Intra-Uteriene Inseminatie (IUI)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gynaecologie

De folder die voor u ligt, of die u leest via de website, bevat informatie voor iedereen die in het Leids Universitair Medische Centrum (LUMC) een IUI behandeling zal ondergaan.

Het is onmogelijk om in deze folder helemaal compleet te zijn. U moet deze informatie dan ook zien als aanvulling op de overige mondelinge en schriftelijke informatie, die u al heeft of nog zult gaan krijgen. Aan de opzet van een IUI-behandeling worden geregeld kleine aanpassingen gedaan. Indien er nieuwe ontwikkelingen zijn, kan het zijn dat delen van de folder niet meer geheel de juiste gang van zaken weergeven. We trachten de folder zo actueel mogelijk te houden en zullen u van eventueel ingrijpende veranderingen zo snel mogelijk op de hoogte brengen.
Als u na het doorlezen van deze folder nog vragen heeft, noteer ze dan en stel ze aan de arts bij een volgend bezoek aan het ziekenhuis.

De natuurlijke bevruchting

Om de IUI behandeling verder te verduidelijken volgt een uitleg over hoe een natuurlijke bevruchting tot stand komt. Op de onderstaande tekening kunt u de positie zien van de eierstokken (ovaria) ten opzichte van de baarmoeder (uterus), eileiders (tubae) en de schede (vagina).



Iedere maand, vanaf het begin van de menstruatie, beginnen in de eierstokken eicellen te groeien en te rijpen. Zo’n eicel is microscopisch klein en wordt omgeven door een steeds groter wordend eiblaasje, wat gevuld is met vocht (de follikel).

Normaal groeit per maand slechts één van de eiblaasjes door en gaan de andere verloren. Bij de eisprong (ovulatie) barst het blaasje open en komt de eicel vrij. Bij een regelmatige cyclus van 28 dagen is het tijdstip van de ovulatie ongeveer midden tussen de twee menstruaties in.

De nog onbevruchte eicel wordt opgevangen in één van de eileiders. De zaadcellen komen bij het vrijen in de schede en zwemmen in minder dan 5 minuten via de baarmoeder naar de eileider richting de eicel. In de eileider ontmoeten de eicel en de zaadcel elkaar en vindt er bevruchting plaats. De eicel versmelt dan met één van de zaadcellen. De bevruchte en delende eicel wordt nu embryo genoemd en in ongeveer 4 dagen naar de baarmoeder vervoerd. In het slijmvlies van de baarmoeder vindt daarna de innesteling plaats. 

Wat is IUI?

IUI (intra-uteriene inseminatie) is een methode waarbij met een dun slangetje zaadcellen in de baarmoeder van de vrouw wordt gebracht. Dit gebeurt nadat uit het sperma van de partner de best bewegende zaadcellen zijn geïsoleerd.
Voor wie is IUI een geschikte behandeling?

Voor het ondergaan van een IUI behandeling is een medische indicatie nodig bij:
  1. Paren bij wie de kwaliteit van het zaad van de man niet optimaal is. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van te weinig beweeglijke zaadcellen. 
  2. Paren bij wie geen duidelijke oorzaak voor het uitblijven van een zwangerschap is gevonden en (indien jonger dan 37 jaar), de spontane kans op zwangerschap in het komende jaar volgens de berekening van Hunault lager dan 30% is. 

De proefcapacitatie

Met de proefcapacitatie wordt een test bedoeld, waarbij gekeken wordt of het mogelijk is om uit het sperma van de man voldoende levende zaadcellen te verkrijgen voor een inseminatie.

Het sperma wordt opgevangen door middel van masturbatie. Dit kan thuis gebeuren. Het sperma dient hierbij opgevangen te worden in een spermapotje dat u eerder van het secretariaat heeft meegekregen. Dit potje voldoet aan een aantal specifieke eisen.

Als u ver van het LUMC woont, kunt u het sperma in het ziekenhuis produceren. Dit is alleen nodig indien er meer dan twee uur zit tussen het tijdstip van productie en het inleveren bij het laboratorium.

De kwaliteit van het sperma is het beste na ongeveer drie dagen onthouding (geen zaadlozing). Een veel langere periode van onthouding heeft geen zin en kan zelfs nadelig zijn voor de spermakwaliteit.

De test wordt in een gespecialiseerd laboratorium uitgevoerd. Het sperma wordt eerst nagekeken onder de microscoop. Daarna wordt getracht de levende zaadcellen te scheiden van zowel de vloeistof waarin ze zaten als van de dode zaadcellen.

Het aantal levende en goed beweeglijke zaadcellen bepaalt de kwaliteit van het sperma. De uitslag van deze test is meestal na enkele dagen verwerkt. De uitslag zal de arts bij een volgende afspraak op de poli bespreken.

Wat als de uitslag niet goed is?

De test kan later herhaald worden. Als het sperma dan opnieuw niet geschikt is om een inseminatie mee uit te voeren, is het niet zinvol om met een IUI-behandeling te starten. Uw arts zal dit met u bespreken.

Wat gebeurt er als de uitslag wel goed is?

Als er voldoende zaadcellen bij het onderzoek zijn gevonden, kan het traject van een IUI-behandeling opgestart worden.
Een IUI-behandeling wordt maximaal zes maal uitgevoerd. 

Na iedere behandeling vindt er een telefonisch gesprek met uw behandelend arts plaats om het verloop van de behandeling te bespreken en waar nodig aanpassingen te doen. Indien er na drie cycli geen zwangerschap is ontstaan, vindt doorgaans een gesprek op de polikliniek plaats. 

In dit gesprek zullen de eerdere behandelingen worden geëvalueerd en bekeken worden of aanvullend onderzoek, bijvoorbeeld een diagnostische laparoscopie (kijkoperatie) met tubatesten (test of de eileiders open zijn) nog gedaan kan worden. Ook wordt hier wederom besproken of het zinvol is de IUI-behandeling voort te zetten en of er eventueel aanpassingen aan de behandeling nodig zijn. 

Na zes IUI-pogingen vindt opnieuw een afspraak op de polikliniek plaats. Hierbij worden de behandelingen geëvalueerd en zal vaak over een volgende stap in het behandeltraject gesproken worden. Een IVF (in vitro fertilisatie, reageerbuisbevruchting) behandeling is de volgende stap na IUI. I

ndien u met IUI-behandelingen bent gestart, staat u automatisch op de wachtlijst voor een eventuele IVF-behandeling.
Onverhoopt kan de spermakwaliteit voor de start van een behandeling minder worden onder invloed van medicatie of algemeen ziek zijn. 

Wij verzoeken u ons direct te informeren indien:

  • U in de laatste twee maanden voor de behandeling een infectie aan een zaadbal of de urineweg hebt gehad;  
  • U in die periode een ziekte met hoge koorts hebt doorgemaakt; 
  • U medicijnen (zoals antibiotica) bent gaan gebruiken sinds de laatste zaadanalyse. 
Wij kunnen dan vóór of in het begin van de behandeling uw zaad nog een keer controleren. Als het zaad van slechte kwaliteit is, is een IUI-behandeling niet zinvol en kan deze beter worden uitgesteld.

De IUI- behandeling

IUI behandelingen kunnen met verschillende behandelschema’s uitgevoerd worden. Onderstaand worden de verschillende behandelschema’s beschreven. De cyclus wordt bij alle schema’s gemonitord  door middel van vaginale echo’s. 

Op deze echo’s kan de groei van de follikel(s) (eiblaasje(s)) in de eierstok gevolgd worden. Op de dag van de echo wordt altijd bloed geprikt om de reactie van de eierstokken na te gaan (oestradiol-bepaling). Ook kan hierin bepaald worden of u zelf een eisprong in gang heeft gezet (LH-bepaling). 

Als op de echo gezien wordt dat u klaar bent om een IUI te ondergaan, maar u zelf nog niet een eisprong in gang heeft gezet, zal de eisprong door middel van een onderhuidse injectie met Ovitrelle of Pregnyl worden opgewekt.

IUI in een spontane cyclus
In sommige gevallen wordt een IUI in een spontane cyclus uitgevoerd. Onder invloed van de eigen hormonen groeit er een follikel in de eierstok. 

IUI met milde hyperstimulatie (clomifeencitraat of FSH)
In de meeste gevallen wordt de IUI behandeling uitgevoerd met een milde hyperstimulatie.

Deze stimulatie kan plaatsvinden met:

  1. Clomifeencitraat (Clomid). Dit stimulerend middel wordt als tabletten gegeven en dient vanaf cyclusdag 3 tot en met cyclusdag 7 gebruikt te worden. De standaard dosering is 50 mg per dag. Soms wordt ook 100 of 150 mg voorgeschreven. Uw arts zal dit met u bespreken.
  2. Follikel Stimulerend Hormoon (FSH, Gonal-F of Menopur). Dit stimulerend middel dient via onderhuidse injecties toegediend te worden. Standaard wordt dit middel vanaf cyclusdag 5 gestart en met een dagdosis van 75 eenheden. In sommige gevallen dient de medicatie eerder gestart te worden en kan een andere dosering voorgeschreven worden. Uw arts zal dit met u bespreken.

Voor een prikinstructie van de genoemde medicatie, kunt u een afspraak maken met de IVF-verpleegkundige (tel.071 – 526 4052). Het is voor uzelf gemakkelijk als u zelf of uw partner de injecties toedient. 

De medicatie voor een IUI-behandeling is vanaf 1 januari 2014 alleen nog maar via de poli-apotheek van het LUMC (locatie C0-14) te verkrijgen. Zorg dat u de medicatie tijdig in huis heeft. Indien u medicatie moet prikken om te stimuleren, controleer dan altijd voor de echo-afspraak hoeveel medicatie u nog in huis heeft. Bij het echo-onderzoek kan beoordeeld worden of u een herhaalrecept nodig heeft.

Het verloop van de behandeling

Op de eerste dag van uw cyclus belt u naar het secretariaat gynaecologie (tel.071 – 526 2870) om een afspraak te maken voor de eerste echo-controle rond cyclusdag 11. Mocht u in het weekend gaan menstrueren, belt u de eerst volgende werkdag om de afspraak in te plannen. 

Echo-controles
Bij de echo-controle wordt de ontwikkeling van een follikel gecontroleerd. Door middel van een inwendig echo-onderzoek worden de eierstokken in beeld  gebracht. De follikels en de dikte van het baarmoederslijmvlies worden opgemeten. Echo-controles vinden altijd voor 11 uur ’s morgens plaats. 

Bij elke echo-controle wordt tevens bloed afgenomen om de reactie op de stimulatie in het bloed te bepalen (oestradiol-bepaling). Ook wordt in het bloed gekeken of het lichaam zelf een eisprong in gang heeft gezet (LH-bepaling). 

’s Middags (tussen 14.00 en 16.30 uur) belt de IVF-verpleegkundige u op om door te geven hoe de behandeling vervolgd wordt. Dit kan betekenen dat u enkele dagen later nogmaals een afspraak voor echo-controle krijgt, of dat u klaar bent om een inseminatie te ondergaan.

Onthouding
Vanaf de tiende cyclusdag zult u met uw partner een seksuele onthoudingsperiode (dit betekent geen zaadlozing) moeten inlassen om de zaadkwaliteit zo goed mogelijk te houden voor de inseminatie.

Spermaformulier en spermapotje
Voor de IUI-behandeling heeft u een spermaonderzoekformulier en spermapotje nodig. Ook is het van belang dat u stickers met uw persoonlijke gegevens heeft om op beiden te plakken voordat u dit bij het IVF-laboratorium inlevert.

Doorgaans worden dit formulier en potje bij de eerste echo-controle meegegeven. Aangezien u dit specifieke potje voor de behandeling moet gebruiken, verzoeken wij u er alert op te zijn dat dit in uw bezit is als de IUI-behandeling wordt afgesproken. 

De inseminatie
Op de dag van de inseminatie brengt u of uw partner tussen 08.30 en 09.00 uur het sperma en het spermaonderzoek formulier naar het IVF-laboratorium (B3, kamer 73). Op het potje en formulier dienen stickers van u en uw partner te staan en het spermaonderzoek formulier dient ingevuld te zijn. Indien de inseminatie in het weekend plaats vindt, kan de tijd voor inleveren van het sperma afwijken. 

Het sperma wordt in het laboratorium opgewerkt en geschikt gemaakt voor de inseminatie.

Op het afgesproken tijdstip van de inseminatie wordt u door één van de IVF-artsen de behandelkamer ingeroepen. Deze kamer grenst aan het IVF-laboratorium. U krijgt informatie over de spermakwaliteit.

De inseminatie gebeurt op een onderzoeksstoel en gaat als een algemeen gynaecologisch onderzoek. 

Na het inbrengen van een speculum (eendenbek) wordt er een dunne katheter door de baarmoedermond in de baarmoederholte gebracht. Een halfvolle blaas vergemakkelijkt over het algemeen de inseminatie en u wordt dan ook verzocht niet vlak voor een inseminatie uit te plassen. 

Het inbrengen van de katheter gaat doorgaans erg vlot  en doet over het algemeen geen pijn. Vervolgens worden de zaadcellen in de baarmoederholte ingespoten. De katheter en eendenbek worden verwijderd en u blijft nog circa 10 minuten op de onderzoeksbank liggen. 

Daarna verlaat u het ziekenhuis en kunt u uw gewone werkzaamheden hervatten.

Na de inseminatie

Bij de inseminatie krijgt u een afspraak mee om een week na de inseminatie bloed te prikken om het progesteron te bepalen. Dit hormoon is verhoogd indien er een goede eisprong heeft plaatsgevonden. 

Ook krijgt u een afspraak mee om circa 12 dagen na de inseminatie bloed te laten prikken voor een zwangerschapstest (hCG). Deze laatste bloedafname dient voor 11.00 uur plaats te vinden, zodat u diezelfde middag door de IVF-verpleegkundige gebeld kan worden over de uitslag hiervan. 

Voor de uitslag van het progesteron en het bespreken van het verloop van de IUI-behandeling kunt u na de inseminatie een telefonische afspraak bij uw behandelend arts maken. Het is verstandig deze afspraak in te plannen nadat de uitslag van de zwangerschapstest bekend is. 

Zoals eerder beschreven vindt doorgaans na een 3e en 6e IUI-behandeling een nagesprek op de polikliniek plaats. Indien u helaas niet zwanger bent geworden zal de behandelend arts met u bespreken wanneer een volgende IUI-behandeling kan starten. 

Om na elke behandeling met FSH of clomifeencitraat de eierstokken tot rust te laten komen, vindt de inseminatie om de maand plaats. Een rustcyclus is bij IUI in een spontane cyclus niet echt nodig, maar mag altijd ingelast worden.

Kansen

De kans dat een IUI-behandeling tot een zwangerschap leidt, ligt rond de 10% per behandeling. Als alle behandelingen samen worden genomen, ontstaat bij circa 25% van de paren die met IUI-behandeling starten een zwangerschap.

Bijwerkingen en risico's

Bij het uitvoeren van IUI met milde hyperstimulatie kunnen twee belangrijke bijwerkingen optreden: het overstimulatiesyndroom (OHSS) en meerlingzwangerschap. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen zijn ze niet altijd vermijdbaar. 

Het overstimulatiesyndroom ziet men na de eisprong. Doordat teveel eiblaasjes zijn ontwikkeld, kunnen allerlei klachten ontstaan. Kenmerkend van de lichte vorm van overstimulatie zijn lichte buikpijn en gewichtstoename. Deze klachten krijgen bijna alle patiënten die behandeld worden met deze medicijnen. Deze lichte vorm kan geen kwaad. 

De andere vorm gaat gepaard met ernstige buikpijn en gewichtstoename. Neemt uw gewicht in vergelijking met uw gewicht voor de behandeling met meer dan twee kilogram toe, dan is het verstandig contact op te nemen met uw behandelend arts.

De kans op een meerlingzwangerschap na het gebruik van FSH of clomifeencitraat is iets groter dan in een spontane cyclus.
Tijdens de echocontroles in de IUI-behandeling wordt de groei van de follikels gecontroleerd. Indien er onverhoopt teveel follikels tot ontwikkeling komen, kan de IUI niet doorgaan vanwege een te groot risico op een meerling.

Vergoeding IUI-behandeling door zorgverzekering

Het fertiliteitstraject is een behandeltraject van beide partners. Dit betekent dat beide partners bij het eerste gesprek op de polikliniek zullen worden ingeschreven en voor beiden een factuur naar de zorgverzekeraar wordt gestuurd. 

Niet iedere zorgverzekering vergoedt IUI-behandeling. Wij adviseren u vooraf contact met uw zorgverzekeraar (van de vrouw) op te nemen of de polisvoorwaarden na te lezen.

Bereikbaarheid en locatie

De IUI behandeling wordt op de polikliniek Gynaecologie en Voortplanting uitgevoerd. De polikliniek bevindt zich op de derde verdieping (H3-P). Alle polikliniekbezoeken, echo-onderzoek, zaadonderzoek en de IUI behandeling vinden hier plaats. 

De centrale bloedafname-post bevindt zich op het Leidseplein (C2) op de tweede verdieping (alleen op werkdagen geopend). 

Voor het maken van afspraken kunt u het secretariaat telefonisch bereiken van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 11.00 uur en 13.30 en 15.00 uur op telefoonnummer 071 – 526 2870. Op woensdagmiddag is de polikliniek telefonisch niet bereikbaar. 

Buiten de normale werkuren kunt u in noodsituaties contact opnemen met het algemene telefoonnummer 071 – 526 9111. U vraagt dan naar de dienstdoende gynaecoloog en meldt dat u met een IUI behandeling bezig bent.

December 2014