Totale lichaamsbestraling (TBI)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en)  Radiotherapie

Binnenkort ondergaat u een stamceltransplantatie. Als voorbereiding hierop wordt u behandeld met een zogenoemde ‘conditionering’. De conditionering bestaat in uw geval uit een combinatie van chemotherapie en totale lichaamsbestraling (TBI). In deze folder geven we u informatie over hoe een TBI in zijn werk gaat.

Doel

Het doel van deze conditionering is het doden van kwaadaardige of afwijkende bloedcellen om te voorkomen dat de ziekte later kan terugkeren. En daarnaast het onderdrukken van het afweersysteem (= immuunsysteem), om te voorkomen dat uw eigen afweercellen de toegediende stamcellen van de donor aanvallen.

Wat wordt bestraald bij een TBI?

Bij een TBI wordt het gehele lichaam bestraald. Dit gebeurt met behulp van sterke röntgenstraling afkomstig uit het bestralingstoestel.  

  

Bestralingstoestel

Tijdens de bestraling ligt u op een bed op 4 meter afstand van het bestralingstoestel. U wordt zowel vanaf de voorkant als vanaf de achterkant bestraald. Hiervoor ligt u gedurende de ene helft van de bestraling op de linkerzij en gedurende de andere helft op de rechterzij. 

De longen worden tijdens de bestraling gedeeltelijk afgedekt en krijgen daardoor een lagere hoeveelheid straling dan de rest van het lichaam. Dit gebeurt met speciaal voor u op maat gemaakte afdekkingen. Deze afdekkingen worden op 2 meter afstand tussen u en het bestralingstoestel geplaatst. Zo verkleinen we de kans op schade aan de longen ten gevolge van de bestraling.

Ook de ogen willen we aan een lagere stralingsdosis blootstellen om bijwerkingen te voorkomen (bijvoorbeeld staar). Daarom worden tijdens de bestraling vanaf de voorkant afdekkingen van lood voor de ogen geplaatst. Bij bestraling vanaf de achterkant is het niet nodig de ogen af te dekken.

      

Afdekkingen longen        

Afdekkingen ogen

Er bestaat ook een TBI schema met een lagere dosis. Dan wordt de TBI verspreid over 2 achtereenvolgende dagen. Dit schema wordt gebruikt als er sprake is van conditionering voor een transplantatie met navelstrengbloed. Bij deze TBI hoeven geen afdekkingen voor longen en ogen gebruikt te worden, omdat de stralingsdosis per keer lager is.

Welke voorbereiding is nodig voor een TBI?

Ongeveer een week voordat de TBI plaatsvindt, heeft u een afspraak op de afdeling Radiotherapie (bestralingsafdeling) voor een kennismakingsgesprek met de radiotherapeut. Deze geeft u mondelinge informatie over de TBI.

Na het gesprek vindt de zogenoemde ‘lokalisatie’ plaats. Er worden 2 CT-scans van het lichaam gemaakt, 1 in linkerzijligging en 1 in rechterzijligging. Met behulp van deze scans wordt berekend hoe lang we u precies moeten bestralen om de gewenste bestralingsdosis toe te dienen en worden de afdekkingen voor de longen voor u op maat gemaakt. Tijdens de lokalisatie voor een eenmalige TBI met hoge dosis wordt zowel op de borstkas als op de rug met behulp van een naaldje met inkt een klein tatoeagepuntje gezet.

CT-scan

Wat kunt u verwachten tijdens de TBI ?

Op de dag dat de TBI gepland is, wordt u naar de bestralingsafdeling gebracht. De arts zorgt er samen met de laborant voor dat u in de juiste houding komt te liggen, allereerst op de linkerzij. De longafdekkingen worden halverwege tussen u en het bestralingstoestel op een beweegbare tafel geplaatst.

Door het licht dat uit het toestel komt, worden de longafdekkingen als schaduwen op uw lichaam geprojecteerd. Met behulp van de tatoeagepuntjes op uw lichaam en door te voelen naar de sleutelbeenderen, ribben en het borstbeen kan bepaald worden wat de juiste positie van de longafdekkingen is.

Ook de loodafdekkingen voor de ogen worden op de juiste positie recht voor de ogen geplaatst met behulp van de schaduwen die zij geven. De positie van de longafdekkingen wordt gecontroleerd met een röntgenfoto, die aan het begin van de TBI wordt gemaakt.

De bestraling, zowel vanaf de voorkant als vanaf de achterkant, is opgedeeld in ongeveer 8 tot 9 gedeeltes. Nadat het eerste deel gegeven is, komt de laborant even binnen om de foto achter u weg te halen. Het is belangrijk dat u ook dan stil blijft liggen. Met behulp van de foto zal de arts bepalen of de longafdekkingen juist gepositioneerd zijn. Indien nodig worden de afdekkingen nog iets verplaatst, waarna verder gegaan wordt met het resterende deel van de bestraling.

In totaal duurt de bestraling vanaf de voorkant ongeveer 20 tot 25 minuten. Tijdens de bestraling maakt het bestralingstoestel af en toe geluid. Bij het overschakelen naar het volgende deel van de bestraling is het toestel even stil.

Vervolgens draait u om naar de rechterzij en wordt de bovengenoemde procedure, afgezien van het plaatsen van de oogafdekkingen, herhaald. Ook de bestraling vanaf de achterkant duurt ongeveer 20 tot 25 minuten.

Tijdens de TBI bent u alleen in de bestralingsruimte. Het is belangrijk dat u stil blijft liggen.
Met behulp van een camera en intercom wordt u vanuit de bedieningsruimte goed in de gaten gehouden. Mocht er een reden zijn om de bestraling te onderbreken, dan kunt u dit door middel van het opsteken van een hand kenbaar maken.

Na afloop van de bestraling wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling Hematologie.

NB. Voor de TBI voorafgaand aan een transplantatie met navelstrengbloed worden, zoals eerder gemeld, geen afdekkingen gebruikt en is bovenstaande met betrekking tot de oog- en longafdekkingen dus niet van toepassing.

Aandachtspunten tijdens de bestraling:

  • Tijdens de bestraling moet het bovenlichaam ontbloot zijn om de tatoeagepuntjes te kunnen zien en de longafdekkingen goed te kunnen positioneren. 
  • Graag kleding zonder metaal (ritssluitingen/knopen) dragen.
  • Het kan koud zijn in de bestralingsruimte. Trek daarom bij voorkeur warme sokken en een warme broek aan. Desgewenst kan er een deken over u heen gelegd worden.
  • Gedurende de bestraling bent u alleen. Indien u het prettig vindt, kunt u zelf uw muziek en afspeelapparatuur (met speakers) meenemen in de bestralingsruimte. U mag géén oordopjes in tijdens de bestraling. Er is op de bestralingsafdeling zelf geen afspeelapparatuur aanwezig.

Welke bijwerkingen kunnen optreden bij een TBI?

In de eerste 2 tot 3 dagen na de bestraling kunnen de volgende bijwerkingen optreden:

  • Moeheid
  • Hoofdpijn
  • Misselijkheid en braken
  • Pijnlijke speekselklieren
  • Gevoelige slijmvliezen
  • Diarree
  • Temperatuursverhoging
  • Droge huid

Deze bijwerkingen verdwijnen in het algemeen binnen enkele dagen daarna.

Als u (één van) deze klachten ervaart, kunt u met uw arts of verpleegkundige van de afdeling Hematologie bespreken wat gedaan kan worden om de klachten te verminderen.

Een ingrijpende bijwerking op lange termijn is onvruchtbaarheid door de chemotherapie en de TBI. Het is belangrijk om dit vooraf goed door te spreken met uw behandelend arts als u een kinderwens heeft of verwacht te krijgen in de toekomst.

Heeft u vragen?

Als u op enig moment vragen heeft over de behandeling, kunt u contact opnemen met de afdeling Radiotherapie. Telefoonnummer: 071-526 35 25.

Juli 2018