Improving cardiovascular risk assessment in primary care

Improving cardiovascular risk assessment in primary care

Het doel van het proefschrift van Anne de Boer was om huisartsen handvatten te bieden om het risico op hart- en vaatziekten van hun patiënten beter in kaart te brengen en hiermee ziekte en sterfte als gevolg van hart- en vaatziekten verder terug te dringen.

Allereerst liet ze zien dat het mogelijk is om voor wetenschappelijk onderzoek gebruik te maken van gegevens uit de huisartsinformatiesystemen (HISsen). Van wel 97% van de deelnemers aan de Nederlandse Epidemiologie van Obesitas (NEO) studie, een grote wetenschappelijke studie, lukte het om medische gegevens uit de HISsen te verzamelen. Bovendien liet ze zien dat onderzoekers patiënten met diabetes mellitus goed kunnen identificeren in de gegevens uit de HISsen.

Hiernaast onderzocht ze verschillende strategieën om het opstellen van een risicoprofiel voor hart- en vaatziekten te verbeteren. Allereerst kunnen huisartsen patiënten met overgewicht of obesitas uitnodigen voor het opstellen van een risicoprofiel als de patiënt het spreekuur bezoekt voor een andere reden. Hiermee kunnen huisartsen 70% van alle patiënten met een indicatie voor behandeling volgens de NHG-standaard Cardiovasculair risicomanagement ontdekken.

Ook kunnen uitslagen van bloeddrukmetingen en cholesterolbepalingen die buiten de huisartsenpraktijk worden gedaan aanleiding zijn om een risicoprofiel op te stellen.  Samenwerking tussen huisartsen en organisaties buiten de huisartsenpraktijk kan leiden tot meer efficiënt gebruik van alle beschikbare gezondheidsgegevens.

Als laatste heeft ze gekeken of de schatting van het risico op hart- en vaatziekten verbeterd zou kunnen worden door het toevoegen van markers van leververvetting.  Ze concludeerde dat sommige markers de risicoschatting verbeterden bij vrouwen, maar niet bij mannen. Echter de mate van verbetering van de schatting was niet relevant voor de dagelijkse praktijk. De huidige risicoschatting in de NHG-standaard Cardiovasculair risicomanagement hoeft daarom niet aangepast te worden.


A.W. de Boer, Universiteit Leiden, promotie 6 maart 2018.