Staaroperatie (cataract)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Oogheelkunde

Met uw behandelend oogarts heeft u afgesproken dat u binnenkort wordt geopereerd aan staar. Deze folder geeft algemene informatie over staar, de operatie, het doel van de operatie en het te verwachten resultaat. De folder is bedoeld ter ondersteuning, naast de gesprekken die u met de arts en de verpleegkundige hebt gehad.

Wat is cataract ofwel staar?

Staar is een vertroebeling van de ooglens. De lens zorgt ervoor dat wij scherp kunnen zien. Door vertroebeling van de lens zien wij minder en waziger. In de folder zal de term staar worden aangehouden.

Oorzaken van staar

Er zijn verschillende oorzaken voor staar. De meest voorkomende oorzaak is veroudering. De leeftijd waarop de klachten optreden is verschillend. De klachten kunnen bijvoorbeeld zijn: wazig zien, doffer/ grauwer zien of last van tegenlicht. De oogarts kan, na onderzoek, vaststellen wanneer de behandeling moet plaatsvinden. Soms kan de klacht verholpen worden door een sterkere bril. In uw geval is, in overleg met u, besloten tot een operatie.

Oogbal

De behandeling

De behandeling bestaat uit het operatief verwijderen van de troebele inhoud van de ooglens; die wordt vervangen door een nieuwe heldere kunstlens. De inhoud van de lens bevindt zich in het lenskapsel. Om de inhoud te verwijderen zal de oogarts het voorste deel van het lenskapsel openen. Als de staar uit het lenskapsel is verwijderd, wordt de nieuwe kunstlens geplaatst. Hierdoor zit deze lens op dezelfde plaats als de oorspronkelijke lens.

Er wordt naar gestreefd om na de operatie zonder bril in de verte te kijken. Dit lukt bij ongeveer 75% van de mensen. U hebt dan wel een leesbril nodig na de operatie. Een enkele keer wordt er voor de operatie, in overleg met u, besloten om voor een andere sterkte te kiezen. Soms wordt een bijzondere lens geïmplanteerd. De oogarts zal vooraf de mogelijkheden met u bespreken.


Complicaties

Staaroperaties worden heel regelmatig uitgevoerd. Meer dan 95% van de operaties verloopt zonder problemen, maar zoals bij elke operatie kunnen er complicaties optreden. Van sommige complicaties zult u weinig of niets merken, van andere complicaties zullen de gevolgen groter zijn. Veel mensen hebben na de operatie last van lichte irritatie aan het oog, een zandkorrel gevoel of een oog dat iets droog aanvoelt. Dit is heel normaal en geen complicatie.

De meest voorkomende complicaties en complicaties met de ernstigste gevolgen zijn:

Scheur in het achterste kapsel

Bij de staaroperatie kan er een gaatje komen in de achterkant van het lens zakje, het achterste kapsel. Dit kapsel is zeer dun, ongeveer 3,5 – 9 micrometer. Een scheurtje in dit kapsel ontstaat bij ongeveer 2 tot 3,5% van de operaties. Het kan betekenen dat een ander type lens geplaatst moet worden of dat de nieuwe lens op een andere plaats vastgemaakt wordt. Soms is het niet mogelijk direct een kunstlens te plaatsen en is een tweede operatie nodig. Door een scheur in het achterste kapsel kan een lensstukje achter in het oog vallen. De kans hierop is zeer laag, ongeveer 0,1 – 0,2%. Ook dan is een tweede operatie nodig om dit lensstukje te verwijderen.

Endophthalmitis

Dit is een ernstige, bacteriële ontsteking van het oog, die optreedt in de periode kort na de operatie. Het komt voor bij 0,05% tot 0,3% van de patiënten. In het LUMC krijgt iedere patiënt aan het eind van de staaroperatie een antibioticum toegediend in het oog. Dit vermindert sterk de kans op het krijgen van een ontsteking. Verschijnselen van een ontsteking kunnen zijn: roodheid, pijn in het oog, wazig zien en/of pusachtige afscheiding. Er kan ook aanhoudende pijn optreden in de wenkbrauwstreek. Bij deze verschijnselen moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis

Vocht in de gele vlek

Bij ongeveer 20% van de patiënten wordt na een staaroperatie een beetje vocht in de gele vlek (macula oedeem) gevonden. Meestal geeft dit geen klachten, maar ongeveer 2% heeft klachten van verminderd zicht. Behandeling is mogelijk met druppels en/of tabletten, waarna het zicht zich vrijwel altijd herstelt. Een enkeling krijgt hiervoor injecties in het oog.

Bloeding

Tijdens de operatie kan een bloeding ontstaan in het achterste vaatvlies. Dit heet een subchoroidale bloeding en is een van de ernstigste complicaties die op kan treden en kan leiden tot blindheid. De kans hierop is echter zeer klein, slechts 0,03 tot 0,13%.

Netvliesloslating

Nog jaren na een staaroperatie bestaat de kans op het krijgen van een netvliesloslating. Dit gebeurt bij ongeveer 0,4% tot 3,6% van de patiënten. Wanneer u flitsen gaat zien of plotseling een stuk in het gezichtsveld mist, adviseren we u direct contact op te nemen met uw huis- of oogarts.

Na verloop van tijd kan het achtergebleven lenskapsel troebel worden, waardoor u weer waziger gaat zien. Dit heet nastaar en wordt bij ongeveer 26% van de patiënten binnen 3 jaar gevonden. Nastaar kan vrij eenvoudig verholpen worden met een laserbehandeling op de polikliniek.

De operatie

De operatie wordt verricht in dagbehandeling onder plaatselijke verdoving. Bij hoge uitzondering vindt de operatie plaats onder algemene anesthesie. Er zijn verschillende methoden om plaatselijk te verdoven, met druppels en/ of met een injectie. De operatie duurt meestal minder dan 45 minuten. Na de operatie wordt het oog dichtgeplakt met een zalfverband met daaroverheen een oogdop ter bescherming van het oog. Dit verband blijft zitten tot de volgende ochtend. U mag het dan zelf verwijderen. Er wordt altijd maar één oog tegelijk geopereerd. Wij adviseren u de plastic oogdop de eerste 5 nachten na de operatie ’s nachts te dragen ter bescherming van het oog.

Procedure voor een staaroperatie


Dag van het polikliniekbezoek


De arts bepaalt na onderzoek of het oog aan staar kan worden geopereerd. De definitieve beslissing wordt in overleg met u genomen. Hierna volgt een gesprek met de verpleegkundige en u krijgt informatiemateriaal.
Er wordt een biometrie gedaan. Dit is een meting om de sterkte van de implantlens te kunnen bepalen.
De biometrie wordt beïnvloed door het dragen van contactlenzen. Daarom dient u zachte lenzen 1 week en harde lenzen 2 weken voor dit polikliniekbezoek niet meer te dragen. Dit geldt in ieder geval voor het te opereren oog.

Wordt u onder algemene anesthesie of onder plaatselijke verdoving met bewaking van de anesthesie geopereerd, dan gaat u naar de pre-operatieve polikliniek van de afdeling Anesthesie voor onderzoek of krijgt u daar een afspraak. Na deze voorbereidingen gaat u naar huis.
U gaat naar huis en u krijgt de oproep voor de operatie en de daarop volgende controles schriftelijk thuis.
Bij de oproepbrief voor de operatie vindt u een schriftelijk verzoek om digitaal een aantal vragen in te vullen over het effect van de staar op uw dagelijks functioneren. Drie maanden na de operatie krijgt u via e-mail het verzoek deze vragen nogmaals te beantwoorden. Met dit landelijk ingevoerde programma (CatQuest) bewaken wij de kwaliteit van onze zorg.

Thuis vooraf regelen

Na de operatie is het geopereerde oog afgeplakt met verband en een dop. Wilt u ervoor zorgen dat er iemand met u meekomt naar het ziekenhuis? Diegene kan aanwezig blijven of u later weer op komen halen. Indien u met het andere oog niet genoeg kunt zien, regel dan hulp voor thuis gedurende de eerste 24 uur na de operatie. In overleg met de operateur kan dan besloten worden eventueel alleen een doorzichtige dop en geen verband te gebruiken. U ziet dan wel iets, maar nog wel heel wazig.

Om infecties te voorkomen is het nodig dat u zich wast of een douche neemt en de haren wast. Dit laatste kan ook de dag voor de operatie. Wilt u:

  • Geen make-up opdoen.
  • Geen sieraden omdoen.
  • Geen geld of waardevolle papieren meenemen. Het ziekenhuis stelt zich hier niet aansprakelijk voor.
  • Al uw medicijnen innemen zoals u gewend bent. Plastabletten mag u ‘s morgens voor de operatie niet innemen.
  • Gewoon ontbijten, behalve als u onder narcose geopereerd wordt. Dan moet u nuchter zijn. Dat wil zeggen dat u vanaf 24.00 uur de avond voorafgaand aan de operatie niet meer mag eten en tot 06.00 uur alleen een beetje water drinken, daarna niet meer.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?
  • Uw oproepbrief
  • Uw polikliniekkaart
  • Dagvoorraad medicijnen en recente medicijnuitdraai van apotheek
  • Makkelijke ruim zittende kleding
  • Eventueel een boek of tijdschrift

Er is geen ruimte voor een koffer of een grote tas.

De dag van operatie in het ziekenhuis

U meldt zich met uw oproep op de afgesproken tijd op de dagopname van Oogheelkunde, routenummer 684. U krijgt operatiekleding aan, de onderkleding kunt u aanhouden. Als de arts dit voorgeschreven heeft krijgt u een pijnstillende tablet en een rustgevende tablet. Ook krijgt u middelen in het te opereren oog om de pupil van het oog te verwijden. Daarna wordt u naar het operatiecentrum gebracht. Na de operatie wordt u weer terug gebracht naar uw kamer en mag u zich omkleden en naar huis.

Na ontslag

De ochtend na de operatie komt u voor controle op de polikliniek Oogheelkunde, routenummer 598. De volgende controle vindt in principe na ongeveer een maand plaats. Deze afspraken krijgt u thuisgestuurd met de oproep voor de operatie. Soms is het noodzakelijk om u nog een keer extra te controleren.


Wat te doen bij ziekte?

Als u op het moment van de operatie ziek bent, verzoeken wij u het planningssecretariaat Oogheelkunde te bellen. Binnen kantooruren via telefoonnummer (071) 526 80 30 en buiten kantooruren via de centrale
(071) 526 91 11. U kunt vragen naar de dienstdoende oogarts.

Vragen

Bij vragen of problemen kunt u contact opnemen met:

LUMC, polikliniek Oogheelkunde
Routenummer 598, locatie J3

Tel. 071 - 526 8030

Voor afspraken: het medisch secretariaat tussen 9.00 - 12.00 uur, toets 1
Voor medische vragen: de verpleging tussen 08.30 - 17.00 uur, toets 2
Voor overige vragen: het medisch secretariaat tussen 9.00 - 16.00 uur, toets 4

Buiten kantooruren: 071 - 526 9111
(vragen naar dienstdoende arts-assistent afdeling Oogheelkunde)


Meer informatie

www.oogvereniging.nlwww.vovz.nl

Juni 2017