Hemaferese: Informatie plasmaferese, de therapeutische aferese
Deze informatie is opgesteld door de afdeling Hemaferese.
Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?
Voordat er stamcellen kunnen worden afgenomen, moet u zichzelf injecteren met groeifactoren G-CSF (Filgrastim®).
U kunt de prikinstructie via de volgende link bekijken: https://youtu.be/nH31ZPPQwkg , of scan deze QR code:

In onderstaande uitleg ziet u hoe u dit kunt doen en welke de beste prikplekken zijn.
Prikinstructie voor subcutaan toedienen G-CSF
De werkwijze
Haal de benodigde spuitjes een half uur voor toediening uit de koelkast of warm ze even op in de hand.
1. Was uw handen. Leg de injectiespuit en eventueel een pleister klaar op schone ondergrond.
2. Controleer de kant en klare injectiespuit op intacte verpakking en houdbaarheidsdatum.
3. De aanwezige luchtbel in de injectiespuit niet verwijderen; deze zorgt ervoor dat alle vloeistof wordt geïnjecteerd. Na volledige injectie zal deze luchtbel de ruimte in de naald opvullen zodat alle werkzame stof toegediend wordt. De lucht die in de spuit aanwezig is kan geen schade aanbrengen.
4. Op de tekening ziet u de aanbevolen plaatsen om de injectie toe te dienen (afbeelding 1)

- Kies een plek om te prikken
- De buik, 3 vingers naast de navel (voorkeur)
- De bovenkant van de bovenbenen
- Wissel van prikplaats, prik niet in een blauwe plek, wondje, striae of andere onregelmatigheid
5. Pak de spuit in de dominante hand en haal de beschermhoes van de naald, raak de naald hierna niet meer aan en leg de spuit niet meer neer.

6. Pak met de andere hand een huidplooi op de prikplaats tussen duim en wijsvinger, de huid dient schoon te zijn maar hoeft niet ontsmet te zijn.
7. Steek de naald in één beweging in de huidplooi waarbij u de spuit rechtop houdt, de naald moet helemaal in de huid geprikt worden (afbeelding 3).
8. Druk de spuit rustig leeg inclusief luchtbelletje (afbeelding 4).
9. Laat de naald 5 seconden in de huid zitten om te voorkomen dat er vloeistof terugloopt.
10. Trek de naald met één beweging uit de huid. Er kan een druppeltje bloed ontstaan (een haarvaatje geraakt) dep dit zonodig weg met een tissue.
11. Bewaar de lege spuitjes (evt. in een leeg plastic flesje) en neem dit weer mee naar de afdeling zodat deze hier op de juiste wijze afgevoerd kunnen worden, evt meegeleverd medicatie kunt u ook meenemen naar de afdeling.
Let op: Na het injecteren niet over de insteekplaats wrijven, dit kan blauwe plekken of rode schijven geven.
Algemene informatie bij het prikken van de groeifactoren:
- Bij twijfel, neem altijd contact op.
- Voordat u gaat starten met het injecteren wordt u gebeld door de verpleegkundige van de hemaferese of alles duidelijk is, er vragen zijn over de toediening van de spuitjes enz.
- Bij hoge koorts en pijn in de linker zij (milt) altijd contact opnemen met de afdeling hemaferese. Tijdens kantooruren 8.30-17.00 tel: 071-526 38 10, buiten kantooruren kunt u contact opnemen met het LUMC tel: 071-526 91 11, en vragen naar de dienstdoende Bloedtransfusie-arts.
- Bewaar de spuitjes in de koelkast en haal deze een half uur voor injecteren uit de koelkast, zodat deze bij toediening op kamertemperatuur zijn.
- Bij klachten mag u 8 x 500 mg paracetamol per 24 uur gebruiken.
- Dien de injecties volgens het meegegeven schema toe om 9 en 21 uur. Het is mogelijk dat de dosering van de injectie wisselt per ochtend of avond gift.
- Dag 5 (dag van afname) injecteert u zich 's morgens voor u naar het ziekenhuis vertrekt.
Dag van afname
Op de vijfde dag na starten met de groeifactor, worden de stamcellen geoogst op de hemaferese afdeling.
Bij een aferese wordt in de een arm een stalen naald en in de andere arm een infuusnaald ingebracht. Als dit toch niet mogelijk blijkt, wordt er, onder plaatselijke verdoving, een katheter in de nek (centraal veneuze katheter) ingebracht door een gespecialiseerde arts. Het plaatsen van deze katheter brengt enige risico’s mee zoals een blauwe plek, trombose of een infectie. Het inbrengen van de katheter gebeurt in principe de dag voor de afname. Na plaatsing mag u in principe gewoon naar huis. De volgende dag komt u terug voor de afname van de stamcellen.
Het bloed stroomt via een steriel slangensysteem in het aferese-apparaat. In dat apparaat worden de verschillende bloedcellen van elkaar gescheiden en worden de stamcellen verzameld. De rest van het bloed gaat daarna, via de infuusnaald terug naar de donor. Vlak bij het punt waar het bloed wordt afgenomen wordt een antistollingsmiddel aan het bloed toegevoegd om te voorkomen dat het bloed gaat klonteren. Dit antistollingsmiddel kan bij de donor tintelingen rond de mond en in de handen veroorzaken. Dit is niet ernstig en kan goed worden verholpen, middels het geven van calcium, dat standaard wordt gegeven gedurende de afname van stamcellen. Wanneer u toch klachten ervaart, moet u dit wel bij de verpleegkundige aangeven.
De duur van een stamcelaferese is maximaal acht uur. Soms is het noodzakelijk om de volgende dag de procedure te herhalen als de gewenste hoeveelheid stamcellen de eerste dag niet is behaald.
Doordat er in beide armen een naald wordt ingebracht of een katheter in de nek wordt geplaatst, bent u tijdens de aferese periode beperkt in u bewegingsvrijheid.
De stamcellen worden bewerkt in het laboratorium voor stamceltherapie. Dezelfde of de volgende dag worden de stamcellen toegediend aan de patiënt.
Beenmergafname
Het beenmerg wordt afgenomen op de operatiekamer (OK) onder algehele verdoving (narcose).
U wordt hiervoor opgenomen in het ziekenhuis. Ruim voor opname heeft u een (bel)afspraak op de polikliniek Anesthesiologie om de beenmergafname en de narcose te bespreken. De beenmergafname vindt over het algemeen ’s morgens vroeg plaats. U wordt onder narcose gebracht, omdat de procedure anders te pijnlijk zou zijn. Door twee artsen wordt uit beide kanten van het bekken, met behulp van beenmergnaalden, het beenmerg opgezogen.
De stamcellen worden in het laboratorium bewerkt. Nog dezelfde dag worden ze aan de patiënt toegediend. In principe mag u dezelfde avond weer naar huis.
Het bekken kan op de plaats van de beenmergafname nog enkele dagen tot een week beurs aanvoelen. Ook kunt u nog een aantal dagen last hebben van de narcose, zoals misselijkheid en vermoeidheid.
De transplantatie van de stamcellen
De patiënt krijgt een voorbehandeling met chemotherapie en/of bestraling voordat de stamcellen worden toegediend. De toediening van stamcellen gebeurt m.b.v een infuus. Soms krijgt de patiënt koorts, rillingen of klachten als kortademigheid. Daarom is er altijd een verpleegkundige van de hematologie aanwezig tijdens de toediening van stamcellen. Na het inlopen van het transplantaat in de bloedbaan vinden de stamcellen zelf de weg naar het beenmerg van de patiënt. Na een aantal weken wordt door middel van laboratorium-bepalingen merkbaar of de stamcellen zijn aangeslagen.
Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?
Aan het afnemen van het beenmerg zelf zijn geen risico’s verbonden, behalve het geringe risico van de algehele narcose. Er kan een lichte bloedarmoede ontstaan na de beenmergafname, wat vermoeidheid kan veroorzaken. Vaak krijgt u voor een maand ijzertabletten mee om dit tekort weer aan te vullen. Er wordt niet meer dan een paar procent van de totale hoeveelheid beenmerg afgenomen. Binnen een aantal weken wordt dit weer door het beenmerg zelf aangevuld.
Contactgegevens van de betrokken poliklinieken
Neem bij vragen of onduidelijkheden contact op met:
Afdeling Hemaferese
Locatie: C-11-p-44 route 265
Telefoonnummer: 071-526 38 10
E-mail: hemaferese@lumc.nl