Bewijswaarde vast te stellen voor DNA-vergelijkingen met nieuwe methode

8 maart 2021• NIEUWSBERICHT

DNA-profielen die in rechtszaken worden gebruikt kunnen nog uitgebreider en gedetailleerder in beeld worden gebracht. Dat kan met de methode MPS. Het wordt nu ook mogelijk om bewijswaarde vast te stellen bij een DNA-vergelijking met die methode. Uit onderzoek van Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Forensisch Laboratorium voor DNA-Onderzoek (FLDO) in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) blijkt dat het statistische model dat nu gebruikt wordt om bewijswaarde berekeningen uit te voeren, ook toepasbaar is op DNA-vergelijkingen met MPS.

Gezamenlijk hebben zij een methode getoetst om de bewijswaarden van DNA-profielen vast te stellen die zijn gemaakt met ‘Massively Parallel Sequencing’ (MPS). De resultaten van de studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Forensic Science International: Genetics.

MPS-methode

MPS is een methode waarmee gebieden met onderscheidend DNA uitgebreider en gedetailleerder in beeld worden gebracht dan met de forensische methoden die nu vaak worden gebruikt. Bij het huidige forensisch DNA-onderzoek worden standaard 23 hypervariabele gebieden van het DNA onderzocht. Deze stukken DNA verschillen bij iedereen in lengte. Het onderzoek stelt de lengtes hiervan vast en geeft voor elk gebied twee getallen. Zo is het DNA-profiel van een persoon uiteindelijk een reeks van 46 getallen. Deze getallenreeksen worden bij het vergelijkend DNA-onderzoek gebruikt. Aan de getallenreeks is af te leiden hoe uniek het profiel is.

Bij het vergelijken van DNA-profielen kan het soms van belang zijn om hypervariabele gebieden nog gedetailleerder te onderzoeken. Bijvoorbeeld in het geval van minimale complexe sporen. Denk hier aan zeer oud DNA, door water aangetast DNA, of aan mengprofielen waarin DNA zit van verschillende personen. De methode MPS geeft dan meer inzicht en informatie dan de reguliere methoden. Naast de lengte wordt er bij MPS ook gekeken naar de samenstelling op DNA-bouwsteenniveau. De bouwstenen worden met letters (A, T, C en G) weergegeven. Het resultaat van MPS-onderzoek is een DNA-profiel van vele honderden letters. Dat profiel is nog meer onderscheidend dan het standaard DNA-onderzoek.

Betere bewijslast

Met bewijswaarden wordt met behulp van de methode aangegeven hoeveel meer waarschijnlijk de ene hypothese is (persoon X heeft bijgedragen aan het DNA-profiel) ten opzichte van een alternatieve hypothese (een andere persoon, niet-verwant aan X, heeft bijgedragen aan het DNA-profiel).

Dit is erg waardevol in bijvoorbeeld de rechtspraak. Aan een gedetailleerder DNA-profiel kan meer bewijslast worden gekoppeld, waardoor de verkregen resultaten in een zaak nog beter op waarde geschat kunnen worden. “Het FLDO werd in 2015 als eerste Forensisch laboratorium wereldwijd voor deze nieuwe methode geaccrediteerd. In januari 2019 werd door het Hof te Amsterdam voor het eerst wereldwijd een verdachte veroordeeld voor een misdrijf op grond van door het FLDO uitgevoerd MPS-DNA onderzoek”, vertelt Peter de Knijff, hoogleraar Populatie- en Evolutiegenetica aan het LUMC en hoofd van het FLDO.

Vergelijkbare trends

De onderzoekers hebben gekeken naar de trends in bewijswaardes voor DNA-profielen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de huidige forensische methoden en MPS. “Het blijkt dat die trends heel vergelijkbaar zijn, wat aangeeft dat je veel kennis over wat er gebeurt met een bewijswaarde bij de huidige methodes kunt vertalen naar MPS-profielen”, vertelt wetenschappelijk onderzoeker dr. Corina Benschop van het NFI. In het onderzoek is gebruik gemaakt van één van de meest geavanceerde statistische modellen, die naast de pieken (getallenreeks) onder andere ook informatie meeneemt over de intensiteit hiervan.

Toekomstmuziek

“Het is mooi dat de trends vergelijkbaar zijn”, geeft Benschop aan: “Soms zijn onderzoekers wat huiverig over te stappen naar MPS, omdat het 'anders' is of 'heel veel validatiestappen zal vragen'. Deze studie toont helder aan dat het allemaal mee valt.” Voorlopig wordt de MPS-methode door beide laboratoria vooral gebruikt als aanvulling op het standaard DNA-onderzoek: “De extra details zijn niet altijd nodig. Maar indien ze nodig zijn, is het goed dat we de bewijswaarde in kaart kunnen brengen.”

Lees ook het persbericht van het NFI
 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.