Carpaal tunnelsyndroom

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Heelkunde

Deze folder geeft u globale informatie over een carpaal tunnelsyndroom en de operatie daarvan zoals die in het LUMC plaats vindt. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.

Algemene informatie rondom een operatie

Als u een operatie moet ondergaan, is het van belang dat u het daarmee eens bent. Bespreek daarom vóór de operatie al uw vragen en zorgen met uw arts.
Vaak zal u gevraagd worden of u de gang van zaken rond de operatie voldoende hebt begrepen. U moet zich dan afvragen of de voorlichting die u over de operatie hebt gekregen, voor u voldoende is geweest. Pas dan kunt u achter de beslissing staan en uw toestemming voor de operatie geven.

Niet iedereen zal alle specifieke details over de procedure rond de operatie willen weten. Toch is het verstandig wanneer u goed geïnformeerd bent. Na een gesprek met uw arts zou u eigenlijk een antwoord moeten weten op vragen als:

  • Wat zijn de beweegredenen van mijn arts om bij mij een operatie voor te stellen?
  • Zijn er eventueel andere behandelingsmogelijkheden?
  • Wat wordt er bij de operatie gedaan?
  • Wat zijn de complicaties van de operatie?
  • Welk resultaat mag ik van de operatie verwachten?
  • Is ziekenhuisopname noodzakelijk en zo ja: hoe lang kan de opname duren?
  • Wat staat mij te wachten in de herstelfase na de operatie?

Veel van deze vragen zullen al spontaan door uw arts tijdens de voorlichting over de operatie beantwoord zijn. Het is daarbij goed u te realiseren dat geen enkele arts het resultaat van een operatie volledig kan garanderen. Er zijn verschillende factoren die een rol kunnen spelen. Zo is elke operatie weer anders, afhankelijk van omstandigheden en reacties van elke individuele patiënt. Uw arts zal u een redelijk beeld kunnen geven van wat u van de operatie mag verwachten.

Wat is het carpale tunnelsyndroom?

Dit is een beknelling van de middelste zenuw ter hoogte van de pols. Deze zenuw loopt van de onderarm naar de handpalm via een soort tunnel die wordt gevormd door de handwortelbeentjes en een peesblad.
De beknelling van de zenuw ontstaat door zwelling van het bindweefsel of vochtophoping, waardoor de druk in de tunnel toeneemt.

Verschijnselen en klachten

De klachten die mensen hebben van het carpale tunnelsyndroom kunnen nogal uiteenlopen. Zo kunt u last hebben van:

  • Een prikkelend en pijnlijk gevoel of tintelingen in de vingers en in de hand.
  • Een doof gevoel in de handpalm en in de vingers. Soms een gevoel alsof de hand opgezwollen is.
  • Een uitstralende pijn naar de onderarm, de elleboog en de schouder.
  • Soms krachtverlies in uw hand waardoor u zomaar dingen kunt laten vallen.

Heel vaak komen deze klachten in de loop van de nacht voor en zorgen ervoor dat u wakker wordt. Hoewel de klachten meestal aan één hand voorkomen, kan het ook gebeuren dat men last krijgt van de andere hand. Opvallend is dat de klachten nogal eens ontstaan tijdens een zwangerschap of aan het begin van de overgang.

Is verder onderzoek nodig?

Op grond van de klachten kan de diagnose vaak worden vermoed. Als de klachten toenemen wanneer er op uw hand gedrukt wordt is de diagnose nog waarschijnlijker. Om zeker te weten of er sprake is van het carpale tunnelsyndroom is meestal een EMG nodig (ElectroMyoGrafie). Hiervoor wordt een afspraak gemaakt op de polikliniek. U ontvangt over dit onderzoek een aparte folder.

De anesthesie

Met anesthesie wordt bedoeld: de wijze waarop u of de te opereren plaats verdoofd wordt tijdens de operatie. De operatie wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving waarbij alleen de arm gevoelloos is.

De operatie

De operatie wordt op de polikliniek of tijdens een dagbehandeling verricht. Wat een dergelijke dagbehandeling betekent, staat aan het einde van deze folder vermeld.
De operatie duurt ongeveer twintig minuten en is erop gericht de druk op de zenuwen weg te nemen. Het is een operatie waarbij een snee wordt gemaakt in de pols aan de kant van de handpalm. De tunnel wordt verwijd door de dwarse polsband door te snijden. 

Na de operatie

Na de operatie wordt een drukverband aangelegd. Dit verband mag na één dag worden verwijderd. 
De hechtingen kunnen na zeven tot tien dagen worden verwijderd. 

Het is verstandig als u de eerste dag(en) na de operatie de arm in een hoge draagdoek houdt. U dient al snel te beginnen met oefeningen van de vingers. In het begin gaat dit wat moeizaam, maar na enkele dagen zal dat al veel beter gaan. 

Het litteken aan de pols blijft vaak langer gevoelig, met name bij druk zoals bij het steunen op de pols. De klachten die u had, zijn vaak al direct na de operatie verdwenen. U moet er echter op rekenen dat u gedurende een bepaalde periode krachtverlies in uw hand zult hebben. Dit herstelt zich meestal binnen 6 weken.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is vrij van kans op complicaties. 
Bloedingen en soms wondinfecties zijn de belangrijkste complicaties bij deze operatie. 
Mochten uw vingers de dag na de operatie blauw en koud worden of krijgt u veel meer pijn (mogelijk zit het verband te strak), dan dient u zo snel mogelijk contact op te nemen met het ziekenhuis (071-526 9111) en te vragen naar het Centrum Eerste Hulp.

Dagbehandeling

Als besloten wordt om de operatie in dagbehandeling uit te voeren, gelden voor u de hier vermelde zaken

Bij dagbehandeling wordt u gedurende minimaal drie uur opgenomen op een verpleegafdeling van het LUMC. Gedurende deze periode wordt de operatie uitgevoerd en wordt ook, indien nodig, (laboratorium)onderzoek gedaan.

U wordt schriftelijk of telefonisch opgeroepen voor de dagbehandeling. U zult hierbij geïnformeerd worden over de plaats, de dag en het tijdstip waarop u zich moet melden. Dit tijdstip zal meestal liggen tussen 06.30 uur en 08.30 uur.

Wat neemt u mee in geval van dagbehandeling?

Hieronder vindt u een lijstje van zaken die u in ieder geval mee moet nemen:

  • bewijs van inschrijving in het ziekenfonds of ziektekostenverzekering
  • de inschrijfkaart van het LUMC
  • nachtkleding, pantoffels of slippers
  • toiletartikelen
  • thuis gebruikte medicijnen (in de originele verpakking)
  • een eventueel dieetvoorschrift

Het is aan te raden gemakkelijke, ruim zittende kleding aan te hebben op de dag van opname. Strakke kleding kan ongemakkelijk zijn in geval van een wond en eventueel verband.

Inschrijven

Voor een dagbehandeling dient u zich in te schrijven in het ziekenhuis op de verpleegafdeling. 

Opname op de verpleegafdeling

Nadat u zich op de verpleegafdeling gemeld heeft, zal een verpleegkundige u een bed wijzen, u voorbereiden op de operatie en u nog enige vragen stellen. 
U krijgt een polsbandje om waarop uw naam, geboortedatum en de naam van de afdeling vermeld staan. Dit polsbandje moet u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis dragen, zodat onder alle omstandigheden duidelijk is wie u bent.

Nadat de operatie heeft plaatsgevonden wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. Daar blijft u dan enkele uren.
Het is mogelijk dat uw toestand onverwacht zodanig is, dat het niet verantwoord is u uit het ziekenhuis te laten vertrekken. De dagbehandeling wordt dan omgezet in een gewone opname. Dat betekent dat u toch één of meerdere dagen in het ziekenhuis moet blijven. 

Vertrek uit het ziekenhuis na dagbehandeling

Bij ontslag uit het ziekenhuis bestaat de kans dat u lichamelijk nog niet helemaal fit bent. Wij raden u daarom aan niet alleen naar huis te gaan of zelf een auto te besturen. 


mei 2004