Behandeling van schildklieraandoeningen met radioactief jodium

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Radiologie: Nucleaire geneeskunde

U hebt een afspraak voor een behandeling met radioactief jodium-131 bij Nucleaire Geneeskunde. Uw behandelend arts heeft hier al iets over verteld. In deze folder leggen wij u uit hoe de behandeling verloopt. Wij vragen u de hele folder door te nemen.

Wat houdt een behandeling met jodium-131 in

Een therapie met radioactief jodium (I-131) kan om verschillende redenen worden gegeven. Bijvoorbeeld om goedaardige schildklieraandoeningen te behandelen, zoals een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie). Of om een vergrote schildklier te verkleinen (struma). Ook wordt de behandeling gebruikt om na de schildklieroperatie bij schildklierkanker de resterende kwaadaardige schildkliercellen uit de weg te ruimen. Dit gebeurt niet eerder dan 6 weken na de operatie. Alle schildkliercellen – zowel goed- als kwaadaardig – hebben de eigenschap dat ze jodium uit het bloed opnemen en vasthouden. Door het jodium radioactief te maken, kun je op een heel gerichte manier bestralen.

De behandeling bestaat uit het eenmalig innemen van een capsule met radioactief jodium-131. De dosis van de capsule is afhankelijk van de reden waarom er behandeld moet worden. Daarna volgt een verblijf op de kliniek Nucleaire Geneeskunde. 

Hoe bereidt u zich voor op de behandeling 

Kleding

Neem kleding en schoenen mee die na de opname mogen worden weggegooid. Denk hierbij aan kleding die prettig zit, pantoffels of slippers en nachtkleding. Heel soms kan bovenkleding bewaard worden. Na ongeveer 3 maanden is de kleding uitgestraald en krijgt u een telefoontje dat u uw kleding kunt ophalen. Als het van toepassing is en u geen schildklierhormoon meer gebruikt: denk eraan warme kleding mee te nemen.

Opname

De dag van de behandeling wordt u opgenomen op de kliniek Nucleaire Geneeskunde. Hoe lang u hier moet blijven, is afhankelijk van de dosis van de capsule die u moet innemen en hoe snel u de straling kwijtraakt. Het varieert van één tot enkele dagen. Kijk hier hoe u zich kunt voorbereiden. 

Medicijnen

Voor de behandeling begint, moet u stoppen met de schildkliermedicijnen, zoals ook in de afsprakenbrief te lezen is. De arts bespreekt met u of en wanneer u weer kunt beginnen met het innemen van de schildkliermedicijnen. Dit is vaak al tijdens de opname. Daarom raden wij u aan ook genoeg schildkliermedicijnen (naast uw andere medicijnen) mee te nemen. Alle andere medicijnen mag u gewoon op de voor u normale tijden met een beetje water innemen, ook wanneer u nuchter moet zijn.

Neem in ieder geval een recente lijst (maximaal 14 dagen oud) mee met de medicijnen die u slikt. Weet u niet precies wat u gebruikt? Dan kunt u een medicijnenlijst bij uw apotheek ophalen. 

Zwangerschap en borstvoeding

Een behandeling met radioactief jodium-131 mag niet plaatsvinden tijdens de zwangerschap. Bent u zwanger of denkt u zwanger te zijn? Geef dit dan door aan uw behandelend arts. Voor de behandeling van een goedaardige schildklieraandoening geldt dat het af te raden is om binnen 4 maanden na de therapie zwanger te worden. Ook mannen wordt afgeraden binnen 4 maanden na de therapie een kind te verwekken. Bij de behandeling van schildklierkanker is dat 12 maanden voor de vrouw en 4 tot 6 maanden voor de man.

Als u borstvoeding geeft, moet u hiermee stoppen vóór de behandeling. Het radioactieve jodium-131 verspreidt zich door het lichaam en komt ook in de moedermelk terecht. Dat betekent dat u ook in de maanden na de behandeling geen borstvoeding mag geven.

Bij behandeling van schildklierkanker: jodiumbeperkt dieet

Een week voor de ziekenhuisopname begint u met het jodiumbeperkt dieet. Jodium wordt door de schildklier gebruikt om schildklierhormoon te produceren. Dit jodium is afkomstig uit voeding, bijvoorbeeld vis. Het doel van het jodiumbeperkt dieet is om een maximaal effect van de radioactieve behandeling te bereiken. Daarom moet de schildklier(rest) op het moment van behandelen zo min mogelijk niet-radioactief jodium bevatten. De dag na toediening van het radioactief jodium-131 mag u weer naar wens eten. Uitleg over het dieet kunt u vinden in de patiëntfolder Jodiumbeperkt dieet.

Risico’s en bijwerkingen

De behandeling van patiënten met een radioactief geneesmiddel vindt al vele tientallen jaren plaats en blijkt veilig te zijn en goed te werken. De straling is dus niet gevaarlijk. U voelt niets van de straling, maar u kunt wel tijdelijke effecten ervan merken. De eerste dagen kunt u (een beetje) misselijk zijn. De daaropvolgende dagen kan het volgende voorkomen:

  • Lichte zwelling in de hals
  • Milde pijn in speekselklieren
  • Veranderingen van reuk en smaak 
  • Lichte irritatie van de ogen
  • Milde pijn in de schildklier (behalve bij schildklierkanker)

Eten en drinken

Het lichaam neemt het radioactieve geneesmiddel via de maag en de darmen op. Daarom is het belangrijk dat uw maag tijdens de toediening leeg is. U mag vanaf 7.00 uur in de ochtend van de behandeling niet meer eten en drinken. Een uur na inname van de radioactieve capsule, mag u weer eten en drinken. Ook is het dan belangrijk dat u veel water drinkt, zodat de radioactieve stof die niet wordt opgenomen, via de urine wordt afgevoerd.

Wat moet u meenemen?

Neem een geldig paspoort, ID-kaart of rijbewijs mee. En denk ook aan het pasje van uw ziektekostenverzekering. Zie het kopje ‘Praktische informatie’ voor details over wat wel en niet de kamer in mag. Kijk hier hoe u zich verder kunt voorbereiden.             

Meld bijzonderheden vooraf

Laat het ons weten wanneer u een lichamelijke beperking of handicap hebt. Zo kunnen we als het nodig is extra tijd inplannen voor uw behandeling.

Bent u verhinderd?

Laat het ons op tijd weten wanneer de afspraak niet kan doorgaan. Voor de behandeling moet het radioactieve materiaal speciaal besteld worden. Wij kunnen dan de bestelling afzeggen, zodat we geen onnodige kosten maken. Ook kunnen we dan een andere patiënt in uw plaats helpen. 

De opname, behandeling en het verblijf

Waar moet u zich melden?

U kunt zich melden bij de balie van de kliniek Nucleaire Geneeskunde op de achtste verdieping, route 235. De gastvrouwen in de centrale hal van het LUMC wijzen u graag de weg. 

Poliklinische afspraak, voorafgaand aan de behandeling

Voorafgaand aan de behandeling maakt u kennis met de nucleair geneeskundige (medisch specialist) en een verpleegkundige van de verpleegafdeling Nucleaire Geneeskunde. Tijdens deze afspraak bespreekt de specialist uw medische achtergrond, medicijngebruik en klachten met u. Hij of zij doet een kort lichamelijk onderzoek en informeert u over de werking en bijwerkingen van de behandeling. Ook legt de arts uit wat er van u verwacht wordt tijdens de voorbereiding, de opname en de periode na de opname. De verpleegkundige legt u alles uit over uw verblijf op de verpleegafdeling. Hij of zij neemt ook de opnamechecklist met u door, die u is toegestuurd. Is dit niet uw eerste behandeling met jodium-131? Dan is deze poliklinische afspraak vaak niet nodig. Tijdens uw behandeling begeleidt de verpleegkundige u. Vragen kunt u stellen bij aan arts die de behandeling uitvoert.

De behandeling

Op de dag van de behandeling wordt er, voordat u naar de kliniek gaat, bloedonderzoek gedaan op de Centrale Bloedafname, als dat nog niet bij een eerdere afspraak is gebeurd. Vervolgens heeft een verpleegkundige het opnamegesprek met u. Daarna brengt de verpleegkundige u naar uw kamer. De uitslag van het bloedonderzoek komt naar verwachting aan het eind van de ochtend. Nadat die bekend is, krijgt u het jodium-131 toegediend in vorm van een capsule die u moet inslikken. Dat gebeurt in de toedieningskamer door de nucleair geneeskundige. Hierna gaat u terug naar uw kamer waar u gedurende uw opname verblijft. 

Het verblijf en de behandeling op de afdeling

De kliniek Nucleaire Geneeskunde is een afgeschermde afdeling met 1 éénpersoonskamer en 2 tweepersoonskamers. De afdeling is niet vrij toegankelijk omdat u door de behandeling radioactiviteit uitstraalt. Ook bestaat er kans op radioactieve besmetting. Dit ontstaat doordat het jodium-131 uw lichaam verlaat via alle vloeistoffen. Denk aan urine, ontlasting, tranen, speeksel, zweet, snot, enzovoorts. Uw verblijf op de kliniek Nucleaire Geneeskunde zorgt ervoor dat mensen in uw omgeving niet meer straling ontvangen dan wettelijk mag. De badkamer en toilet zijn aangesloten op speciaal daarvoor bestemde tanks. Zo zorgen we dat uw omgeving en het milieu niet worden besmet. 

Ook voorwerpen kunnen radioactief besmet raken. Om dat te voorkomen, zijn er regels opgesteld. Deze zijn besproken in de opnamechecklist.

Neem geen spullen mee die u niet zou kunnen missen. Soms kunnen ze niet goed kunnen worden schoongemaakt bij een radioactieve besmetting. In zo’n geval worden ze ongeveer 3 maanden opgeslagen tot ze zijn uitgestraald. U wordt dan gebeld op het moment dat u uw eigendommen mag ophalen.

Duur opname en ontslag

De duur van de opname wordt bepaald door de hoeveelheid radioactiviteit die u nog uitstraalt. Voor het ontslag van een radioactieve patiënt zijn wettelijke stralingsniveaus vastgesteld. Vooraf probeert de arts te schatten hoelang de opname ongeveer zal duren. Dagelijks zal door de arts een meting plaatsvinden om te bepalen of u al voldoende radioactiviteit bent kwijtgeraakt. Aan de hand hiervan bepaalt de arts of u mag vertrekken. Voordat u van de afdeling af gaat, geeft de verpleegkundige instructies over het opruimen en het verlaten van uw kamer. U krijgt leefregels mee voor de eerste weken na het ontslag. Hoe lang u die leefregels moet volhouden, wordt bepaald door de hoeveelheid radioactiviteit die u nog uitstraalt. Bij het ontslag bespreekt de arts dit met u.

Weer thuis

De dosis die u bij ontslag mag hebben is zo vastgesteld, dat u na ontslag eigenlijk geen risico vormt voor de omgeving. Wel raden we aan om de eerste weken langdurig contact met anderen op korte afstand uit de weg te gaan. Met langdurig bedoelen we meer dan 1 uur per dag achter elkaar, met korte afstand minder dan 2 meter. Dit geldt zeker voor contact met jonge kinderen en vrouwen die zwanger zijn. Vrijen is gewoon toegestaan. Zie ook de leefregels die u bij uw ontslag op papier meekrijgt.

Praktische informatie

Maaltijden

De maaltijden worden geserveerd, de verpleegkundige brengt deze op uw kamer. Hierbij wordt rekening gehouden met (eventuele) diëten, inclusief het jodiumbeperkt dieet. 

Schoonmaken van uw kamer 

Tijdens uw verblijf vragen we u om zelf uw bed op te maken en de afwas te doen. Zo beperken we de straling voor het ziekenhuispersoneel.

Aanwezig op de kamer

Alle kamers hebben een telefoon. Het telefoonnummer krijgt u bij aankomst. Er is een computer met internetaansluiting, televisie met dvd-speler en een radio-/cd-speler. Elke kamer heeft een douche, wastafel en toilet. Daarnaast zijn een koelkast, magnetron en keukenblok met koffiezetapparaat en waterkoker aanwezig. 

Wat mag er tijdens uw verblijf op de afdeling wél de kamer in?

  • Medicijnen die u normaal gesproken gebruikt.
  • Kleding en schoenen die u tijdens de opname draagt. 
  • Een bril, een gehoorapparaat, prothesen of rollator.
  • Toiletartikelen, eventueel restjes wegwerpscheerartikelen.
  • Extra versnaperingen, denk hierbij aan koek, chips, snoep en drank naar behoefte. Een alcoholisch drankje is toegestaan.

Wat mag niet tijdens de opname? 

  • Bezoek ontvangen
  • De kamer verlaten
  • Roken

Hebt u nog vragen?

Als u vragen hebt, kunt u contact opnemen met Nucleaire Geneeskunde. Dat kan op werkdagen tussen 8.30-10.30 uur en 13.30-15.30 uur op telefoonnummer 071-526 34 80 of per e-mail via nuge_receptie@lumc.nl

Meer informatie

Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde: www.nvng.nl vindt u meer informatie over nucleaire geneeskunde.

Januari 2019