Patiëntenfolder

Multipele Endocriene Neoplasie (MEN) II syndroom

Heeft u het Multipele Endocriene Neoplasie (MEN) II syndroom? U bent bij het LUMC in goede handen. Lees hier meer over wat het Multipele Endocriene Neoplasie (MEN) II syndroom inhoudt en welke zorg het LUMC u biedt.

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Endocrinologie.

Onze zorg

Wat is Multipele Endocriene Neoplasie (MEN) II syndroom?

Het Multipele Endocriene Neoplasie (MEN) II syndroom is een zeer zeldzame erfelijke aandoening. Bij deze aandoening kunnen in meerdere (multipele) hormoonproducerende (endocriene) organen gezwellen (neoplasieën) ontstaan. Deze organen betreffen de schildklier, bijnieren en de bijschildklier. Omdat deze verschillende ziekten vaak met elkaar samengaan wordt het een syndroom genoemd.  

Het MEN II syndroom kent twee varianten: MEN II A en MEN II B.  Verschijnselen van MEN2A kunnen op de vroege kinderleeftijd ontstaan, maar ook op latere leeftijd. Verschijnselen van MEN2B ontstaan al op zeer jonge leeftijd. Tumoren die kunnen ontstaan zijn tumoren in de schilklier, bijnier en bijschildklier

MEN II A is de meest voorkomende variant. Bij deze variant ontstaat bijna altijd een kwaadaardige tumor in de schildklier (medullair schildkliercarcinoom), in 30-50% van de patiënten ontstaat een tumor in de bijnieren (feochromocytoom). In 20-30% ontstaat een te grote en daardoor een overmatig werkende bijschildklier (hyperparathyreoïdie). 

MEN II B is de minder voorkomende variant waarbij eveneens bijna altijd een medullair schildkliercarcinoom ontstaat. Bijniertumoren komen in ongeveer 50% van de dragers voor. Bijschildklier afwijkingen worden bij deze variant niet gezien. Naast de hiervoor beschreven aandoeningen gaat deze variant gepaard met een kenmerkende lichaamsbouw: lang, slank en weinig ontwikkelde spieren. Tevens worden vaak knobbeltjes op de punt van de tong, lippen en in de slijmvliezen van maag en darmen gevonden (ganglioneuromatosis).  

Verschijnselen

Verschijnselen van de verschillende ziekten van het MEN II syndroom  

De schildklier (medullair schildkliertumor) 

De schildklier is een belangrijke hormoonproducerende klier die zich in de hals bevindt. Het belangrijkste verschijnsel bij schildklierkanker is een knobbel (nodus) in de hals. Het kan zijn dat u die zelf heeft ontdekt. Soms wordt ook bij toeval een nodus in de schildklier ontdekt, bijvoorbeeld op een scan gemaakt om een andere reden. In de meeste gevallen hebben de patiënten geen klachten van schildklierkanker. Als patiënten wel klachten ervaren, dan komt dat door druk van de knobbel op het omliggende weefsel, zoals heesheid of een veranderde stem; moeite met slikken; een drukkend gevoel in de keel. Bepaalde symptomen die zouden kunnen wijzen op schildklierkanker zijn bijvoorbeeld snelle groei van de knobbel, heesheid van de stem, of vergrote lymfklieren in de hals. Bij deze vorm van schildklierkanker kan het lichaam ook meer van het hormoon calcitonine aanmaken. Dit kan klachten geven zoals diarree of blozen (plotseling rood worden van de huid), maar dit komt niet bij iedereen voor.

De bijnieren (feochromocytoom) 

De bijnieren liggen bovenop de nieren. Tot ongeveer 50% van de patiënten met het MEN II syndroom ontwikkelt een feochromocytoom, een tumor in de bijnieren. Bij ongeveer 70% van deze mensen ontstaat deze tumor in beide bijnieren. Deze tumor is meestal goedaardig en gaat uit van het bijniermerg waar o.a. de hormonen adrenaline en noradrenaline worden geproduceerd.  

Deze hormonen zijn nodig om ten tijde van zowel psychische als lichamelijke stress lichamelijk aan te kunnen passen aan de situatie. Zo ontstaat onder invloed van adrenaline en noradrenaline een versnelling van de hartslag en ademhaling, stijgt de bloeddruk en verwijden de bloedvaten in de spieren. Door het feochromocytoom worden deze hormonen in overmaat geproduceerd.  

Hierdoor kunnen klachten ontstaan als hoofdpijn, hoge bloeddruk, pijn op de borst, hartkloppingen, overmatig transpireren, angst of bleekheid. Deze klachten kunnen in aanvallen optreden of voortdurend aanwezig zijn. Vaak komt het echter voor dat er in het geheel geen klachten worden ervaren.

De bijschildklieren (hyperparathyreoïdie) 

De bijschildklieren, 4 in aantal, liggen voor in de hals dicht bij de schildklier. De bijschildklieren produceren het bijschildklierhormoon (PTH) waardoor kalk (calcium) uit de botten en het voedsel wordt opgenomen en de calcium uitscheiding in de urine wordt geremd. Hierdoor wordt het calciumgehalte in het bloed binnen nauwe grenzen gehouden.  

Bij het MEN II A syndroom ontstaat bij 20-30% van de patiënten een, meestal goedaardige, tumor in de bijschildklieren. Hierdoor wordt het bijschildklierhormoon in overmaat geproduceerd resulterend in een verhoogd calcium gehalte in het bloed.  

Klachten die hierdoor kunnen ontstaan zijn frequent en grote hoeveelheden urineren en veel drinken, obstipatie (moeizame stoelgang), vermoeidheid en zwakte, misselijkheid, depressie en verwardheid.  

Bij langdurig verhoogde bijschildklierhormoon waarden is er een verhoogde kans op botontkalking (osteoporose). Tevens kan het verhoogd calciumgehalte leiden tot niersteen vorming, waarmee er een verhoogde kans bestaat op achteruitgang van de nierfunctie.  

Oorzaak

Het MEN II syndroom wordt veroorzaakt door een verandering (mutatie) in een gen (een stukje genetische informatie) gelegen op chromosoom 10. Door deze mutatie kunnen cellen worden aangezet tot ongeremde celdeling waardoor tumorvorming ontstaat.  

De overerving van deze mutatie gebeurt op een dominant erfelijke wijze waarbij het geslacht geen rol speelt. Dat wil zeggen dat elk kind van iemand met MEN II 50% kans heeft om de ziekte over te erven. Wanneer iemand in de familie deze mutatie niet heeft, wordt de aandoening ook niet doorgegeven aan de kinderen. Deze persoon en zijn kinderen hebben dus géén risico het MEN II syndroom te krijgen.  

Het komt voor dat MEN II ontstaat zonder dat een van de ouders de aanleg heeft. Dit wordt een spontane mutatie genoemd. Deze spontane mutatie is wel overdraagbaar naar de volgende generaties. Hierdoor hebben de kinderen van iemand met een spontane mutatie weer 50% kans op het erven van de mutatie.  

Waarom u bij ons in goede handen bent

MEN II vergt een specialistische en deskundige aanpak. Ons team van specialisten heeft  jarenlange ervaring met alle aspecten van de behandeling en begeleiding van patiënten met medullair schildklierkanker, feochromocytoom en hyperparathyreoïdie.

Multidisciplinair team   

De behandeling van MEN II is een kwestie van teamwork. Uw behandelend arts werkt daarom nauw samen met alle andere medisch specialisten die nodig zijn om u de beste behandeling te geven. Zo is er een hechte samenwerking tussen internist-endocrinologen, chirurgen van de sectie endocriene chirurgie, oncologen, radiologen, radiotherapeuten, nucleair geneeskundige en pathologen. Daarnaast is er een casemanager voor de begeleiding van patiënten met MEN II schildklierkanker. Het team dat schildklierkanker behandelt, is onderdeel van het Centrum Endocriene Tumoren (CETL) van het LUMC. 

Over alle aspecten van de behandeling vindt gedurende het hele behandeltraject overleg plaats tussen deze verschillende medische specialismen. Dankzij de intensieve samenwerking tussen verschillende disciplines kunnen we u zorg op hoog niveau bieden. Daarnaast vinden we het heel belangrijk gedurende onze behandeling uw kwaliteit van leven zo optimaal mogelijk te houden.

Diagnose

Uw hoofdbehandelaar is een internist-endocrinoloog of een internist-endocrinoloog in opleiding. In een later stadium kunt u ook andere medisch specialisten treffen, zoals een chirurg van de sectie Endocriene chirurgie, een radioloog, een nucleair geneeskundige, een klinisch geneticus, een oncoloog of radiotherapeut.   

Op de afgesproken dag en/of op korte termijn erna verrichten we, afhankelijk van welke informatie we reeds in ons bezit hebben, een aanvullend bloedonderzoek.

In sommige gevallen dient er aanvullende radiologische onderzoeken plaats te vinden. Hier wordt een aparte afspraak voor gemaakt.

Tijdens het eerste gesprek zal uw behandelaar alle beschikbare informatie en uitslagen met u doornemen, extra vragen stellen aangaande uw gezondheid en een lichamelijk onderzoek verrichten. 

Uitslag van het onderzoek

Het behandelplan wordt vastgesteld in een multidisciplinaire bespreking (een bespreking waar meerdere, verschillende specialisten aanwezig zijn). Deze bespreking vindt plaats als alle informatie en uitslagen bekend zijn. U krijgt alle uitslagen en het behandelplan te horen op de polikliniek van uw hoofdbehandelaar na het multidisciplinaire overleg. Hier is uitgebreid ruimte om uw vragen te bespreken. 

Behandeling

Welke behandelingen zijn er mogelijk?

Hoe worden de diverse afwijkingen behandeld?  

De schildklier (medullair schildkliercarcinoom) 

Indien een medullair schildkliercarcinoom is aangetoond wordt de gehele schildklier verwijderd. Het gangbare beleid tegenwoordig is echter de schildklier al op kinderleeftijd te verwijderen. Tevens worden over het algemeen op een aantal specifieke lokaties in de hals de daar aanwezige lymfklieren verwijderd. Chirurgie is vooralsnog de enig echt effectieve behandeling.  

Nadat de totale schildklier is verwijderd zal levenslang het schildklierhormoon gegeven worden in de vorm van tabletten. De hoeveelheid tabletten die iemand nodig heeft wordt bepaald aan de hand van bloedonderzoek. Dit afstellen kan enkele maanden duren. Bij een juiste dosering hebben de tabletten geen bijwerkingen.

De bijnieren (feochromocytoom) 

Aangezien bij een onbehandeld feochromocytoom gevaarlijke situaties kunnen ontstaan dient deze afwijking in principe altijd chirurgisch te worden verwijderd waarbij de patiënt adequaat dient te worden behandeld met bloeddrukverlagende medicatie voorafgaande aan de operatie.  

Door de chirurg wordt indien mogelijk alleen dat deel van de bijnier(en) verwijderd waar de tumor inzit. Vaak echter wordt de gehele bijnier verwijderd. Indien beide bijnieren worden verwijderd worden de bijnierschorshormonen cortisol en aldosteron niet meer aangemaakt zodat levenslang deze twee middelen in tabletvorm dienen te worden gebruikt. De bijniermerghormonen worden ook elders in het lichaam aangemaakt zodat deze niet hoeven te worden gegeven in de vorm van medicijnen.  

De hoeveelheid bijnierschorshormoon (cortisol) dient in overleg met de behandelend specialist in bepaalde situaties tijdelijk te worden verhoogd. Deze situaties betreffen ziekte, koorts en bij veel lichamelijke stress.

De bijschildklieren (hyperparathyreoïdie) 

Afhankelijk van het aantal tumoren dienen een of meerdere bijschildklieren geheel of gedeeltelijk te worden verwijderd. Wanneer alle bijschildklieren worden verwijderd wordt door de chirurg meestal een deel van een van de bijschildklieren teruggeplaatst in de bovenarm of hals.  

Na de operatie kan het calciumgehalte laag zijn waardoor tijdelijk of permanent actieve vitamine D al dan niet in combinatie met calcium tabletten worden voorgeschreven.  

Hoe kunt u zich op de behandeling voorbereiden?

We zullen u voor, tijdens en na een behandeling zo goed mogelijk begeleiden en voorlichten. Daarnaast zijn er ook aanvullende informatie folders: hyperparathyreoidie, medullair schildklierkanker en feochromocytoom.

Vragen kunt u stellen in het gesprek met uw behandelaar of de casemanager. Verder kunt u altijd contact tussendoor opnemen als er thuis toch nog vragen boven komen. De polikliniek Interne Geneeskunde/Endocrinologie is bereikbaar via tel. 071 – 526 35 05 (op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur). De poli oncologie is bereikbaar via tel. 071 - 526 35 25.  Daarnaast kunt u voor niet urgente vragen een econsult sturen. Wij zullen uw vragen binnen 3-4 werkdagen beantwoorden.

Nazorg

Na de behandeling blijft u onder controle bij uw arts. Er wordt regelmatig onderzoek gedaan, bijvoorbeeld door bloedonderzoek.

Welke specifieke nazorg kunnen we bieden bij deze aandoening?

Hoe vindt de verdere controle plaats?  

De schildklier (medullair schildklier-carcinoom) 

Na de totale schildklierverwijdering zal wederom het calcitonine gehalte worden gemeten. Als dit niet meer meetbaar is dan is de operatie succesvol geweest en is de kans op genezing van het medullair schildkliercarcinoom het grootst. Indien dit wel meetbaar is dan zijn er in principe nog parafollikel cellen aanwezig en zal verder onderzoek dienen plaats te vinden.  

Indien bij u een medullair schildkliercarcinoom werd geconstateerd in het verleden of bij u dragerschap voor het MEN II syndroom is aangetoond dient in principe een tot twee keer per jaar onderzoek plaats te vinden door uw behandelend specialist.

De bijnieren (feochromocytoom) 

Indien bij u een feochromocytoom werd geconstateerd in het verleden of bij u dragerschap voor het MEN II syndroom is aangetoond dient in principe een keer per jaar onderzoek plaats te vinden door uw behandelend specialist.  

De bijschildklieren (hyperparathyreoïdie) 

Nadat een of meerdere bijschildklieren zijn verwijderd zal aanvankelijk meerdere malen het calcium- en PTH- gehalte worden bepaald. Dit om zo te objectiveren of de ingreep succesvol is geweest en om bij een te laag calcium gehalte behandeling met vitamine D eventueel gecombineerd met calcium te starten.  

Indien bij u een hyperparathyreoïdie werd geconstateerd in het verleden of bij u dragerschap voor het MEN II syndroom is aangetoond dient in principe een tot twee keer per jaar onderzoek plaats te vinden door uw behandelend arts.  

Contact bij problemen na uw behandeling

Loopt u tegen problemen aan of hebt u nog andere vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Endocrinologie: tel. 071 - 526 35 05 (op werkdagen tussen 9.00 en 12.00 uur). Daarnaast kunt u voor niet urgente vragen een e-consult sturen. Wij zullen u vragen binnen 3-4 werkdagen beantwoorden.

Behandelteam

Behandelteam

Uw behandelend arts is een internist-endocrinoloog. Daarnaast kunt u te maken krijgen met chirurgen van de afdeling endocriene chirurgie, radiotherapeuten, radiologen/nucleair geneeskundigen, klinisch genetica, oncologen en pathologen.  

Dr. M. Snel
Internist-endocrinoloog

Dr. F.M. van Haalen

Internist-endocrinoloog 

  

Dr. E.P.M. van der Kleij - Corssmit 

Internist-endocrinoloog 

Prof. dr. O.M. Dekkers 

Internist-endocrinoloog

Prof. Dr. N. Appelman-Dijkstra

Internist-endocrinoloog

Dr. E.M. Winter 

Internist-endocrinoloog

Lida van der Schee

Casemanager

Dr. A. Schepers 

Chirurg 

  

Dr. L. Welling 

Endocrien chirurg

Dr. J.J.W.M. Brouwers

Endocrien chirurg 

Drs. R. Raghoo

Nucleair radioloog

Prof. Dr. H.W. Kapiteijn

Internist-oncoloog

Wie kunt u nog meer tegenkomen? 

  • Een internist-endocrinoloog (in opleiding). Een internist-endocrinoloog in opleiding wordt altijd gesuperviseerd door een internist-endocrinoloog
  • Patholoog:  Dr. A.L.S.P Crobach 
  • Radioloog: Dr. J.P. Toirkens, Dr. B.M. Verbist 
  • Radiotherapeut: Drs. M.A. De Jong 
  • Nucleair geneeskundige: Dr. L. Heijmen, Prof. Dr. L.F. de Geus-Oei, Dr. D.D.D. Rietbergen, Drs. M.M. Tjong Jow Wai
  • Klinisch geneticus
  • Doktersassistenten: A. Baddouri, W.M.P. Hoogendam
  • Medisch secretaresse: A. Hogervorst-Kruit

Ons onderzoek
Meer informatie

Contact

Wilt u meer weten of hebt u nog vragen? Neem dan contact met ons op of volg de links voor aanvullende informatie.

Patiëntportaal mijnLUMC 

In het patiëntportaal mijnLUMC vindt u een duidelijk overzicht van uw behandelingen en hebt u inzicht in uw medische gegevens. Snel en veilig. Thuis, onderweg en in het ziekenhuis.

Contactgegevens voor patiënten 

Leids Universitair Medisch Centrum

Polikliniek Endocrinologie

Links

Patiëntenbelangenvereniging

www.belangengroepmen.nl

Overig

Verwijsinformatie voor huisartsen en andere medisch specialisten: 

Polikliniek endocrinologie: 

  • Voor telefonisch overleg of second opinion: +31-(0)71-5263505 (van 09.00 tot 12.00 uur) 
  • Voor schriftelijke verwijzing: Faxnummer: +31-(0)71-5266881
  • Voor vragen: endo@lumc.nl

ZorgDomein

Huisartsen die zijn aangesloten bij ZorgDomein kunnen patiënten via ZorgDomein digitaal verwijzen.

Wilt u een patiënt met een schildkliercarcinoom naar ons verwijzen? Dan hebben wij de volgende gegevens van u nodig: verwijsbrief, brief overige relevante specialisten, verslagen en CD/DVD van evt. reeds verricht beeldvormend onderzoek, verslag en pathologiepreparaat indien van toepassing. 

Second Opinion  

Voor telefonisch overleg of second opinion: +31-(0)71-5263505 (polikliniek endocrinologie)