Bottransplantaat bij schisispatiënten

This information is provided by Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie

Deze brochure geeft informatie over het sluiten van de kaakspleet met een bottransplantaat bij schisispatiënten.

Het bottransplantaat 

Er zijn meerdere redenen waarom het verstandig is om de nog aanwezige kaakspleet bij schisispatiënten op te vullen met een bottransplantaat. De voornaamste redenen zijn:

  1. het bevorderen van een goede doorbraak van de blijvende hoektand
  2. het herstellen van de continuïteit van het kaakbot
  3. het mogelijk maken van de orthodontische behandeling
  4. het sluiten van de open verbinding tussen de mond en de neus
  5. het geven van steun aan de neusvleugel(s) en de bovenlip

Als bottransplantaat wordt bot van de patiënt zelf gebruikt. Dit kan bot uit de kin zijn of bot uit de bekkenkam. De keuze van het bottransplantaat is vooral afhankelijk van de hoeveelheid bot die nodig is en wordt zoveel mogelijk vóór de operatie bepaald aan de hand van röntgenfoto’s. De resultaten met beide bottransplantaten zijn vergelijkbaar.

Het meest geschikte moment om een bottransplantaat aan te brengen wordt bepaald door de ontwikkeling van de blijvende hoektand of – zo die aanwezig is – de tweede snijtand. Dit moment wordt vastgesteld met behulp van röntgenfoto’s. Meestal is dit tussen het achtste en elfde jaar.

De behandeling

De operatie vindt plaats onder narcose en duurt, afhankelijk van de afwijking, ongeveer anderhalf uur. Dit hangt met name af van het feit of de kaakspleet enkelzijdig of dubbelzijdig is. Voor de operatie (soms op de dag ervoor) wordt een lichamelijk onderzoek gedaan en bespreekt de anesthesist (narcotiseur) de gang van zaken rond de narcose. Met de anesthesist kunnen de ouders bespreken of één van hen aanwezig zal zijn bij het begin van de narcose.

Tijdens de operatie sluit de kaakchirurg met behulp van het slijmvlies van de kaakspleet de nog bestaande opening naar de neus. Hierna wordt het bottransplantaat in de kaakspleet ingebracht. Tenslotte wordt het tandvlees hier overheen gehecht zodat het bottransplantaat helemaal is bedekt. De operatie gebeurt volledig vanuit de mond, zodat geen littekens aan de buitenkant van de mond ontstaan. Alleen bij het gebruik van bot uit de bekkenkam wordt een kleine snede in de huid gemaakt.

Na de operatie

De eerste dagen na de operatie is er sprake van wat pijn in het operatiegebied. Dit is met pijnstillers goed te bestrijden. Het gezicht is de eerste dagen na de operatie vaak wat gezwollen. Deze zwelling wordt na drie dagen snel minder. Soms komt er na de operatie een beetje bloed uit de mond. Ook uit de neus kan de eerste dagen wat bloed komen. De neus mag niet gesnoten worden, maar kan het beste enige tijd worden ‘opgehaald’.Wanneer er bot uit de bekkenkam is gebruikt kan het lopen in het begin nog wat pijnlijk zijn.

De duur van de opname in het ziekenhuis varieert van drie tot vijf dagen. Zo nodig zal met de mondhygiënist over de verzorging van de mond worden gesproken.

Weer thuis 

De meeste patiënten kunnen na één of twee weken hun normale activiteiten op school weer hervatten. Rustige sporten, zoals joggen en zwemmen, zijn dan ook weer verantwoord. Zeer zware lichamelijke inspanning en contactsporten, zoals de meeste balsporten en bijvoorbeeld judo, moeten de eerste twee maanden vermeden worden. Wanneer aan de bekkenkam is geopereerd is het verstandig om de eerste vier weken helemaal niet te sporten.

Na ontslag uit het ziekenhuis vinden er nog enkele poliklinische controles plaats om te kijken hoe de genezing verloopt. Zo nodig wordt het reinigen van het gebit door de mondhygiëniste begeleid.

Tot één jaar na de operatie vinden er nog regelmatig controles plaats.

Mondverzorging 

Goede mondverzorging is vóór en ná de operatie erg belangrijk. Hiermee wordt de genezing versneld. In het ziekenhuis begint de patiënt met meerdere malen per dag de mond te spoelen met chloorhexidine. Door deze spoeldrank kan een bruine aanslag op de tong en de tanden ontstaan. Deze aanslag is tijdelijk en verdwijnt later weer door goed te poetsen. Bij ontslag uit het ziekenhuis bespreekt de kaakchirurg wanneer de patiënt het gebit mag poetsen. Goed poetsen met een tandenborstel met een kleine kop (bijvoorbeeld een kindertandenborstel) is erg belangrijk. De tong kan in deze periode de lippen niet goed bevochtigen zoals gebruikelijk. Droge lippen kunnen worden voorkomen door lippenvet of lippencrème te gebruiken. 

Voeding 

De eerste dagen na de operatie krijgt de patiënt vloeibaar voedsel. Dit is van belang om de kans op beschadiging van het wondgebied zo klein mogelijk te houden. Een andere reden is dat de kaak in het begin niet mag worden belast omdat het bottransplantaat moet kunnen vastgroeien. Daarom mag gedurende de eerste twee weken na de operatie niet gekauwd worden. Bij het opvullen van een dubbelzijdige kaakspleet is dat zelfs zes weken. Het eten moet daarom vloeibaar tot zacht zijn. De bereiding van vloeibaar voedsel kost extra tijd en moeite. Dit geldt ook voor het nuttigen ervan. Het is daarom het beste wat vaker per dag te eten, zodat er per keer wat minder hoeft te worden gegeten. In principe kan alles worden gegeten, alleen niet op de gewone manier. Het voedsel kan worden fijn gemalen met behulp van een keukenmachine, blender, staafmixer of zeef. Als het fijngemalen voedsel nog te dik is, kan dit dunner worden gemaakt door kookvocht, melk, bouillon of jus toe te voegen.  

Orthodontie 

Sommige patiënten worden al voorafgaand aan de operatie orthodontisch behandeld. De orthodontist zal met de beugel proberen de vorm van de tandboog te verbeteren. Dankzij het bottransplantaat kan de orthodontist ook aan de kant van de geopereerde kaakspleet de tanden goed in de rij zetten. De orthodontische behandeling duurt meestal enkele jaren.

Contact

Polikliniek Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, receptie J2-Q-27, telefoon (071) 526 2372 tussen 9.00 en 12.00 en tussen 14.00 en 15.00 uur. In spoedeisende gevallen 526 2371 (buiten werkuren: 526 9111).

December 2013