Nursing is a Work of Heart

“Ik probeer niet steeds het rauwe kantje te zien”

5 maart 2024
leestijd
Wat student Verpleegkunde Jasmijn tijdens haar interne opleiding vooral leerde? Kijken naar wat de patiënt in de laatste levensfase zélf wil. “Natuurlijk willen mensen zo lang mogelijk leven, maar de levenskwaliteit van hun laatste dagen is ook belangrijk."

Wie: Jasmijn Spelt (23)
Functie: student mbo Verpleegkunde (interne opleiding)
Afdeling: Oncologie Centrum Klinisch, verpleegafdeling LOKL
Bij het LUMC sinds: 2020

Wat inspireerde jou om verpleegkundige te worden?

Mijn moeder zei altijd: "Doe de hbo-opleiding Verpleegkunde." Als tiener was ik eigenwijs en deed ik dat juist niet. Op het hbo moet je bovendien vol aan de bak met studieboeken en ik ben geen theoretisch mens. Ik deed eerst de mbo Persoonlijk Begeleiding Maatschappelijke Zorg. In mijn laatste jaar liep ik stage in de gehandicaptenzorg en had ik een bijbaantje in de ouderenzorg. Toen ik daar verpleegkundigen aan het werk zag, begon het te borrelen. Ik kende iemand die de interne opleiding bij het LUMC had gedaan. Zij zei tegen mij: ‘Dat is ook echt iets voor jou!’”   

Welke patiënt zul je nooit vergeten?

“Een man van in de dertig die hier te horen kreeg dat hij was uitbehandeld. Ik zag dat hij na dat slechte nieuws brak. Hij stelde me allemaal vragen: ‘Wat gaat er nog gebeuren tot ik doodga? Is er iets dat je me kan aanraden?’ Ik dacht: jeetje, ik ben 22. Moest ik hem vertellen over zijn laatste maanden? Hij wilde graag nog een keer een sigaret roken, maar kon niet uit bed. Ik bracht hem toen naar het helikopterdek. De dag voordat hij naar huis ging voor terminale thuiszorg was hij dankbaar. Voor hem was dat moment met dat ene sigaretje heel bijzonder.”

Waarom koos je voor verpleegkunde bij het Oncologie Centrum?

“De stageplekken kies ik niet zelf. Ik werkte hiervoor eerst een halfjaar bij de afdeling Interne Geneeskunde en daarna bij de afdeling Heelkunde. Toen ik bij het Oncologie Centrum moest beginnen, keek ik daar enorm tegen op. Hier wordt bijna niemand beter en liggen ook mensen van mijn eigen leeftijd. Ik dacht dat het zwaar zou zijn en ik het mee naar huis zou nemen, maar dat gebeurt niet. Ik kan hier sociale zorg geven in de laatste fase van iemands leven. Dat is heel mooi om te doen. Uiteindelijk ben ik daar helemaal verliefd op geworden.”

Wat is tot nu toe het belangrijkste dat je hebt geleerd?

“Ik vind het belangrijk om naar de patiënt zelf te kijken. Dokters en familie vullen snel dingen voor de patiënt in. Ik heb vaak naar iemand gekeken en gedacht: dat is helemaal niet wat jij wilt. Er lag hier een jonge vrouw van eind twintig en haar moeder was hier 24 uur per dag. Alles werd uit de kast gehaald. Ze gaven nog voeding, medicijnen, een pijnpomp en bleven behandelen. Ik ben naast haar gaan zitten, alleen, zonder haar moeder. Ze zei: ‘Het hoeft van mij niet meer.’ Natuurlijk willen mensen zo lang mogelijk leven, maar de levenskwaliteit van hun laatste dagen is ook belangrijk."

Hoe helpen de gediplomeerd verpleegkundigen jou bij je werk?

“Ik leer ontzettend veel van ze. In het begin wist ik bijvoorbeeld niet wat ik moest zeggen als mensen slecht nieuws hadden gekregen. De verpleegkundigen legden uit dat je in zo’n situatie eigenlijk niets verkeerd kan zeggen. Je bent een luisterend oor en daar hechten mensen zoveel waarde aan. Tegenwoordig zeg ik soms helemaal niets, en dan is het ook goed. Ik zie niet meer tegen die momenten op. We hebben hier trouwens een leerwerkplaats met 17 studenten. Dat is heel leuk. We runnen de patiëntkamers in tweetallen en leren van elkaar. En als we er niet uitkomen, vragen we een gediplomeerde collega om hulp.”

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

“Hierna moet ik nog een stage doen bij de afdeling Cardiologie en dan ben ik klaar. Ik ben nog niet uitgeleerd, dat weet ik honderd procent zeker. Na deze interne opleiding wil ik op een afdeling werken waar ik kan doorgroeien, bijvoorbeeld tot oncologieverpleegkundige. In het LUMC kun je veel opleidingen doen, daarom wil ik graag een baan in dit ziekenhuis. De vacatures vliegen me om de oren, dus dat komt wel goed. Ik wil ook nog wel eens meelopen met een verpleegkundig specialist. Die functie lijkt me wel wat voor de toekomt. Het is fijn dat ik hier zoveel kanten op kan.”

Je werkt nu bijna drie jaar als student in het ziekenhuis. Hebben de werkstages jou als persoon veranderd?

“Sommige patiënten in het Oncologie Centrum hadden eerst alleen rugpijn. Later bleek dat ze alvleesklierkanker hadden die al was uitgezaaid en overleden ze binnen twee weken. Dat vind ik wel eens beangstigend. Ik heb een beetje hypochondrie sinds ik in het ziekenhuis werk. Niet dat ik meteen het ergste denk, maar toch. In ons academische ziekenhuis liggen vaak patiënten met ernstige kanker die waarschijnlijk niet beter kunnen worden. Dan hoor je natuurlijk ook de hele trieste verhalen.”

Hoe hou je het werk vol op een afdeling met alleen maar palliatieve zorg?

“Ik probeer niet steeds het rauwe kantje te zien. Ik kan ook iets moois doen voor deze mensen, ondanks dat ze ernstig ziek zijn. Denk maar aan die man met zijn sigaretje. Het is ook belangrijk dat ik fijne collega’s om me heen te heb, zodat ik erover kan praten. En het helpt dat patiënten en hun familie dankbaar zijn. De tafel in de koffiekamer staat altijd vol met lekkere dingen en kaarten. Kijk, op deze kaart staat: ‘Ik wil jullie heel erg bedanken voor al jullie goed zorgen. Niks is te gek. Jullie zijn superlief en meegaand. Alles is fijner te ondergaan door jullie liefdevolle handelen.’”