Baarmoederverwijdering bij goedaardige aandoeningen

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gynaecologie

Deze folder is bestemd voor vrouwen bij wie de baarmoeder wordt verwijderd. In deze folder wordt  alleen de baarmoederverwijdering bij goedaardige afwijkingen besproken. De medische term voor het verwijderen van de baarmoeder is uterusextirpatie of hysterectomie. De beslissing om deze ingreep te laten uitvoeren verdient een zorgvuldige afweging. Deze brochure is bedoeld om u daarbij te helpen.

In deze folder vindt u de tekst die grotendeels is opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Indien relevant verwijzen wij naar de website van de NVOG.

De bouw van de baarmoeder en de eierstokken

Een normale baarmoeder heeft de vorm van een peer en is ongeveer 8 cm lang. De baarmoeder is een orgaan met een sterke spierwand; de binnenzijde is bekleed met slijmvlies (het endometrium of baarmoederslijmvlies). Het onderste deel van de baarmoeder mondt in de schede uit en wordt baarmoedermond of baarmoederhals genoemd.
Aan de bovenkant monden de twee eileiders in de baarmoeder uit. Dit zijn dunne buisjes die beginnen bij de eierstokken. Normale eierstokken zijn zo groot als een walnoot, ongeveer 3 à 4 cm. Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar worden door bindweefselbanden onder in het bekken vastgehouden.

De functie van baarmoeder, eierstokken en eileiders

Elke cyclus komt er in de eierstokken een eicel tot rijping. Daarnaast maken de eierstokken geslachtshormonen. Deze hormonen zorgen ervoor dat elke maand opnieuw slijmvlies in de baarmoeder wordt opgebouwd voor een eventuele zwangerschap. Het bloedverlies dat met de maandelijkse afstoting van dit slijmvlies gepaard gaat, is de menstruatie. De tijd die verloopt tussen het begin van twee menstruaties wordt de menstruatiecyclus genoemd.

De periode waarin de eierstokken geslachtshormonen produceren, ligt zo ongeveer tussen het 12e en het 52e levensjaar. Deze hormonen (oestrogenen en progesteron) hebben veel functies. Zij hebben onder andere invloed op het slijmvlies van de baarmoeder, dragen bij tot het zin hebben in vrijen en houden de schede stevig en soepel. De taak van de eileiders is het vervoer van eicellen en zaadcellen. De baarmoeder is noodzakelijk om zwangerschappen te dragen. 

Redenen voor verwijdering van de baarmoeder

Verschillende klachten en aandoeningen kunnen een reden zijn voor het verwijderen van de baarmoeder: we bespreken in deze folder alleen de goedaardige afwijkingen. Dit zijn menstruatieklachten, pijn in de onderbuik, endometriose, adenomyose, vleesbomen, poliepen en verzakking.

Menstruatieklachten

Hevige, langdurige en onregelmatige menstruaties en/of bloedverlies tussen de menstruaties door kunnen aanleiding zijn om te overwegen de baarmoeder te laten verwijderen. Veel voorkomende oorzaken van deze klachten zijn een vleesboom en slijmvliesafwijkingen als endometriose en adenomyose (deze aandoeningen worden hieronder besproken). Er kan echter ook een andere oorzaak zijn voor het afwijkende menstruatiepatroon. Zo is tijdens de overgang het onregelmatig worden van de menstruatie een natuurlijk verschijnsel.

Endometriose

Endometriose is een afwijking waarbij het slijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt, zich ook buiten de baarmoeder, bijvoorbeeld in de buikholte, bevindt. Bij de menstruatie ontstaan op die plaatsen in de buikholte ook bloedinkjes. De menstruaties kunnen daardoor erg pijnlijk zijn. Endometriose zal alleen behandeld worden als er klachten zijn. Bij kleinere afwijkingen zal eerst geprobeerd worden de klachten met medicijnen te behandelen. Het zal bij endometriose niet altijd nodig zijn de baarmoeder te verwijderen. Voor uitgebreide informatie over dit onderwerp verwijzen wij u naar de pagina Endometriose van de DeGyneacoloog.

Adenomyose

Bij adenomyose is het baarmoederslijmvlies dieper dan normaal binnengedrongen in de wand van de baarmoeder. Deze aandoening komt het meest voor bij vrouwen boven de 40. Adenomyose kan overmatig bloedverlies en pijn bij de menstruatie veroorzaken. De diagnose is vaak moeilijk te stellen.

De baarmoeder kan wat vergroot en pijnlijk zijn als er druk op uitgeoefend wordt. Adenomyose wordt in eerste instantie met hormonen behandeld. Daarnaast kan er in bepaalde situaties overwogen worden de baarmoeder te verwijderen.

Vleesbomen

Goedaardige gezwellen in de wand van de baarmoeder worden vleesbomen (myomen) genoemd. Het zijn goedaardige spierknobbels die sterk in grootte kunnen variëren. Ook in aantal kunnen ze sterk wisselen. Vleesbomen kunnen soms kwaadaardig worden, maar dit is zeer zeldzaam.

Meestal geeft een vleesboom geen klachten, maar in sommige gevallen kan overmatig bloedverlies of pijn bij de menstruatie optreden, en soms ook buikpijn of mechanische klachten door de grootte van de baarmoeder (het zit in de weg). Een vleesboom groeit onder invloed van oestrogenen en wordt na de overgang kleiner; de eierstokken maken dan namelijk minder oestrogenen.

De behandeling van een vleesboom hangt van veel factoren af. Als er geen klachten zijn, is een behandeling niet nodig. Vleesbomen kunnen niet met medicijnen tot verdwijnen worden gebracht. Wel bestaat de mogelijkheid de groei te remmen of de vleesboom kleiner te laten worden. Deze behandeling heeft echter geen blijvend effect en komt alleen als tijdelijke maatregel in aanmerking.

Indien de vleesboom abnormaal bloedverlies veroorzaakt, kan eerst een behandeling met medicijnen geprobeerd worden. Wanneer dit geen effect heeft, wordt een operatie overwogen.

Soms is het dan mogelijk alleen de vleesboom weg te halen en de baarmoeder te behouden. Dit kan vooral een oplossing zijn voor jonge vrouwen die nog zwangerschapswens hebben. Voor uitgebreide informatie over dit onderwerp verwijzen u naar de folder Vleesboom van DeGynaecoloog.

Verzakking

De blaas, de baarmoeder en de endeldarm zakken normaal gesproken niet naar buiten omdat ze met een aantal banden op hun plaats worden gehouden. Bovendien rusten deze organen op de spieren van de bekkenbodem. Als de banden en spieren echter niet sterk genoeg zijn, kunnen ze in meerdere of mindere mate naar buiten komen. Dit wordt een verzakking genoemd. Het kan gaan om één orgaan, bijvoorbeeld de blaas, maar het komt ook voor dat meerdere organen tegelijkertijd verzakt zijn.

De meest voorkomende klachten bij een verzakking zijn een zeurend gevoel in de onderbuik en rug, een drukkend gevoel in de schede en het gevoel dat er iets naar buiten komt. Afhankelijk van de aard van de verzakking kunnen blaasklachten ontstaan (ongewild urineverlies) of problemen met de ontlasting. Door een verzakking kan het moeite kosten te fietsen, te zitten of te vrijen. Zie voor meer informatie de pagina Bekkenbodemproblemen.

Een verzakking hoeft alleen behandeld te worden als er klachten zijn. Als behandeling van verzakkingsklachten komen fysiotherapie (bekkenbodemtherapie), het dragen van een steunende ring of een operatie in aanmerking. Afhankelijk van de mate van verzakking en als bijvoorbeeld fysiotherapie onvoldoende helpt, kan het noodzakelijk zijn de baarmoeder te verwijderen.

Er bestaan ook ingrepen waarmee de verzakking wordt verholpen en de baarmoeder behouden kan blijven. Niet alle gynaecologen kunnen een dergelijke operatie doen. Bij een verzakking is de behandeling afhankelijk van vele factoren.

Operatietechnieken

De baarmoeder kan via de schede (vaginaal), via een kijkbuisoperatie (laparoscopie) of via de buikwand (abdominaal)worden verwijderd. Bij alle technieken wordt de baarmoeder losgemaakt van de omringende structuren (bindweefsel, bloedvaten, eileiders en eierstokken).

Voor welke methode u in aanmerking komt, is afhankelijk van vele factoren en zal door uw arts van tevoren met u worden besproken.

Verwijdering via de schede

Als de baarmoeder via de schede (vagina) verwijderd wordt, ontstaat er alleen een litteken boven in de schede. Deze operatietechniek kan worden toegepast als de baarmoeder niet al te groot is en vanzelf al een beetje de neiging heeft naar beneden te zakken. Er bestaat echter altijd de kans dat dit tijdens de operatie niet lukt en er dan toch voor wordt gekozen om de baarmoeder via de buik te verwijderen.

Verwijdering via een kijkbuisoperatie

Als de verwijdering via de schede niet mogelijk lijkt (vooraf ingeschat) kan de operatie via een ‘kijkbuis’ worden verricht. Bij deze techniek worden meestal drie of vier kleine openingen in de buikwand gemaakt.
Door een van de openingen wordt een kijkbuis (laparoscoop) ingebracht en door de andere twee of drie openingen worden instrumenten ingebracht waarmee de baarmoeder wordt losgemaakt; de verwijdering gebeurt via de schede of via de insteekopeningen.

Afhankelijk van de operatietechniek of uw wensen kan de baarmoedermond al dan niet behouden blijven. Uw gynaecoloog kan nadere informatie geven en de eventuele voor- of nadelen bespreken. Voor uitgebreide informatie over de laparoscopische benadering verwijzen wij u naar de folder Laparoscopische operatie.

Verwijdering via de buikwand (buiksnede)

Wanneer de baarmoeder ook niet via een kijkbuisoperatie (laparoscopie) verwijderd kan worden, zal de ingreep via een snede in de buikwand worden uitgevoerd. Tijdens de operatie wordt in de buikwand een snede van 10-15 cm gemaakt die zowel horizontaal (de bikinisnede) als verticaal (van de navel naar beneden) kan lopen.

Voor de operatie bespreekt u met de gynaecoloog welke techniek de voorkeur heeft. De keuze hiervoor zal mede afhangen van de grootte van de baarmoeder, eerdere buikoperaties, de reden van de operatie. 

Voor- en nadelen van de verschillende operatietechnieken

Een operatie via de schede heeft als voordeel dat er geen uitwendig litteken te zien is. Daarnaast verloopt het herstel na de operatie vaak sneller dan bij een operatie via de buikwand. De verwijdering van de baarmoeder via een kijkbuisoperatie kent een kortere opnameduur, kortere herstelperiode en een lagere kans op complicaties dan bij een operatie via de buikwand.

Er bestaat een echter altijd een kleine kans dat tijdens de ingreep alsnog moet worden overgegaan op een buiksnede.

Wel of niet verwijderen van de baarmoederhals

Bij een baarmoederverwijdering wordt de baarmoederhals in principe altijd verwijderd. Er zijn mogelijke voor- en nadelen verbonden aan het wel of niet verwijderen van de baarmoederhals. Voordeel van het verwijderen van de baarmoederhals is dat er geen baarmoederhalskanker meer kan ontstaan en dat u geen uitstrijkjes meer hoeft te laten maken.

Een mogelijk nadeel van het laten zitten van de baarmoederhals is dat er een kans van ongeveer 10 procent bestaat dat, op het moment waarop de menstruatie zou plaatsvinden, (licht) bloedverlies blijft optreden, omdat er nog baarmoederslijmvlies in de baarmoederhals is achtergebleven.

Verder wordt dan ook geadviseerd om de uitstrijkjes via het bevolkingsonderzoek te blijven laten maken. Voor het vrijen en het plassen lijkt er geen verschil te bestaan of de baarmoederhals nu wel of niet verwijderd wordt. Wetenschappelijk onderzoek heeft hierin geen verschil aangetoond.

Soms blijkt tijdens de operatie dat het alsnog beter is de baarmoederhals te laten zitten. Dit kan bijvoorbeeld als er een vleesboom in de weg zit of als er verklevingen onder in de buik zijn, waardoor het technisch lastig kan zijn om de gehele baarmoeder te verwijderen. Uw gynaecoloog kan nadere informatie geven. Zie ook NVOG-patiëntfolder ‘Baarmoederverwijdering’.

Wel of niet verwijderen van de eierstokken

De baarmoeder en eierstokken liggen dicht bij elkaar, maar het zijn heel verschillende organen met verschillende functies. Er is geen duidelijke reden om bij verwijdering van de baarmoeder als routine de eierstokken ‘mee te nemen’, zeker niet wanneer u nog niet in de overgang bent. Het verwijderen van de eierstokken betekent immers dat u direct in de overgang komt.

Ook na de overgang maken de eierstokken soms nog hormonen, die mogelijk nog een functie hebben. Soms bestaan er echter afwijkingen aan een of beide eierstokken die het wenselijk maken ze bij de baarmoederoperatie wel mee te verwijderen. Bij één afwijkende eierstok zal alleen deze eierstok weggehaald worden indien u nog niet in de overgang bent. Het verwijderen van één eierstok heeft weinig gevolgen. De overgebleven eierstok maakt voldoende hormonen, zodat u niet voortijdig in de overgang komt.

Als beide eierstokken afwijkingen vertonen, kan soms toch besloten worden minstens een deel van één eierstok te behouden om een vroegtijdige overgang te voorkomen. Een reden om wel beide eierstokken (voor de overgang) te verwijderen kan zijn dat in uw familie kanker van de eierstokken voorkomt. Als dat het geval is, bespreek dit dan voor de operatie met uw gynaecoloog.

Over wat verstandig is na de overgang verschillen de meningen. Sommige gynaecologen adviseren dan ook de eierstokken te laten zitten, omdat ze nog kleine hoeveelheden hormoon (testosteron) maken, die onder andere kunnen bijdragen aan het zin hebben in vrijen. Andere gynaecologen stellen voor om de beide eierstokken te wel verwijderen na de overgang om zo de kans op eierstokkanker te verminderen.

Het al dan niet verwijderen van de eierstokken wordt vooraf met u besproken. Wanneer u ervoor kiest de eierstokken niet te laten verwijderen, kan het soms zijn dat de gynaecoloog tijdens de operatie een afwijking ontdekt die het alsnog noodzakelijk maakt een eierstok te verwijderen. Ook over die mogelijkheid wordt vooraf met u gesproken.

U mag ervan uitgaan dat uw gynaecoloog zich aan de afspraken houdt, tenzij er sprake is van onverwachte bevindingen of eventuele complicaties, zoals bv een bloeding.

Mogelijke gevolgen van een operatie waarbij de baarmoeder wordt verwijderd

In dit hoofdstuk worden een aantal mogelijke gevolgen en complicaties van operaties in het algemeen besproken. Ook wordt informatie gegeven over de specifieke gevolgen van een baarmoederverwijdering. Het gaat om mogelijke gevolgen; de meeste operaties verlopen zonder complicaties.

Gevolgen van een operatie

Een operatie gaat altijd gepaard met bloedverlies. Heel soms is een bloedtransfusie nodig. Daarnaast kunnen bij elke operatie, hoe klein ook, complicaties of neveneffecten optreden.

Complicaties tijdens de operatie

Bij het opereren zelf kunnen complicaties optreden. De urinewegen of darmen kunnen beschadigd worden. Dit is vaak goed te behandelen, maar het vraagt extra zorg en het herstel kan langer duren. 

Mogelijke complicaties op korte termijn 

Er kan in de buikwand of in de top van de schede een nabloeding optreden. Een kleine bloeduitstorting kan het lichaam meestal zelf verwerken, maar dit vraagt een langere periode van herstel. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig.

Na elke operatie is er een risico op het ontstaan van een infectie of trombose. Om dit risico te verkleinen wordt vooraf aan de operatie eenmalig antibiotica gegeven en na de operatie een antistollingsinjectie voor één of meerdere dagen, afhankelijk van uw mobilisatie.

Bij elke operatie in de buik bestaat de kans op het ontstaan van verklevingen. Deze veroorzaken slechts zelden klachten maar kunnen bij een eventuele volgende buikoperatie wel in de weg zitten.

Gevolgen van een baarmoederverwijdering op lange termijn

Na het verwijderen van de baarmoeder kunt u geen kinderen meer krijgen. Ook zult u niet meer menstrueren Echter in geval de baarmoedermond nog is achtergebleven, kan u wel een beetje bloed- of slijmverlies hebben ten tijde van de verwachte menstruatie.

Plasproblemen

Na verwijdering van de baarmoeder komen soms plasproblemen voor. U kunt moeite hebben met het ophouden van urine of niet meer spontaan plassen. Deze klachten zijn meestal van voorbijgaande aard. Plasproblemen kunnen ontstaan doordat tijdens de operatie de blaas gedeeltelijk wordt losgemaakt.

Als u vóór de operatie al problemen hebt met het ophouden van de urine, is het van belang dit met uw gynaecoloog te bespreken voordat u wordt geopereerd.

Overgangsklachten

Het verwijderen van de baarmoeder kan de overgang iets eerder (1 tot 3 jaar) laten beginnen, vanwege de deels veranderde bloedtoevoer naar de eierstokken. Dit mogelijke gevolg van de operatie verschilt erg per vrouw en kan niet van te voren worden ingeschat. De hevigheid en duur van de overgang verschillen niet tussen vrouwen die wel of niet een baarmoederverwijdering hebben ondergaan.

Veranderde beleving van de seksualiteit

Op welke wijze de beleving van de seksualiteit na verwijdering van de baarmoeder verandert, verschilt van vrouw tot vrouw en is daarnaast afhankelijk van de toegepaste operatietechniek. Er kunnen positieve effecten zijn: vermindering van pijn bij het vrijen of niet meer veelvuldig vloeien. Soms zijn er ook veranderingen in negatieve zin, zoals lichte veranderingen bij het orgasme.

Bij de meeste vrouwen verandert het orgasme niet. Er zijn vrouwen die de samentrekkingen van de baarmoeder missen. De ervaring is dat, als de reden voor de operatie goed was, de negatieve effecten op de seksualiteit te verwaarlozen zijn.

Je minder vrouwelijk voelen

Het kan zijn dat u zich na een baarmoederverwijdering minder vrouw voelt, omdat u geen kinderen meer kunt krijgen en niet meer menstrueert. Het is belangrijk deze gevoelens serieus te nemen. Het laten verwijderen van de baarmoeder kan een rouwproces met zich meebrengen. Erover praten kan opluchten en helpen.

Depressiviteit

Klachten over depressiviteit komen vooral voor als u zelf weinig inbreng hebt gehad in de besluitvorming rond de operatie. Daarom is het belangrijk dat u zich realiseert dat ú degene bent die beslist over al dan niet opereren, zeker in het geval van goedaardige afwijkingen.

Depressiviteit kan ook ontstaan doordat traumatische ervaringen zoals incest of mishandeling weer in de herinnering komen. De operatie zelf is dan niet zozeer de oorzaak van de depressieve klachten, maar vormt een aanleiding. Als er bij u iets dergelijks speelt, is het belangrijk dit al vóór de operatie met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.

De beslissing

Het allerbelangrijkste is dat u zich pas laat opereren als u daar echt aan toe bent. Dat betekent dat er sprake moet zijn van klachten die op geen andere wijze afdoende te behandelen zijn. Meestal vallen de gevolgen van een baarmoederverwijdering mee, zeker als er een goede reden was voor de operatie. De operatie kan dan als een opluchting ervaren worden. Bij de beslissing dient u de volgende punten te overwegen:

De ernst van de klachten

U zult een afweging moeten maken tussen het verder leven (leren omgaan) met de klachten of het laten verwijderen van de baarmoeder.

De kans dat de klachten zullen verminderen of verdwijnen

In sommige gevallen is het duidelijk dat door het verwijderen van de baarmoeder de klachten zullen verdwijnen. Als u veel bloed verliest bij de menstruatie zal dit door de operatie worden verholpen. Soms is het effect van de ingreep veel minder zeker, zoals bij buikpijn. Bespreek de kans op succes met uw gynaecoloog.

De mogelijkheid om op andere wijze iets aan de klachten te doen

Meestal is een operatie niet de enige oplossing. Het is verstandig eerst een aantal andere behandelingen te proberen, indien dat mogelijk is. Pas als deze niet in aanmerking komen of onvoldoende resultaat hebben, kunt u aan een operatie denken. Bespreek de mogelijkheden met uw gynaecoloog.

De mogelijkheid dat complicaties ontstaan

Bij elke ingreep kunnen complicaties ontstaan. Ze komen weinig voor en vallen meestal mee, maar sommigen hebben blijvende gevolgen. Overweeg of u vindt dat uw klachten tegen dit risico opwegen.

De emotionele gevolgen

Het verwijderen van de baarmoeder kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Denk er goed over na wat de baarmoeder voor u betekent (bijvoorbeeld of u nog kinderen wilt krijgen) en of u er echt van overtuigd bent dat het verwijderen van de baarmoeder de enig overgebleven mogelijkheid is.

Bij een goedaardige aandoening van de baarmoeder kunt u ruim de tijd nemen om na te denken en tot een beslissing te komen. U kunt er behalve met uw huisarts en gynaecoloog ook met anderen over spreken. Noteer alle vragen en onzekerheden en bespreek ze met uw gynaecoloog.

Neem bij het bezoek aan de gynaecoloog, als het even kan, uw partner of iemand anders mee, die mee kan luisteren en met wie u kunt napraten. Mocht u het gevoel hebben dat uw vragen onvoldoende of onbevredigend beantwoord zijn, neem dan nogmaals contact op met de gynaecoloog. Als u er dan nog niet uitkomt, kunt u de mening van een andere gynaecoloog (een second opinion) vragen.

Als u besloten hebt tot een operatie

Als u tot een operatie hebt besloten, zal de gynaecoloog voor de operatie het volgende met u  bespreken:

  • de manier waarop de operatie zal worden uitgevoerd en/of hoe de snede zal lopen;
  • wat er precies bij de operatie wordt weggehaald; 
  • wat de mogelijke gevolgen van de operatie zijn.

Meestal vindt eerst poliklinisch onderzoek plaats: algemeen lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, soms een longfoto en/of een hartfilmpje (ECG). Tevens krijgt u poliklinisch een gesprek met de arts die de narcose verzorgt (anesthesist).

Voorbereiding voor opname

Voordat u wordt opgenomen, is het aan te raden een en ander te regelen voor de periode na de operatie. De eerste tijd thuis hebt u zeker enige huishoudelijke hulp nodig. Misschien kan uw partner een tijdje vrij nemen of extra taken op zich nemen of kunnen vrienden of familieleden taken overnemen.

U kunt ook huishoudelijke hulp aanvragen via het WMO-loket van uw gemeente. Wanneer tijdens de opname in het ziekenhuis blijkt dat u lichamelijke zorg (denk aan hulp bij wassen en kleden) voor thuis nodig heeft, dan wordt dit tijdens de opname geregeld; we verwachten dit gezien de ingreep echter niet.

Afhankelijk van de soort operatie moet u rekening houden met een hersteltijd van circa 4 tot 6 weken. Bij een operatie via de schede of kijkbuis zal dit eerder richting de 4 weken zijn, bij een buiksnede duurt het herstel zeker 6 weken. Dat wil niet zeggen dat u tijdens uw herstel 'niets' mag.

Over de opname en het verblijf in het ziekenhuis ontvangt u op de polikliniek de folder Kliniek Gynaecologie.

Herstel na de operatie

De duur van het uiteindelijke herstel is bij elke vrouw verschillend. De meesten mensen zijn na 4 tot 6 weken redelijk goed hersteld, bij anderen vergt het langere tijd. Dat betekent dat de meeste mensen na 4 tot 6 weken hun werkzaamheden en taken kunnen hervatten. Na een laparoscopische operatie kan dit zelfs al eerder zijn.

Na 6 weken is het herstel echter ook nog niet volledig. De hersteltijd kan tot veel langer duren (tot wel 6 maanden), dat betekent dat u ook heel lang kan voelen dat er een operatie heeft plaatsgevonden. Het herstel is verder afhankelijk van de zwaarte van de operatie en uw conditie. Bij uw ontslag uit het ziekenhuis ontvangt u een folder met verpleegkundige adviezen.

Seksualiteit

Als bij de operatie de baarmoederhals verwijderd is, is er in de top van de schede een litteken. Het is voor de genezing beter als er dan niets in de schede komt. Daarom zult u het advies krijgen om de eerste 6 weken na de operatie geen seksuele gemeenschap (penetratie) te hebben of tampons/een menstruatiecup te gebruiken. Het kan echter geen kwaad om al eerder seksueel opgewonden te raken of te masturberen.

De eerste tijd na de operatie hebben vrouwen vaak minder zin in vrijen. Wanneer bij de controle 6 weken na de operatie blijkt dat de wond in de schede goed genezen is, kunt u weer gemeenschap hebben. Vaak zal het de eerste keer wel wat onwennig zijn voor u beiden. De buik kan in het begin nog gevoelig zijn.

Veelgestelde vragen

Moet ik na de operatie nog uitstrijkjes laten maken?

Als de baarmoederhals verwijderd is, hoeft u geen uitstrijkjes meer te laten maken. Als de baarmoederhals is blijven zitten, blijft u deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.

Waar blijven de eitjes?

Net als voor de operatie komen de eicellen na de eisprong in de buikholte terecht. Ze lossen daar op. U merkt daar niets van en dit heeft geen nadelige gevolgen.

Waar blijft het zaad?

Het zaad komt via de schede weer naar buiten, net als voor de operatie.

Wordt de schede minder diep?

De schede blijft ongeveer dezelfde lengte houden als voor de operatie.

Hoe zit de schede nu vast na de operatie?

De schede hangt niet los na de operatie. De zijkanten van de schede zitten vast aan de bekkenwand. Bovendien kunnen de ophangbanden van de baarmoeder verstevigd aan de top van de schede worden vastgemaakt.

Kan de wond openspringen als ik weer veel ga doen?

De wond is gesloten met stevige hechtingen die in circa 3 maanden oplossen. Tegen die tijd zijn de weefsels weer volledig vastgegroeid. Door onverwachte bewegingen of door veel inspanning kan de wond dan niet ineens openbarsten. Wel kan door een vroegtijdige (binnen 6 weken) grote belasting een littekenbreuk ontstaan.

Wat gebeurt er dan met de lege ruimte in mijn buik?

De ruimte die ontstaat door het verwijderen van de baarmoeder, wordt direct opgevuld door de darmen. U loopt dus niet met een 'gat' in uw buik.

Tot slot

Als u wilt praten over gevoelens of twijfels die u over de baarmoederverwijdering hebt, kunt u bij Patiëntenvereniging Gynaecologie Nederland namen en adressen krijgen van vrouwen die deze operatie ook zelf hebben meegemaakt en er met u over willen praten. Persoonlijke vragen kunt u het beste bespreken met uw huisarts of specialist.

Contact

Afdeling Gynaecologie 
Polikliniek Gynaecologie. Locatie H3-P, route 485.
Tel. 071-526 28 70
Kliniek Gynaecologie. Locatie C11-P,  route 265.
Tel. 071-526 25 39

Bezoek ook onze website

Overige adressen

DeGynaecoloog

Patiëntenorganisatie Gynaecologie Nederland (PGN) zet zich in voor vrouwen met gynaecologische klachten en aandoeningen. Zij doen dit op basis van ervaringsdeskundigheid. Voor strikt medische adviezen verwijzen zij door naar een arts. Bij deze organisatie kunt u informatie vinden over de algemenere vragen gerelateerd aan gynaecologische klachten.

Mei 2019