Klinisch onderzoek

Gecompliceerde urineweginfecties

Op de polikliniek 'Complexe Urineweginfecties', onderdeel van de polikliniek Infectieziekten, wordt patiëntenzorg gecombineerd met toegepast onderzoek naar nieuwe behandelmethoden.

Hier worden patiënten gezien met:

  • (Recidiverende) urineweginfecties door (bijzonder) resistente micro-organismen (BRMO).
  • Recidiverende urineweginfecties bij patiënten na een niertransplantatie.
  • Urineweginfecties met bijzondere verwekkers. 
  • Behandeling van complicaties van antibiotische therapie, zoals (recidiverende) darmontsteking met Clostridium difficile.

Blaasspoelingen met antibiotica

Op de polikliniek wordt onderzocht of blaasspoelingen met het antibioticum gentamicine een goed alternatief zijn voor mensen met recidiverende urineweginfecties door resistente verwekkers. Het doel is door middel van deze thuisuitgevoerde blaasspoelingen wederkerende blaasontstekingen te voorkomen en zo ziekenhuisopnames en gebruik van reserveantibiotica per infuus terug te kunnen dringen. De doelgroep zijn mannen en vrouwen met meer dan drie blaasontstekingen door een multiresistente bacterie in het jaar daarvoor. Patiënten worden op de polikliniek door een verpleegkundige getraind om deze spoelingen zelf te bereiden en via eenmalige katheterisatie zelf in te brengen. 

RESET studie – dekolonisatie van BRMO dragerschap bij niertransplantatie patiënten 

Niertransplantatie patiënten hebben een grotere kans op de aanwezigheid van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO) in de darm. Dragerschap van deze resistente bacteriën geeft op zichzelf geen klachten, maar er kunnen wel opnieuw infecties optreden op andere plaatsen in het lichaam, zoals een urineweginfectie. Niertransplantatie patiënten die een BRMO-infectie hebben doorgemaakt, en nog drager zijn van deze bacterie, worden in dit onderzoek behandeld met een combinatie van antibiotica en infusie van donordarmbacteriën. Het doel van deze experimentele behandeling is het dragerschap met BRMO te beëindigen, en verdere infecties te voorkomen.

Voor meer informatie over dit onderzoek:  link volgt

Urinetransfusie

Bijna de helft van alle vrouwen maakt in haar leven een blaasontsteking door. Vaak is er sprake van terugkerende blaasontstekingen. De behandeling hiervan wordt steeds moeilijker vanwege toename van resistentie voor antibiotica; alternatieve behandelingen zonder antibiotica zijn dringend nodig. In het LUMC wordt nu onderzoek gedaan naar het gecontroleerd toedienen van urine, afkomstig uit gezonde donoren, in de blaas van patiënten met terugkerende blaasontstekingen, een zogenaamde urinetransfusie. Het doel van het onderzoek is om te bekijken of een urinetransfusie veilig is en goed verdragen wordt. Andere doelen zijn om te bekijken of de samenstelling van de bacteriën in de blaas van de patiënt verandert na de urinetransfusies en of dit leidt tot het voorkomen van een blaasontsteking. 

Meer informatie kunt u vinden op www.blaasontsteking-onderzoek.nl

Onderzoek naar behandeling van urineweginfecties met koorts 

Momenteel neemt het LUMC deel aan een landelijk gerandomiseerd onderzoek naar de uitbehandeling van koortsende urineweginfecties bij vrouwen met het antibioticum fosfomycine (de FORECAST studie). In een samenwerkingsverband tussen het LUMC en de omliggende regionale ziekenhuizen werden in de afgelopen jaren verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de behandeling van urineweginfecties met koorts, zoals pyelonefritis, acute prostatitis en urosepsis. Hierbij werd onder andere aangetoond dat de behandeling van vrouwen met het antibioticum ciprofloxacin verkort kan worden tot 7 dagen, terwijl voor mannen een behandelduur van 14 dagen benodigd is. Ook werd onderzocht of een klinische beslisregel en verschillende biomarkers behulpzaam zijn bij het inschatten van het risico op gecompliceerd beloop.

Basaal onderzoek naar alternatieve behandeling van urineweginfecties

In het LUMC zijn verschillende synthetische varianten van LL-37, een belangrijk molecuul waarmee mensen zich beschermen tegen infecties, met toegenomen antimicrobiële activiteit ontwikkeld. Vooronderzoek heeft laten zien dat deze peptiden effectief zijn tegen (multiresistente) bacteriën, zonder schadelijk te zijn voor de omgevende cellen of resistentie op te wekken. Dit ‘proof-of-concept’ onderzoek is de eerste stap in de ontwikkeling van een nieuw antimicrobieel middel, dat kan worden ingezet tegen bacteriën die resistent zijn voor alle huidige antibiotica. Deze antimicrobiële peptiden, worden momenteel verder onderzocht in een 3-D blaasmodel dat bestaat uit menselijke blaascellen. Dit model is speciaal voor dit doeleinde door onderzoekers in het LUMC ontwikkeld. 

Publicaties

Stalenhoef JE, Terveer EM, Knetsch CW, Van't Hof PJ, Vlasveld IN, Keller JJ, Visser LG, Kuijper EJ. Fecal Microbiota Transfer for Multidrug-Resistant Gram-Negatives: A Clinical Success Combined With Microbiological Failure. Open Forum Infect Dis. 2017 Mar 13;4(2):ofx047. 

Stalenhoef JE, van der Starre WE, Vollaard AM, Steyerberg EW, Delfos NM, Leyten EMS, Koster T, Ablij HC, Van't Wout JW, van Dissel JT, van Nieuwkoop C.
Hospitalization for community-acquired febrile urinary tract infection: validation and impact assessment of a clinical prediction rule. BMC Infect Dis. 2017 Jun 6;17(1):400. 

van Nieuwkoop C, van der Starre WE, Stalenhoef JE, van Aartrijk AM, van der Reijden TJ, Vollaard AM, Delfos NM, van 't Wout JW, Blom JW, Spelt IC, Leyten EM, Koster T, Ablij HC, van der Beek MT, Knol MJ, van Dissel JT. Treatment duration of febrile urinary tract infection: a pragmatic randomized, double-blind, placebo-controlled non-inferiority trial in men and women. BMC Med. 2017 Apr
3;15(1):70. 

van Nieuwkoop C, den Exter PL, Elzevier HW, den Hartigh J, van Dissel JT. Intravesical gentamicin for recurrent urinary tract infection in patients with intermittent bladder catheterisation. Int J Antimicrob Agents. 2010 Dec;36(6):485-90.