Botbiopsie

This information is provided by Orthopedie

Deze folder geeft u algemene informatie over een botbiopsie. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn. Deze folder beschrijft de wijze waarop in het LUMC de ingreep plaatsvindt.

Algemene informatie

Een botbiopsie is een ingreep waarbij onder lokale verdoving of narcose een stukje weefsel (biopt) uit het bot en/of omliggende weefsel wordt weggenomen. Dit weefsel wordt nader onderzocht.

Door het nemen van een biopsie kan nauwkeurig  worden vastgesteld om welk soort afwijkend weefsel het gaat. Het weefsel wordt onderzocht door de patholoog. De uitslag kan 1 tot 2 weken duren door de bewerking van het materiaal.

Soms wordt er weefsel met spoed naar de patholoog gestuurd om te beoordelen of er voldoende en het juiste materiaal is afgenomen, dit heet een vriescoupe.

Ook wordt er zonodig een kweek van het biopsiemateriaal genomen.

Voorbereiding

U wordt op de polikliniek door de arts ingelicht over de reden en wijze van afnemen van de biopsie. De biopsie wordt op de operatiekamer gedaan of onder echo- of CT-geleiding  op de afdeling Radiologie.

Wanneer de biopsie op de operatiekamer wordt gedaan gaat u eerst langs de anesthesist en komt u voor dagopname. De biopsie op de afdeling Radiologie gebeurt poliklinisch.

De biopsie bij dagopname

U wordt de dag van de ingreep ‘s ochtends vroeg opgenomen. Meestal gaat u op dezelfde dag weer naar huis.

In de folder 'Informatie over Anesthesie'  leest u nog enkele zaken die ter voorbereiding op de ingreep belangrijk zijn zoals  het nuchter zijn voor de ingreep (vanaf middernacht tot de ingreep mag u niets meer eten en vanaf 04.00 uur niets meer drinken), het verwijderen van make-up, sieraden en/of uw kunstgebit. De anesthesioloog neemt dit met u door.

Bij binnenkomst op de verpleegafdeling krijgt u een kort gesprek met de verpleegkundige, waarin de volgende onderwerpen aan de orde komen.

Medicijngebruik

Breng eventuele medicijnen die u thuis gebruikt mee, zodat u deze tijdens uw opname  kunt blijven gebruiken. Het is van belang dat wij op de hoogte zijn van het gebruik van bloedverdunners zoals o.a. Brufen of Voltaren. 

Nazorg

Zorg ervoor dat er iemand is die u op komt halen na ontslag;  na de verdoving/narcose kunt  u beter niet zelf autorijden.

Pijn

Welke pijnstilling gebruikt u momenteel?  Als er pijnklachten zijn van de biopsie dan verdwijnen deze meestal binnen 3 dagen. Ook kan er een bloeduitstorting optreden.

Allergieën

Wanneer u een allergie heeft dit wilt u dit dan doorgeven aan de verpleegkundige

Markeren:

De geopereerde plek wordt samen met u gemarkeerd met een watervaste stift.

Na de ingreep

Na de ingreep gaat u naar de uitslaapkamer. Wanneer de bloeddruk en andere controles goed zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.
Omdat de ingreep niet zo lang duurt, namelijk korter dan een uur, zijn de bijwerkingen van de narcose en verdoving meestal beperkt.

Voordat u met ontslag gaat moet u goed wakker zijn, de wond mag niet nabloeden, u moet hebben geplast,  u moet zelf kunnen lopen (met of zonder krukken) en de pijn dient onder controle te zijn.

Indien u een drukverband heeft mag dit 48 uur na de ingreep verwijderd worden. U kunt zonodig een pleister op de wond plakken. Wanneer het wondje droog is kunt u weer douchen. Indien nodig kunt u pijnstillers gebruiken.

Bij ontslag naar huis krijgt u de volgende zaken mee

  • een polikliniek afspraak/ belafspraak met de orthopaed.
  • een recept voor Fraxiparine spuitjes 
  • evt. pijnstilling

De biopsie poliklinisch

U wordt voor de poliklinische biopsie verwacht op de afdeling Radiologie.
Voor de ingreep hoeft u niet nuchter te zijn. Na de biopsie kunnen er pijnklachten zijn, deze verdwijnen meestal binnen 3 dagen.

Indien nodig kunt u pijnstillers gebruiken. Er kan een bloeduitstorting optreden. Zorg dat er iemand met u mee gaat naar het ziekenhuis. Het is beter niet zelf te rijden na de biopsie.

Mogelijke complicaties van de ingreep

De eerste 24 uur is de kans het grootst dat de wond nabloedt en een bloeduitstorting kan ontstaan.

Aandachtspunten voor thuis

Wanneer er thuis een toename van pijn, zwelling, roodheid, koorts of wondlekkage optreedt, kunt u contact opnemen met de afdeling Orthopaedie, telefoonnummer 071- 526 2099.
De verpleegkundige, zaalarts of dienstdoende arts zal u verder advies geven.

Tot slot

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben dan kunt u daarmee terecht bij onderstaande telefoonnummers:

Polikliniek Orthopedie 071-526 8003
Verpleegafdeling Orthopedie 071-526 2099
Verpleegkundige polikliniek Orthopedie 071-526 3074
Verpleegkundig specialist 071-526 5015


Januari 2017