Patiëntenfolder

Hemaferese: Informatie prikinstructie voor subcutaan toedienen G-CSF

Prikinstructie voor subcutane toediening G-CSF tbv het stimuleren van de witte bloedcellen voor de afname van stamcellen.

De medewerkers van afdeling Hematologie/Hemaferese.

Onze zorg

Wat is Hemaferese: Informatie prikinstructie voor subcutaan toedienen G-CSF?

De werkwijze 

Haal de benodigde spuitjes een half uur voor toediening uit de koelkast of warm ze even op in de hand.

1. Was uw handen. Leg de injectiespuit en evt pleister klaar op schone ondergrond.
2. Controleer de kant en klare injectiespuit op intacte verpakking en houdbaarheidsdatum.
3. De aanwezige luchtbel in de injectiespuit niet verwijderen; deze zorgt ervoor dat alle vloeistof wordt geïnjecteerd. Na volledige injectie zal deze luchtbel de ruimte in de naald opvullen, zodat alle werkzame stof toegediend wordt. De lucht die in de spuit aanwezig is kan geen schade aanbrengen.  
4. Op de tekening ziet u de aanbevolen plaatsen om de injectie toe te dienen (afbeelding 1) 

Afbeelding 1 

  

Kies een plek om te prikken: 

  • In de buik,  3 vingers naast de navel (voorkeursplek) 
  • De bovenkant van de bovenbenen 
  • Wissel van prikplaats, prik niet in een blauwe plek, wondje ,striae of andere onregelmatigheid 

5. Pak de spuit in de dominante hand en haal de beschermhoes van de naald, raak de naald hierna niet meer aan en leg de spuit niet meer neer.     

                                                                                                                                                    

6. Pak met de andere hand een huidplooi op de prikplaats tussen duim en wijsvinger (afb.2), de huid dient schoon te zijn, maar hoeft niet ontsmet te zijn.
7. Steek de naald in één beweging in de huidplooi, waarbij u de spuit rechtop houdt, de naald moet helemaal in de huid geprikt worden (afbeelding 3).         
8. Druk de spuit rustig leeg inclusief luchtbelletje (afbeelding 4).
9. Laat de naald 5 seconden in de huid zitten om te voorkomen dat er vloeistof terugloopt.
10. Trek de naald met één beweging uit de huid. Er kan een druppeltje bloed ontstaan (een haarvaatje is geraakt.)  Dep dit zo nodig weg met een tissue.

(NB bij de accofil spuiten zal bij het verwijderen van de naald, er automatisch een beschermhuls over het naaldje gaan, bij neupogen spuitjes gebeurt dit niet.)
11. Bewaar de lege spuitjes (evt. in een leeg plastic flesje) en neem dit weer mee naar de afdeling, zodat deze hier op de juiste wijze afgevoerd kunnen worden, evt meegeleverde medicatie kunt u ook meenemen naar de afdeling. 

Let op: Na het injecteren niet over de insteekplaats wrijven, dit kan blauwe plekken of rode schijven geven.   

Algemene informatie: 

  • Mocht u via apotheekzorg de Neupogen (Filgrastim) geleverd krijgen, dan nemen zij contact met u op voor het afleveren van deze medicatie en maken zij met u een afspraak betreffende waar en hoe laat zij u bij de eerste toediening kunnen begeleiden.
    Bij twijfel, neem altijd contact op. 
  • Bij hoge koorts en pijn in de linker zij (milt) neem dan altijd contact op met de afdeling hemaferese.
  • Bewaar de spuitjes in de koelkast. 
  • Bij pijnklachten mag u 6 x 500 mg paracetamol per 24 uur gebruiken. 
  • Dien de injecties volgens het meegegeven schema toe om 9:00 en 21:00 uur. Het is mogelijk dat de dosering van de injectie wisselt per ochtend- of avondgift. Bewaar gebruikte injecties in een pet flesje en neem deze op de dag van stamcelafname mee naar de afdeling hemaferese. De afdeling zal ervoor  zorgen dat deze bij het ziekenhuisafval goed wordt afgevoerd. 
  • Op dag 4  wordt u gebeld door de hemaferese verpleegkundige om te vragen hoe het met u gaat. Als u vragen heeft of opmerkingen wilt maken, kan dat ook tijdens dit gesprek. 
  • Dag 5 (dag van afname) injecteert u zich 's morgens voor u naar het ziekenhuis vertrekt, ook al is dit een ander tijdstip dan de voorgaande dagen. 
  • Wij verwachten u op de dag van stamcelafname om 09:00 uur op de Hemaferese afdeling route 265. 
Het onderzoek / de behandeling

Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?

In de dagen dat de groeifactor wordt toegediend, krijgen de meeste donoren enige last van bot-, spier- en hoofdpijn en soms een grieperig gevoel, af en toe met wat verhoging. Een temperatuur tot 38.5°C is acceptabel. U kunt tegen deze klachten Paracetamol gebruiken, andere pijnstillers alleen in overleg met de arts van Matchis of de arts bloedtransfusiegeneeskunde of de afdeling Hemaferese van het LUMC. De klachten verdwijnen grotendeels binnen 24 uur na toediening van de laatste groeifactoren. Na 48 uur zijn alle klachten verdwenen.Zeer zelden treden ernstigere bijwerkingen op, bij pijn in de linkerzij altijd contact opnemen met de arts! Bij klachten of twijfel/ongerustheid kunt u de Hemaferese afdeling bellen, zo nodig wordt u doorverbonden met de dienstdoende arts bloedtransfusiegeneeskunde.

Meer informatie

Contactgegevens van de betrokken poliklinieken

Tijdens kantooruren 8.30-17.00 tel:071-5263810, buiten kantooruren kunt u contact opnemen met het LUMC tel: 071-5269111, en vragen naar de dienstdoende Bloedtransfusie-arts.