Behandeling met lithium

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Psychiatrie 

Deze folder is bestemd voor patiënten in het LUMC die met lithium behandeld (gaan) worden, hun familieleden en andere betrokkenen.  

Inleiding

Lithium is een medicijn dat een stabiliserend effect heeft op de stemming en behoort tot de groep van stemmingsstabilisatoren. Stemmingsstabilisatoren worden met name gebruikt om een ontregelde stemming te verbeteren. Het kan worden gebruikt bij manieën (die gepaard gaan met extreme vrolijkheid, veel energie, en grootheidsgedachten) of depressies (welke gepaard gaan met somberheid, geen plezier hebben en energieverlies).

Ook kan lithium gebruikt worden om een volgende ziekte-episode te voorkomen bij mensen die al eens een manie of depressie hebben doorgemaakt. Het wordt dan vaak voor een lange periode voorgeschreven. Tijdens de behandeling met lithium blijft u bij voorkeur onder controle bij een psychiater.

Werkzaamheid van lithium

Lithium is een soort zout, dat in de hersenen invloed heeft op de prikkeloverdracht tussen zenuwuiteinden. Deze prikkeloverdracht is verstoord bij mensen met verschijnselen van depressie of manie.

Lithium is een zout dat van nature in kleine hoeveelheden in het hele lichaam voor komt, met name in de botten, schildklier en delen van de hersenen. Bij behandeling met lithium duurt het ongeveer 1 tot 2 weken voordat het effect merkbaar is. Bij ongeveer 70% van de gebruikers is lithium werkzaam.

Andere medicijnen en therapieën

Vaak wordt lithium naast andere medicijnen gebruikt. Bij patiënten met een bipolaire stoornis kan een andere stemmingsstabilisator zoals valproaat of carbamazepine worden toegevoegd. Bij mensen met een depressie (ook zonder dat er ooit een manie is geweest) kan lithium juist worden toegevoegd aan een antidepressivum.

Toedieningsvorm en inname

Lithium bestaat in verschillende toedieningsvormen, namelijk als tablet, capsule of drank/druppels. Meestal worden tabletten voorgeschreven. Er zijn twee vormen van lithium: lithiumcarbonaat en lithiumcitraat. Lithium smaakt naar zout met een wat metaalachtige bijsmaak. U moet het medicijn elke dag innemen bij voorkeur voor het slapen gaan.

Indien u een dagdosis vergeet, kunt u deze tot 4 uur later alsnog innemen maar niet nog later. In dat geval moet u een dosis overslaan.

Controle bij lithiumgebruik

Voordat lithium wordt gestart, zal uw bloed en urine worden onderzocht. Ook wordt een hartfilmpje (ECG) gemaakt. De uiteindelijke dosering van lithium wordt bepaald door de concentratie in het bloed te bepalen. Dit wordt ook wel ‘de bloedspiegel’ genoemd.

Het bepalen van de bloedspiegel zal in het begin vaker nodig zijn. Later in de behandeling is het minder vaak nodig. Daarnaast wordt onder andere de nierfunctie en schildklierfunctie regelmatig bepaald.

Het is belangrijk om de lithium op de afgesproken tijd in te nemen omdat de gemeten spiegel anders niet nauwkeurig bepaald kan worden. Bij controle van de bloedspiegel moet u ongeveer 12 uur na inname van de lithium geprikt worden. Tijdstip van inname is meestal 21.00 of 22.00 uur, zodat het bloed afnemen om 9.00 of 10.00 uur ’s ochtends plaats kan vinden.

Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd wordt voor de start met lithium een zwangerschapstest afgenomen omdat lithium door de placenta heen kan en zo bij de foetus (baby) kan komen.

Het is bekend dat lithium mogelijk voor een iets verhoogde kans op onder andere hart- en vaatafwijkingen en nierziekte bij de foetus kan zorgen. Indien u een zwangerschapswens heeft of zwanger bent en lithium gebruikt bespreek dit dan met uw psychiater.

Dosering van lithium

De dosering van lithium moet nauwkeurig worden bepaald; u mag niet een te hoge bloedspiegel hebben in verband met de bijwerkingen en een verhoogde kans op intoxicatie (lithiumvergiftiging; zie verder ‘intoxicatie’). Daarentegen is een te lage bloedspiegel onvoldoende effectief.

De dosis wordt per individu bepaald aan de hand van leeftijd, gewicht, vochtinname, nierfunctie en het beoogde effect op de stemming. De hoeveelheid lithium die iemand moet gebruiken om een goede bloedspiegel te bereiken, kan per persoon erg verschillen.
  
Gestart wordt met een lage dosering die langzaam zal worden opgehoogd totdat de voor u juiste bloedspiegel is bereikt. In het algemeen moet de bloedspiegel tussen de 0,5 en 1,0 millimol per liter (mmol/l) liggen. Dit is afhankelijk van de indicatie. Uw psychiater zal dit met u bespreken.  

Stoppen met lithium

Indien het medicijn goed aanslaat en u weinig bijwerkingen ervaart, wordt vaak aangeraden om het medicijn langdurig te blijven gebruiken. Dat geldt vooral als er sprake is van een bipolaire stoornis.

Lithium is niet verslavend. Lithium kan minder goed werkzaam zijn als een patiënt het eerder heeft gebruikt en heeft afgebouwd. Indien u toch wilt stoppen, doet u dit dan altijd in overleg met de psychiater en nooit acuut en zelfstandig.

Het is noodzakelijk om lithium langzaam af te bouwen. Acuut stoppen kan een episode van manie of depressie uitlokken en kan vervelende onttrekkingsverschijnselen geven.

Bij een grote operatie moet het medicijn 24 uur van te voren tijdelijk worden gestaakt, bij kleine ingrepen moet u vooral aandacht besteden om voldoende te blijven drinken. Bespreek dit voor de operatie met de chirurg, anesthesist en psychiater.

Veel voorkomende bijwerkingen en wat u hieraan kunt doen

Bijwerkingen zoals misselijkheid, braken en diarree komen met name in het begin van de behandeling voor en verdwijnen na enige tijd. De misselijkheid kunt u proberen te voorkomen door inname van het medicijn met voedsel en niet op de lege maag. Braken en diarree kunnen ervoor zorgen dat de lithiumspiegel verstoord raakt. Overleg in dit geval met de psychiater, omdat soms tijdelijk de dosering verlaagd moet worden.

Gewichtstoename kan optreden door effecten van lithium op de stofwisseling; let op ongemerkte calorietoename. In overleg met de arts kan een diëtiste worden ingeschakeld en zorg voor voldoende lichaamsbeweging.

Doordat lithium een zout is, krijgt u sneller een droge mond en dorst waardoor u veel gaat drinken en daardoor veel plassen. Ook kunt u hierdoor vocht gaan vasthouden. Als u meer dan 4 liter per dag gaat drinken door overmatige dorst, neem dan contact op met uw psychiater.

Wat kunt u hiertegen doen:
- Droge mond; u kunt suikervrije kauwgom of een zuurtje proberen.
- Dorst; u kunt proberen dit tegen te gaan door een  ijsblokje of klein slokje water in de mond te nemen.

Een veel voorkomende bijwerking is het trillen van de handen. Alcohol, caffeïnebevattende dranken zoals koffie, frisdrank en thee, chocolade, en andere psychiatrische medicatie kunnen het beven verergeren. Als deze bijwerking erg hinderlijk is, wordt soms een bèta-blokker voorgeschreven, of de dosering wordt aangepast.

Ook kunt u huidafwijkingen zoals acne en psoriasis krijgen.  Uw huisarts of dermatoloog kan hier medicatie tegen voorschrijven.

Indien u last krijgt van verwardheid, sufheid of concentratie- en geheugenstoornissen neem dan contact op met uw psychiater of huisarts(enpost).

Er is een kans op hartziekten bij lithiumgebruik, maar zonder andere medicijnen en zonder hartziekten in de voorgeschiedenis is deze kans heel klein.

Indien de bijwerkingen blijven bestaan, kunt u dit overleggen met uw psychiater. De dosering kan dan indien mogelijk worden aangepast. Dit heeft echter als mogelijk gevolg dat lithium minder goed zal werken.

Nieren

Lithium kan effect hebben op de werking van uw nieren omdat het medicijn bijna volledig (70 – 80%) via de nieren wordt uitgescheiden. Om de kans op nierschade zo klein mogelijk te maken, is het nodig dat u de medicatie op vaste tijdstippen inneemt en voldoende (2-3 liter per dag) drinkt.

Schildklier

Bij 10-20% van de patiënten bestaat de kans dat de schildklier minder goed gaat werken. Een verminderde schildklierwerking door lithiumgebruik kan goed worden behandeld door middel van het toedienen van het schildklierhormoon in tabletvorm.

Het is wel belangrijk dat u alert bent op de symptomen. U kunt last krijgen van struma (een verdikking in de hals), vermoeidheid en/of klachten die lijken op depressieve klachten zoals somberheid, een trager reactievermogen, minder concentratie en slechter kunnen lezen. 

Intoxicatie

In principe is lithium een veilig geneesmiddel. Het is wel belangrijk dat u goed geïnformeerd bent en u aan de afspraken omtrent inname houdt. Intoxicatie betekent een overdosis/vergiftiging. Een lithiumintoxicatie kan ontstaan doordat u teveel lithium in het bloed heeft. Dit kan bijvoorbeeld komen door een verkeerde inname van het middel.

Een lithiumintoxicatie kan schade aan verschillende organen geven. Omdat lithium een soort zout is, kunt u ook een intoxicatie krijgen als de verhouding zout en water in het lichaam verandert. Dit kan ontstaan bij bijvoorbeeld teveel verlies aan vocht (overmatig zweten), diarree en braken bij ziekte, een zoutarm- of vermageringsdieet, eetlustverlies en afvallen, of bij te weinig vochtinname en bij nierfunctiestoornissen.

Indien hier sprake van is, moet de lithiumspiegel vaker bepaald worden ter controle.

De symptomen van lithiumintoxicatie kunnen geleidelijk ontstaan. Het is belangrijk dat u en uw familieleden of andere betrokkenen hier alert op zijn. U kunt plotseling toename krijgen van de gebruikelijke verschijnselen zoals trillen van de handen, misselijkheid, braken, buikpijn en diarree.

Ook kunt u verschijnselen krijgen zoals spreken of lopen als een dronkenman, spierschokken, toevallen, spierzwakte of een zwaar gevoel in de armen of benen, verwardheid, sloomheid, sufheid die kunnen duiden op een intoxicatie.
Neem bij verdenking op intoxicatie direct contact op met uw psychiater of huisarts. Het tijdelijk stoppen met de lithium kan dan noodzakelijk zijn.

U kunt zelf alvast de lithiumspiegel in uw bloed verlagen door extra zout en vocht in te nemen, bijvoorbeeld door één of twee koppen bouillon te drinken. Indien er geen stappen worden ondernomen, kan de intoxicatie verergeren met ernstige klachten en lichamelijke gevolgen.

Interactie met andere medicijnen

Lithium kan met veel medicijnen zonder problemen en klachten worden ingenomen. Er zijn echter medicijnen die er voor zorgen dat de bloedspiegel van lithium stijgt of daalt.

In het eerste geval is de kans op bijwerkingen en intoxicatie groter. In het tweede geval is de kans op het niet werkzaam zijn van lithium groter. Daarom is het van belang dat u bij elke arts die medicatie voorschrijft, benoemt dat u lithium gebruikt.

Meer informatie

Heeft u naar aanleiding van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw behandelend arts of psychiater.