MRI bij patiënten met een pacemaker of ICD

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Hartziekten

Deze brochure is een aanvulling op de brochure “MRI (Magnetic Resononce Imaging) onderzoek” en geeft u informatie over een MRI bij patiënten met een pacemaker of ICD.

Een MRI bij een patiënt met een pacemaker of ICD patiënt: mag dat?

MRI is een beeldvormende techniek die in sommige gevallen onontbeerlijk is voor het stellen van de juiste diagnose. Jarenlang is een pacemaker/ICD een contra-indicatie geweest voor een MRI. Een MRI is namelijk een sterke magneet, waarvoor de “gewone” pacemakers/ICD’s en de geleidedraden gevoelig zijn. Mogelijke afwijkingen die door de fabrikanten genoemd worden zijn: geleidedraad opwarming, snelle pacing waardoor ontstaan van een ritmestoornis, geen pacing, verandering van programmering of batterij voltage, oversensing van storing waardoor een ICD een ritmestoornis denkt te zien.  

Om dit te ondervangen, hebben de fabrikanten recent ook zogenaamde MRI-veilige pacemakers/ICD’s en leads op de markt gebracht.  Deze kunnen “officieel” veilig in de MRI, waarbij soms herprogrammering nodig is of het hart moet worden uitgesloten van beeldvorming. Helaas is het niet voor alle implantaties mogelijk dit soort MRI-veilige apparaten te gebruiken en hebben de meeste patiënten nog geleidedraden die officieel niet in de MRI mogen.

Voor deze “gewone” pacemakers/ICD’s en geleidedraden hebben de fabrikanten nog steeds geen groen licht gegeven voor een MRI. De laatste jaren zijn er echter steeds meer publicaties verschenen over MRI’s bij deze patiëntengroep. Inmiddels zijn er wetenschappelijke publicaties verschenen over bijna 1000 pacemaker patiënten en meer dan 300 ICD patiënten die in een MRI zijn geweest. Bij deze patiënten zijn in slechts enkele gevallen veranderingen gesignaleerd. De veranderingen die in de praktijk werden gevonden waren: verandering van programmering naar de fabrieksinstelling of de veiligheidsmodus, vermindering van het batterij voltage, oversensing van storing, tijdelijke verhoging van de hoeveelheid energie die nodig om het hart te stimuleren. Geen enkele patiënt heeft hiervan nadelige effecten op de lange termijn ondervonden.

Met deze kennis hebben de cardiologen en de radiologen van het LUMC besloten om bepaalde patiënten met een pacemaker of ICD, onder bepaalde condities en in goed gecontroleerde omstandigheden toch in de MRI te laten gaan. De meerwaarde van een MRI kan dan opwegen tegen de relatief kleine risico’s die hierboven genoemd zijn. Bij bepaalde patienten lijkt dit risico vooralsnog niet op te wegen tegen de MRI. Patiënten met een oude geleidedraad, die niet meer is aangesloten aan een pacemaker of ICD en patiënten die een onbetrouwbaar eigen ritme hebben en afhankelijk zijn van de pacemakerfunctie worden vooralsnog uitgesloten.

De overige patiënten zullen gedurende een dagdeel worden opgenomen en rondom de MRI begeleid worden door een technicus of ICD verpleegkundige. Uiteraard staan de radioloog en de cardioloog tijdens de MRI stand-by. Voor de veiligheid zal later na de MRI door middel van extra controles de functie gecontroleerd worden.  

Gang van zaken rondom uw MRI onderzoek

Om een ander zo veilig mogelijk uit te voeren wordt u voor, tijdens en na de MRI zo goed mogelijk gecontroleerd. De dag van uw MRI onderzoek ziet er dan als volgt uit.

Voorbereiding

De radioloog en de cardioloog hebben samen uw situatie beoordeeld. Vastgesteld is dat bij u het maken van een MRI duidelijke meerwaarde heeft ten opzichte van andere beeldvormende onderzoeken. Tevens is vastgesteld dat u eigen hartritme hebt dat voldoende betrouwbaar is en dat u geen geleidedraden hebt die niet aangesloten zijn aan een pacemaker of ICD.

Opname

Op de dag van het onderzoek wordt u opgenomen op de short stay afdeling (C4-S, kamer 103). Het is verstandig 2 uur voor de opname niet meer te eten en/of te drinken en uw sieraden thuis te laten. De zaalarts komt bij u langs voor een lichamelijk onderzoek en bespreekt nogmaals de risico’s. De verpleegkundige zal een infuus inbrengen dat gebruikt kan worden voor het inbrengen van contrastvloeistof tijdens de MRI of indien nodig medicijnen.

Maatregelen

Om de MRI te kunnen uitvoeren zal uw pacemaker of ICD van tevoren door de technicus ingesteld worden. Zo wordt de therapie van een ICD en pacing van een pacemaker tijdelijk uitgeschakeld en wordt uw ritme door de monitor bewaakt.

Het onderzoek

Om het onderzoek te kunnen uitvoeren wordt u in de tunnel van het MRI apparaat geschoven. Uw hartslag, bloeddruk en ademhaling zullen tijdens de MRI worden gecontroleerd via de monitor. Mochten er problemen optreden, kan dit worden gezien en behandeld door het tijdens de MRI aanwezige personeel. Er is contact met u via een intercom. Als u aangeeft zich niet goed te voelen, kan het onderzoek worden gestaakt. Wanneer het onderzoek is afgerond, zal de technicus uw pacemaker of ICD doormeten en weer terugzetten in de oorspronkelijke instellingen. Daarna wordt u weer begeleid naar de short stay afdeling.

Na het onderzoek

Na het onderzoek verblijft u nog ongeveer een uur op de short stay afdeling. Uw hartritme wordt gecontroleerd en het infuus verwijderd. Indien uw controles goed zijn mag u naar huis. U mag zelf auto rijden. U krijgt een afspraak op de pacemakerkamer voor het doormeten van uw pacemaker of ICD na 1 week en 3 maanden. Hierna zullen uw controles zoals gebruikelijk plaatsvinden. De uitslag van de MRI zal de behandelend arts, op wiens verzoek het MRI onderzoek werd gedaan, tijdens een volgend polibezoek met u bespreken.

Vragen

Heeft u nog vragen dan kunt u contact opnemen met ons planningssecretariaat, bij voorkeur via email: hartcentrum@lumc.nl of 071-526 4841. Overigens is er op de dag van opname ook nog voldoende gelegenheid uw vragen te stellen.


November 2012