Wie was Walaeus?

Jan de WaleDe bibliotheek is genoemd naar Jan de Wale (Johannes Walaeus; 1604-1649). Deze 17e-eeuwse hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de Leidse Universiteit dankt zijn roem aan twee brieven waarin hij eigen experimenten beschreef, en waarin hij zich tevens een vurig pleitbezorger toonde van de (indertijd revolutionaire) theorie van Harvey over de bloedsomloop. Op deze wijze heeft Walaeus bijgedragen aan de internationale faam van de Leidse geneeskundige faculteit.

Walaeus werd in Koudekerke (Walcheren) geboren. Hij studeerde en promoveerde in Leiden, en werd daar in 1633 buitengewoon hoogleraar. In 1648 - één jaar voor zijn dood - werd hij er gewoon hoogleraar.

In Leiden maakte Walaeus kennis met Franciscus de le Boë Sylvius, een aanhanger van de theorie over de bloedsomloop van Harvey. Walaeus bestreed die theorie eerst, maar werd later door Sylvius' proeven van zijn ongelijk overtuigd. Walaeus ging ook zelf experimenteren, met als gevolg dat hij een aanhanger werd van de theorie van Harvey.

Walaeus kan worden beschouwd als een der grondleggers van de experimentele fysiologie.

Hij schreef in 1640 twee brieven over zijn proeven aan zijn leerling Thomas Bartholinus. Deze publiceerde de brieven in een herdruk van het door diens vader (Caspar Bartholinus) geschreven leerboek der anatomie, welke herdruk in 1641 in Leiden werd uitgegeven.

In de eerste druk van zijn brieven sprak Walaeus waardering uit voor Harvey. In de tweede druk gaf hij aan dat Harvey op het idee van de bloedsomloop was gekomen door een Venetiaanse monnik, Paolo Servita. Deze had kleppen in de aderen ontdekt, en daaruit het bestaan van de bloedsomloop geconcludeerd.

Bron:

Schouten J. Johannes Walaeus : zijn betekenis voor de verbreiding van de leer van de bloedsomloop. Proefschrift VU. Assen: Van Gorcum; 1972.