Kwaliteit behandeling maag- & slokdarmkanker

De Slikpoli in het LUMC is opgericht om maag- en slokdarmkanker zo goed mogelijk te behandelen. Diverse specialisten werken samen binnen de Slikpoli om voor iedere patiënt de beste behandeling en daarbij behorende medische stappen te bepalen. De Slikpoli in het LUMC behandelde in 2015 in totaal 150 nieuwe patiënten, waarvan 65 patiënten werden geopereerd vanwege slokdarmkanker en 35 patiënten vanwege maagdarmkanker. De uitkomsten van de behandelingen worden gemeten. Volgens een objectief en onafhankelijk meetsysteem is vastgesteld dat het LUMC goede resultaten bereikt bij de behandeling van slokdarm- en maagkanker. Hier leest u meer over deze resultaten.

Meten is weten

Om de best mogelijke zorg te bieden, willen de specialisten weten of de kwaliteit van de behandeling goed en effectief is geweest en of het nog beter kan. De resultaten van een behandeling worden gemeten, geregistreerd en vergeleken met soortgelijke behandelingen in andere ziekenhuizen. Dat ‘meten en vergelijken’ gebeurt door de DUCA/DICA (Dutch Upper GI Cancer Audit/Dutch Institute for Clinical Auditing) waar de specialisten van de Slikpoli aan deelnemen.

Hoe scoort het LUMC bij de behandeling van maag- en slokdarmkanker?

De kwaliteit van een behandeling wordt bepaald door een aantal zaken die door de DUCA volgens een vast format gemeten worden, zoals bijvoorbeeld:

  1. aantallen,
  2. doorstroomtijd,
  3. complicaties,
  4. sterfte en
  5. opnameduur.

1. Aantal operaties in het LUMC vanwege maag- en slokdarmkanker

Het aantal operaties is belangrijk. Dat zegt iets over de ervaring van een behandelteam. Daarom zijn er voor complexe operaties zoals operaties bij slokdarm- en maagkanker minimale normen gesteld door de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH).

De Slikpoli van het LUMC voldoet aan de norm voor minimale aantallen operaties per jaar. Eind 2015 opereerden de specialisten van het LUMC 65 nieuwe patiënten met slokdarmkanker. Dit betekent dat een op de tien patiënten die in Nederland vanwege slokdarmkanker worden geopereerd hiervoor in het LUMC terechtkomt. De norm die de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde hanteert als minimale aantal slokdarmoperaties is 20 operaties per jaar per 1 januari 2014. Voor maagkanker geldt een norm van 20 operaties per jaar. Eind 2015 werden in het LUMC 35 patiënten vanwege maagkanker geopereerd.


Tabel 1: Aantal geopereerde patiënten in Nederland, in blauw aantal patiënten LUMC

2. Doorstroomtijd in het LUMC bij maag- en slokdarmkanker:

Ook de doorstroomtijd is relevant. Hoe lang moet een patiënt wachten op de start van de behandeling nadat de eerste biopt is genomen (weefsel voor onderzoek)? En welk percentage van deze patiënten wordt binnen 5 weken na de biopt behandeld? Het LUMC heeft in beide gevallen een veel kortere wachttijd dan de meeste ziekenhuizen. De resultaten ziet u in tabel 2 hieronder.


Tabel 2: wachttijden in dagen, LUMC (blauwe stip) vergeleken met Nederlandse ziekenhuizen

3. Complicaties in het LUMC bij operatieve behandeling van maag- en slokdarmkanker

Complicaties kunnen altijd optreden na risicovolle operaties. Maar wat is gemiddeld en te verwachten en wanneer is het teveel? Hoeveel procent van de patiënten heeft een complicatie? En welke complicaties treden op, bijvoorbeeld:

  • een complicatie die verband houdt met de longen en/of;
  • een complicatie die ontstaat doordat een aansluiting (naad), gemaakt tijdens een operatie, gaat lekken.

Bij de operatieve behandeling van slokdarmkanker komen in het LUMC veel minder complicaties voor dan in de meeste andere ziekenhuizen. Het aantal complicaties dat ontstaat na de operatieve behandeling van maagkanker in het LUMC is vergelijkbaar met het aantal complicaties bij overige ziekenhuizen in Nederland die maagkanker behandelen. Dit ziet u in tabel 3.


Tabel 3: Percentage complicaties, LUMC versus Nederlandse gemiddelde

Ook voor complicaties die verband houden met de longen (pulmonale complicaties) en complicaties die ontstaan na naadlekkages scoort het LUMC goed. Voor de slokdarmbehandeling heeft het LUMC veel minder complicaties dan gemiddeld in Nederlandse ziekenhuizen. Ook voor de maagkankerbehandeling telt het LUMC minder complicaties dan het gemiddelde.


Tabel 4: Pulmonale complicaties, LUMC versus Nederlandse gemiddelde


Tabel 5: Naadlekkages: LUMC versus Nederlandse gemiddelde

4. Mortaliteit (sterftecijfer) in het LUMC bij operatieve behandeling van maag- en slokdarmkanker

De kwaliteit van de behandeling wordt ook gemeten aan de hand van het sterftecijfer van 0 tot 30 dagen na de operatie. Het gemiddelde sterftecijfer in Nederlandse ziekenhuizen voor soortgelijke behandelingen lag in 2015 in Nederland rond de 5%. In het LUMC lag dat percentage in 2015 voor patiënten met slokdarmkanker op 1,5% en voor patiënten met maagkanker op minder dan 3%. Zie tabel 6.


Tabel 6: percentage sterfte tot 30 dagen na operatie, LUMC versus Nederlandse gemiddelde

5. Opnameduur in het LUMC bij de operatieve behandeling van maag- en slokdarmkanker

De DUCA/DICA meet de kwaliteit van de behandeling ook door te kijken naar hoe lang patiënten in het ziekenhuis moeten verblijven nadat een operatie heeft plaatsgevonden. Gekeken wordt naar het percentage patiënten dat 21 dagen na de operatie nog in het ziekenhuis moet verblijven. In het LUMC ligt dit percentage veel lager dan in de meeste Nederlandse ziekenhuizen. Zie tabel 7.


Tabel 7: percentage patiënten met opnameduur langer dan 21 dagen. Blauwe stip = LUMC

BRON: DUCA/DICA 2015