Totale (nieuwe) knieprothese

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Orthopedie

Deze folder geeft u algemene informatie over de vervanging van een kniegewricht in geval van aantasting van de knie. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn. Deze folder beschrijft de wijze waarop in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) de behandeling plaatsvindt.

Algemene informatie rondom een operatie

Het is van belang dat u de gang van zaken rond de operatie goed begrijpt. Pas dan kunt u toestemming geven voor de operatie. Bespreek daarom vóór de operatie al uw vragen en zorgen met de arts.

Na een gesprek met uw arts zou u eigenlijk een antwoord moeten weten op vragen als:

  • Waarom  is een operatie nodig?
  • Zijn er eventueel andere behandelingsmogelijkheden?
  • Wat wordt er bij de operatie gedaan?
  • Wat zijn de  mogelijke complicaties van de operatie?
  • Hoe bereid ik me voor op de operatie?
  • Wat staat mij te wachten na de operatie?
  • Is ziekenhuisopname noodzakelijk en zo ja, wanneer mag ik weer naar huis?
  • Wat staat mij te wachten  in de herstelfase direct na de operatie?
  • Wat kan ik op lange termijn verwachten?
  • Wat mag wel en wat niet na de operatie?

Wat is een aangetaste knie?

Het normale kniegewricht bestaat uit drie botdelen: het dijbeen, het scheenbeen en de knieschijf. De uiteinden zijn bekleed met kraakbeen waar tussen ook nog de twee menisci liggen (op het scheenbeen). Door deze structuren kan het gewricht soepel bewegen. Aantasting van de knie ontstaat door achteruitgang in kwaliteit van het gewrichtskraakbeen en/of meniscus. Dit kraakbeen is normaal gesproken glad en de meniscus functioneert als een elastische schokdemper of stootkussen. In een gezond gewricht worden de gewrichtsoppervlakken gesmeerd door gewrichtsvocht. Dit vergemakkelijkt de bewegingen van het gewricht. Bij een aangetaste knie is het kraakbeenoppervlak dus niet glad meer, maar ruw. In een vergevorderd stadium ontbreekt het gewrichtskraakbeen en ook de meniscus geheel en bewegen de ruwe botoppervlakken over elkaar. De bewegingen verlopen dan niet meer soepel en gaan gepaard met kraken, stijfheid, zwelling en pijn.

Verschijnselen en klachten

Pijnklachten staan op de voorgrond, eerst alleen tijdens bewegen, later ook in rust en ‘s nachts. Door verlies aan glad oppervlak (kraakbeen) ontstaat er ook een beperking van de functie, de knie wordt stijver, met name ‘s ochtends en bij het starten van de beweging. Door verlies van kraakbeen en later ook bot kan de knie scheef gaan staan en een O of X-been vormen.

Oorzaak

Slijtage van de knie kan meerdere oorzaken hebben. Het kan ontstaan door beschadiging van de meniscus of direct van het gewrichtsoppervlak (bijvoorbeeld na botbreuken), of na ontstekingen (zoals bijvoorbeeld bij gewrichtsreuma).


Behandelingen met een totale knieprothese

Om de klachten van de gesleten knie weg te nemen is in uw geval besloten om een prothese te plaatsen die het gehele gewricht vervangt, een knieprothese. Het besluit hiertoe is in samenspraak tussen  u en uw orthopedisch chirurg genomen.  

Afhankelijk van uw leeftijd, mate van klachten en mate van slijtage van uw knie komt u in aanmerking komt voor een knieprothese, omdat dit meestal de beste oplossing voor uw klachten is.

Wat is een totale knieprothese?

Het aangetaste kraakbeen kan niet vervangen worden door nieuw kraakbeen, wel kan het gewricht in zijn geheel vervangen worden door een prothese. De meest toegepaste techniek is de totale knieprothese, waarbij zowel het gedeelte van het dijbeen als het scheenbeen vervangen wordt door een metalen component waartussen een kunststof lager zit. Afhankelijk van de slijtage en andere factoren zoals bijvoorbeeld reuma, wordt ook de binnenzijde van de knieschijf door een kunststof schijfje vervangen.


Voorbereiding op de operatie

De anesthesie

Met anesthesie wordt bedoeld: de wijze waarop u of de te opereren plaats verdoofd wordt tijdens de operatie. Bij de operatie aan uw knie kan gekozen worden voor regionale anesthesie, waarbij alleen de benen/heup/bekken verdoofd worden, of voor algehele anesthesie, waarbij u geheel verdoofd bent en dus slaapt. Er is ook een combinatie van beide mogelijk. 

De anesthesist zal dit met u bespreken. U krijgt daarvoor een afspraak op het zogenaamde Pre-Operatieve Spreekuur (POS). Soms kan dat aansluitend aan het polikliniekbezoek Orthopaedie. U maakt kennis met één van de anesthesisten. Hij/zij neemt een aantal zaken met u door, zoals type verdoving en medicijngebruik rondom de operatie.  Eventueel worden er nog aanvullende onderzoeken gedaan.

In de folder Anesthesie (zie ook www.lumc.nl/ patiëntenzorg/afdelingen/Anesthesiologie) leest u nog enkele zaken die u ter voorbereiding op de operatie moet doen of laten. Denk hierbij aan het nuchter zijn voor operatie (vanaf middernacht tot de operatie mag u niets meer eten of drinken), het verwijderen van make-up, sieraden en/of uw kunstgebit. De anesthesist neemt dit met u door.

Gebruikt u ontstekingsremmers/NSAID's, bloedverdunners en/of reumaremmers (DMARD's), overleg dan of u hiermee moet stoppen in de periode rondom de knieoperatie..

Voorbereiding thuis

Wij adviseren u de volgende hulpmiddelen vóór uw opname in huis te halen:

  • Ruim zittende instapschoenen met goed voetbed
  • Lange schoenlepel 
  • Handy (grijper) 
  • Krukken / rollator/ looprek  (de fysiotherapeut kan helpen met afstellen)

Handige hulpmiddelen voor thuis zijn ook:

  • Een handgreep vóór of opzij van uw bed en toilet 
  • Een toiletverhoger 
  • Een stoel met armleuningen 
  • Blokken om uw bed te verhogen. U kunt er dan gemakkelijk in- en uitkomen. 

Genoemde artikelen zijn verkrijgbaar bij de thuiszorgwinkel.

N.B.: indien u een niet-reanimeren verklaring heeft, neem deze mee naar het ziekenhuis.

Uw opname

Rondom de knieoperatie wordt u een paar dagen opgenomen in het ziekenhuis. Meestal komt u op de dag van operatie nuchter op de afdeling. De precieze datum van opname wordt aan u doorgegeven door het zogenaamde Opnamebureau. Meer informatie over de opnameprocedure vindt u in de folder “Uw opname”.

Houding

De dag van de operatie blijft u op bed. U mag uw knie en voet dan bewegen voor zover mogelijk. Op de eerste dag na de operatie komt de fysiotherapeut langs. U start met bewegen van de knie, op en naast het bed en al snel volgt het lopen. De geopereerde knie mag hierbij met het hele gewicht belast worden. De fysiotherapeut gaat met u oefenen. Het is belangrijk dat u voor ontslag de knie voldoende kunt buigen (90º= haaks) en strekken en het lopen met de krukken goed gaat.

Verzorging

U zult de eerste dagen hulp nodig hebben bij de verzorging. De verpleegkundige zal u daarbij begeleiden en ondersteunen.

Pijn

De pijn van voor de operatie zal grotendeels verdwenen zijn. U kunt nog wel pijn hebben aan de wond en eventueel ook aan de spieren, maar deze pijn verdwijnt na verloop van tijd. U krijgt pijnbestrijding die zo goed mogelijk op u wordt afgestemd. Eventueel via een infuuspomp of via injecties en tabletten. 

Wond

De wond bevindt zich aan de voorzijde van de knie. U heeft een drukverband dat na 2 dagen wordt verwijderd. Hierna krijgt u een nieuw verband of een pleister, afhankelijk van de wondgenezing. 

U heeft hechtingen/nietjes die 2 tot 3 weken blijven zitten. Deze worden op de polikliniek of door de huisarts verwijderd. 

wond

Katheter

Tijdens de operatie kan een urine-katheter ingebracht zijn. Deze wordt meestal binnen twee dagen na de operatie verwijderd.

Mogelijke complicaties van de operatie

Wondinfectie

De kans op een infectie na het plaatsen van een knieprothese wordt landelijk ingeschat op 2 tot 4%. Twee tot 4 van de honderd geopereerde patiënten krijgt hier dus mee te maken. Wel is het zo dat individuele omstandigheden dit percentage kunnen beïnvloeden. Over het algemeen kunnen wondinfecties na  5-14 dagen na de ingreep zichtbaar zijn, soms later. Wondinfecties zijn zichtbaar door roodheid van de wond, pijn aan de wond en door temperatuursverhoging. Zo nodig wordt aanvullend onderzoek verricht, bijv. door het afnemen van bloed. Behandeling kan bestaan uit rust, observatie van de wond, toediening van antibiotica en soms zelfs een heroperatie. Hiermee wordt een infectie van de prothese geprobeerd te voorkomen. 

Als in de thuissituatie meer roodheid en/of pijn optreedt, moet u contact opnemen met de huisarts of de polikliniek Orthopaedie. Buiten kantooruren is het Centrum Eerste Hulp bereikbaar. 

Nabloeding

De eerste 24 uur is de kans het grootst dat de wond nabloedt. Een drukverband is voor de eerste dagen al aangelegd. Bij veel bloedverlies of een nabloeding is soms een bloedtransfusie nodig om het tekort aan te vullen. Een tweede operatie is zelden noodzakelijk.

Trombosebeen

Alle patiënten die een knieoperatie ondergingen, hebben een kans op een trombosebeen. Hierbij ontstaat een bloedpropje in een van de beenaders. Het been wordt dan dik, pijnlijk en rood. Om dit te voorkomen krijgt u vanaf de operatie bloedverdunnende medicijnen (injecties met Fraxiparine), tot 6 weken na de operatie.

Loslating

Knieprothesen hebben een beperkte levensduur en kunnen na 15-20 jaar door bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld een infectie of slijtage van de prothese) loslaten. In sommige gevallen gebeurt het ook eerder. Een nieuwe operatie is dan meestal noodzakelijk. Zeker 9 van de 10 patiënten hebben echter minimaal 10 jaar plezier van hun prothese.

Ontslag

Zie hiervoor de folder ‘Uw ontslag’

Wanneer de beweeglijkheid van de nieuwe knie nog niet optimaal is of wanneer het loop-patroon nog niet normaal is, kan het zijn dat de fysiotherapeutische behandeling buiten het  ziekenhuis wordt voortgezet. Dit is echter niet altijd noodzakelijk. 

Wel krijgt u het advies thuis door te gaan met de oefeningen, die de fysiotherapeut u in het  ziekenhuis geleerd heeft. 

Weer thuis

Hierbij treft u adviezen aan voor de eerste periode dat u weer thuis bent. 

Infectie voorkomen

In verband met de kans op infecties van de ingebrachte prothese is het zeer belangrijk om bij koorts of ontstekingen (bijvoorbeeld ontstekingen van blaas, gebit, keel, nagelriemen, pussende wonden en steenpuisten), direct uw huisarts te raadplegen. 

Lichamelijke verzorging

U mag gewoon douchen. Na het douchen is het handig weer een pleister aan te brengen, aangezien de hechtingen snel aan uw kleding blijven haken. Het verband op de wond moet u vervangen als het nat is geworden. 

Tot nader overleg of op instructie van uw fysiotherapeut loopt u met 2 elleboogskrukken. U mag hiermee 100% belast lopen, in “Wisselende gang”. 

Werkhervatting

U kunt uw werk hervatten in overleg met uw (controlerend) arts. Dit geldt ook voor hervatten van autorijden en sporten.

Veel gestelde vragen

Wanneer moet ik contact opnemen met het ziekenhuis?
  • Als u heel veel pijn heeft; 
  • Als er ontstekingen rondom de wond of het litteken ontstaan; 
  • Bij koorts (>38,5gr C°).

Wanneer mag ik bezoek ontvangen? 
Zodra u terug bent op de verpleegafdeling. Zie ook de bezoektijden van de afdeling Orthopedie.

Wanneer mogen de hechtingen er uit? 
Na ongeveer 2 a 3 weken.

Wanneer mag ik steun nemen op het aangedane been? 
U mag het aangedane been direct belasten, mits u krukken gebruikt.

Waarom zijn oefeningen noodzakelijk na de operatie? 
De oefeningen stimuleren de functie van de spieren. Hierdoor hebt u een grotere kans op een beter en sneller herstel van de knie.

Wanneer moet ik contact opnemen met het ziekenhuis? 
  • Als u heel veel pijn heeft; 
  • Als er ontstekingen of roodheid rondom de wond of het litteken ontstaan; 
  • Bij koorts.

Tot slot

In het kader van zorgregistratie worden uw (prothese) gegevens anoniem opgeslagen in de landelijke registratie van orthopedische implantaten (LROI). Meer informatie kunt u terug vinden op de website, www.lroi.nl

Prothesepas

Nadat de prothese is geplaatst, ontvangt u per post een prothesepas. Hierop staan de gegevens van uw prothese genoemd. Op de andere zijde vindt u terug wanneer u contact op dient te nemen met het ziekenhuis in geval van infectie.


Wanneer moet u hulp inschakelen?

  • Tot aan het 1e polibezoek moet u contact opnemen met het ziekenhuis als u:
  • Koorts krijgt boven de 38,5 gr C°
  • Als er bij de wond een flinke roodheid en/of zwelling ontstaat

Telefoonnummers

LUMC, algemeen071 – 526 9111
Polikliniek Orthopedie  071 – 526 8003
Verpleegafdeling Orthopedie071 – 526 2099
Spoedeisende Hulp071 – 526 2025 


2017