Alternatieven voor dierproeven

De zogenoemde 3Vs van de proefdierkunde: Vervanging, Vermindering en Verfijning zijn voor het LUMC belangrijke uitgangspunten.

Vervanging

Soms is het mogelijk om een dierproef in zijn geheel te vervangen door een alternatief. De afgelopen jaren zijn LUMCers succesvol geweest in het ontwikkelen en testen van bruikbare alternatieven. Zij hebben daar verschillende prijzen mee gewonnen.
In 2008 kregen onderzoekers van het LUMC de publieksprijs van de Dierenbescherming voor de ontwikkeling van een testsysteem met celkweek gebaseerd op huid afkomstig van patiënten. Dit systeem vervangt een test met levende dieren.
In 2009 kwam daar de prijs voor alternatieven van ZonMW, “de Parel”, bij voor het succesvol kweken van menselijke huid buiten het lichaam en de toepassing daarvan bij onderzoek naar huidkanker. In datzelfde jaar kende de Stichting Stimuleringsfonds Alternatieven voor dieren de Willy van Heumen prijs toe aan onderzoekers van het LUMC voor de ontwikkeling van een proefdiervrij onderzoekmodel voor reuma.
In juni 2014 ontvingen onderzoekers van het LUMC de Hugo van Poelgeestprijs voor hun inzet om belangrijk biomedisch en farmaceutisch onderzoek op menselijke weefsels mogelijk te maken door het gebruik van menselijke pluripotente stamcellen en daardoor dierproeven te vervangen. 

Vermindering

Een goede proefopzet en uitvoering van de proef dragen bij aan verantwoord gebruik van proefdieren; ze voorkomen het gebruik van meer dieren dan strikt noodzakelijk is om een onderzoeksvraag te beantwoorden. Het LUMC heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in faciliteiten als die voor genomics, proteomics, metabolomics en bio-imaging. Onderzoeksvragen waar voorheen altijd proefdieren voor moesten worden gebruikt, kunnen nu deels of soms geheel beantwoord worden door de analyse mogelijkheden van DNA/ RNA en/ of eiwitten. Daaruit kunnen dan nieuwe vragen opkomen en/ of kan de oorspronkelijke onderzoeksvraag verfijnd worden.

Het LUMC heeft een centrale unit voor integrale karakterisatie (fenotypering) van knaagdiermodellen in gebruikgenomen. Deze unit is ingericht met de meest geavanceerde apparatuur voor niet-invasieve metingen, waaronder MRI en CT, en voor metabolisme- en gedragsonderzoek.

Verfijning

De in 2007 betrokken nieuwe centrale proefdiervoorziening voor kleine proefdieren voldoet aan de eisen die in deze tijd aan de verantwoorde huisvesting van dieren mogen worden gesteld. Er is een uitgebreid gezondheidsbewakingprogramma voor knaagdieren dat wordt ondersteund door een dierenarts en een proefdierpatholoog. Het welzijn van de dieren wordt dagelijks gecontroleerd. Adequate anesthesie en pijnbestrijding zijn belangrijke aandachtspunten bij invasieve ingrepen bij de dieren.