Leverperfusie

This information is provided by Heelkunde

Deze folder geeft u informatie over de leverperfusie zoals die in het LUMC plaats vindt. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn. Deze patiënteninformatiefolder beschrijft de wijze waarop in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) de operatie wordt uitgevoerd

Algemene informatie rondom een operatie

Als u een operatie moet ondergaan, is het van belang dat u het daarmee eens bent. Bespreek daarom vóór de operatie al uw vragen en zorgen met uw arts. Vaak zult u gevraagd worden of u de gang van zaken rond de operatie voldoende hebt begrepen. U moet zich dan afvragen of de voorlichting die u over de operatie hebt gekregen, voor u voldoende is geweest. Pas dan kunt u achter de beslissing staan en uw toestemming voor de operatie geven.

Niet iedereen zal alle specifieke details over de procedure rond de operatie willen weten. Toch is het verstandig wanneer u goed geïnformeerd bent. Na een gesprek met uw arts zou u eigenlijk een antwoord moeten weten op vragen als:

  • Wat zijn de beweegredenen van mijn arts om bij mij een operatie voor te stellen?
  • Zijn er eventueel andere behandelingsmogelijkheden?
  • Wat wordt er bij de operatie gedaan?
  • Wat zijn de complicaties van de operatie?
  • Welk resultaat mag ik van de operatie verwachten?
  • Is ziekenhuisopname noodzakelijk en zo ja: hoe lang kan de opname duren?
  • Wat staat mij te wachten in de herstelfase na de operatie?

Veel van deze vragen zullen al spontaan door uw arts tijdens de voorlichting over de operatie beantwoord zijn. Het is daarbij goed u te realiseren dat geen enkele arts het resultaat van een operatie volledig kan garanderen. Er zijn verschillende factoren die een rol kunnen spelen. Zo is elke operatie weer anders, afhankelijk van omstandigheden en reacties van elke individuele patiënt. Uw arts zal u een redelijk beeld kunnen geven van wat u van de operatie mag verwachten. 

Wanneer is een leverperfusie nodig?

Er is bij u vastgesteld dat er uitzaaiingen (metastasen) in de lever zijn. Deze zijn het gevolg van een versleping van kwaadaardige cellen uit meestal een gezwel van de dikke darm, of een oogmelanoom. Alvorens de levermetastasen kunnen worden behandeld is het van belang dat eerst het oorspronkelijke gezwel is verwijderd, en dat er zich geen uitzaaiingen in andere organen dan de lever bevinden. Anders gezegd de uitzaaiingen mogen alleen in de lever zitten, anders heeft de behandeling van de leveruitzaaiing geen zin. Voorafgaand aan de behandeling zullen er CT-scans gemaakt worden van uw buik, borstkas en hoofd, om uit te sluiten dat er andere uitzaaiingen zijn. 

Voorafgaand aan de behandeling 

 

Stap 1: Preoperatief spreekuur Anesthesie (POS)

Op de POS polikliniek wordt uw lichamelijke toestand beoordeeld. De anesthesiologen  maken een risico-inschatting met betrekking tot de operatie en de anesthesie (narcose). Er wordt uitgelegd hoe de narcose wordt verzorgd tijdens de ingreep.

Er is een aparte patiëntenfolder Anesthesie. Hierin staat informatie die voor u en uw naasten belangrijk is om te weten, ook over de POS polikliniek. 

Stap 2: Angiografisch onderzoek

De lever wordt op twee manieren van bloed voorzien, via de leverader en via de leverslagader. Normaal leverweefsel wordt voor 75% door de leverader voorzien van bloed en voor 25% door de leverslagader. Levertumoren zijn bijna geheel afhankelijk van bloedvoorziening via de leverslagader. 

Voordat de daadwerkelijke behandeling kan plaatsvinden, zult u eerst een angiografisch vooronderzoek ondergaan. Tijdens dit onderzoek wordt de verdeling van de bloedtoevoer naar de tumor en het gezonde deel van de lever in kaart gebracht. Onder plaatselijke verdoving wordt een katheter (slangetje) in de slagader van de lies ingebracht. Via de liesslagader wordt de katheter opgeschoven naar de leverslagader. De aftakkingen van de leverslagader die de tumor van bloed voorzien worden opgezocht. Indien noodzakelijk zullen enkele kleine bloedvaten naar andere organen (maag, darmen en alvleesklier) worden dichtgemaakt met spiraaltjes (coils). Hiermee wordt voorkomen dat de chemotherapie tijdens de leverperfusie in de verkeerde organen terecht komt.

Tijdens het angiografisch vooronderzoek wordt van u verwacht dat u nuchter bent. Dit betekent dat u vanaf 3 uur voor de procedure niets meer eet of drinkt. Het totale vooronderzoek neemt gemiddeld 4 uur tijd in beslag.  Na dit onderzoek moet u enkele uren bedrust houden. De opnameduur voor het radiografisch vooronderzoek betreft 1 dag. 

De behandeling/leverperfusie

Bij een geïsoleerde leverperfusie wordt een hoge dosis cytostatica (chemotherapie) in de lever toegediend. Cytostatica zijn geneesmiddelen die celgroei en celdeling remmen. De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Als u in slaap bent, zal de radioloog via de lies een katheter in uw bloedvaten inbrengen. Ook komt er een toegang tot een bloedvat in de hals.  

Via de bloedvaten in uw lies en hals wordt een systeem gecreëerd waarmee melfalan (de chemotherapie) in de leverslagader wordt gespoten. Het bloed met chemotherapie wordt daarna via een afzonderlijk systeem uit de lever opgevangen en gefilterd. Het ‘schone’ bloed wordt aan u teruggegeven via een halsader. Melfalan zal gedurende 30 minuten door de lever stromen. Hierna wordt de lever nog 30 minuten gespoeld, zodat bijna alle chemotherapie uit het bloed gefilterd wordt.  

Na het spoelen van de lever worden de ingebrachte slangen weer verwijderd en de bloedvaten hersteld.   

Opname

Op de dag van de operatie komt u ’s ochtends op de afdeling. De verpleegkundige maakt u klaar voor de behandeling. Een medewerker van de prikdienst komt bloed bij u afnemen.
U wordt door een medewerker van het patiëntenvervoer naar de angiokamer gebracht, waar de behandeling plaatsvindt. Hier vangt de anesthesioloog u op en brengt u onder narcose. De operatie zal ongeveer 4 uur in beslag nemen. 

Verblijf op de PACU

Na de operatie gaat u minimaal één nacht naar de PACU, een afdeling waar meer bewaking is dan op een verpleegafdeling.  Hier wordt u aangesloten op een monitor die hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur bewaakt. Als alles gunstig is, gaat daarna naar de afdeling. Als u op de PACU komt, zult u verschillende lijn en slangen hebben:

  • Blaascatheter via de plasbuis (voor de afvoer van urine)
  • Zuurstofslangetje in uw neus
  • Slangen in de bloedvaten in de liezen en in de bloedvaten in uw hals. Die worden later verwijderd.
  • Infuus

Er is een aparte patiëntenfolder Post Anesthesia Care Unit (PACU). Hierin staat informatie die voor u en uw naasten belangrijk is om te weten.

Na de operatie op de afdeling

Als u van de PACU terug komt op de verpleegafdeling, kunt u rustig aan weer mobiliseren en zelfstandig wassen en aankleden. Er wordt elke dag bloed geprikt om uw bloedwaarden in de gaten te houden.

Ook worden de bloedvaten in de lies en in de hals gecontroleerd. Als er geen complicaties optreden, kunt u na enkele dagen naar huis.  

Na ontslag 

Een week na de behandeling wordt uw bloed nog geprikt om de waarden te controleren. Dit regelen we voor u via de huisarts, zodat u niet telkens naar het LUMC hoeft te reizen.

Indien u thuis bent en zich niet goed voelt of koorts krijgt, neemt u dan contact op met de afdeling. Hiervan krijgt u nummers mee bij ontslag.

Mogelijke complicaties van de operatie

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de normale risico's van een operatie, bijvoorbeeld bloeding of een infectie.. Bij de leverperfusie zijn er ook specifieke complicaties mogelijk:

  • Leverfunctiestoornissen
  • Tekort aan witte bloedcellen
  • Complicaties door het plaatsen van de katheter
  • Stollingsstoornissen
  • Nierfunctiestoornissen

Medicatie na de operatie

Na de operatie zult u fraxiparine (medicijn om de kans op trombose te verkleinen) krijgen. Ook krijgt u een medicijn wat  de aanmaak van witte bloedcellen stimuleert. Door de hoge dosis chemotherapie komt er een tekort aan witte bloedcellen in de bloedbaan, dit is afhankelijk van de bloedwaarden. Verder word u eigen medicatie hervat in overleg met de zaalarts. Indien u pijnmedicatie nodig heeft zal dit worden besproken. 

Tot slot

Indien u nog vragen heeft, kunt u ze altijd stellen aan uw behandelend arts.


Februari 2014

Post Anesthesia Care Unit (PACU)
Informatie over anesthesie