dit gasmengsel bepaalt in belangrijke mate de toevoer van zuurstof in de kunstlong. Hoe meer zuurstof er aan de kunstlong geleverd wordt, hoe beter het bloed van de patiënt van zuurstof wordt voorzien. 

Welke typen ECMO zijn er?

Veno-arteriële ECMO (VA-ECMO): Wordt gebruikt bij hartfalen met of zonder longfalen. Bloed wordt uit een grote ader gehaald en na oxygenatie (van zuurstof voorzien) en verwarming weer via een slagader (arterie) aan het lichaam teruggegeven. Hart en longen worden dus beide ontzien en de patiënt is dus niet afhankelijk van de pompfunctie van zijn hart. Bloed kan direct uit de rechter boezem of grote ader (vene) gehaald worden en weer terug gegeven worden via de grote lichaamsslagader (aorta), lies slagader of via een slagader onder het sleutelbeen/of hals.

Veno-veneuze ECMO (VV-ECMO):  Wordt gebruikt als de longen niet voldoende in staat zijn om zuurstof op te nemen en/of koolstofdioxide uit te scheiden, ondanks maximale beademing. Bloed wordt uit een grote ader (vene) gehaald en na oxygenatie (van zuurstof voorzien) en verwarming weer meestal via een grote halsvene weer teruggegeven. De patiënt moet hierbij wel een adequate hartfunctie hebben om dit zuurstofrijke bloed door de longen en door de rest van het lichaam te pompen. Met deze vorm van ECMO is wereldwijd de meeste ervaring en wordt de longfunctie overgenomen tot de longen zijn genezen en weer voor adequate gaswisseling zorgen.

Indicaties voor VA-ECMO

Er zijn vele indicaties waarvoor VA-ECMO gebruikt wordt, meestal als 'rescue' therapie. Omdat ECMO feitelijk geen therapie is, maar alleen ondersteuning van de lichaamscirculatie is het belangrijk dat herstel van de hart- en of longfunctie een reële optie is voordat men tot ECMO overgaat.

Indicaties voor VV-ECMO 

Er zijn vele indicaties de voornaamste zijn ernstige bacteriële of virale longontsteking, longproblemen na operatie en longonsteking na verslikking. VV-ECMO wordt toegepast om de long de kans te geven om te herstellen, dit kan dagen, weken tot zelfs maanden duren.   

Patiënten folders:

ECMO bij kinderen
ECMO bij volwassenen