Behandeling ongeboren kind

Bloedplaatjestekort bij het ongeboren kind of FNAIT

In het bloed van een zwangere vrouw kunnen antistoffen zitten die de bloedplaatjes van de foetus kunnen afbreken. Wanneer deze bloedplaatjes worden afgebroken kan dit leiden tot een te laag aantal bloedplaatjes. Dit verstoort de bloedstolling in de foetus. De foetus kan hierdoor bloedingen krijgen. Als deze bloeding in de hersenen van de foetus optreed kan dit tot sterfte of hersenschade leiden. FNAIT staat voor Foetale neonatale allo-immuun trombocytopenie (FNAITP), of te wel foetaal bloedplaatjes te kort. 

Zwangere vrouwen kunnen getest worden op antistoffen tegen foetale bloedplaatjes. Met behandeling tijdens de zwangerschap kan de kans op bloedingen bij de foetus sterk verminderd worden.

Wanneer heb ik een kans op foetaal bloedplaatjes te kort? Als bekend is dat je een eerder kind hebt gehad met een te laag aantal bloedplaatjes. Of als je als zwangere vrouw antistoffen hebt tegen bloedplaatjes van de foetus. Of als er bij de echo tekenen zijn van een bloeding bij de foetus.

Om de diagnose te stellen zal er bloedonderzoek bij de zwangere vrouw en partner worden verricht. Verder zal er echoscopisch onderzoek van de foetus worden gedaan.

Hoe wordt het behandeld? De zwangere vrouw zal wekelijks een medicijn via een infuus toegediend krijgen. Hierin zitten immuunglobulines, deze kunnen de antistoffen wegvangen. Afhankelijk van de medische voorgeschiedenis wordt er met dit infuus gestart bij 28 weken of 16-18 weken zwangerschap. Er wordt bij 16-18 weken gestart als er een eerder kind wat met een hersenbloeding. Is dit niet het geval, dan wordt er bij 28 weken gestart. De bevalling zal in het LUMC plaatsvinden. Bij de geboorte zullen er bloedplaatjes beschikbaar zijn voor het kind. De baby zal na de geboorte een hersen-echo krijgen en de baby zal tijdelijk worden geobserveerd.