#apaperaday

15 april 2021• BLOG

Wetenschappers communiceren op verschillende manieren over hun werk. Richting andere wetenschappers gaat dit vooral via presentaties op (virtuele) wetenschappelijke congressen en publicaties in wetenschappelijke tijdschriften. Bij presentaties moet een wetenschapper de crux van het onderzoek uitleggen in 10 tot 15 minuten. Het mooie is dat je dan meteen vragen kunt stellen, maar tijd voor details is er meestal niet. Gelukkig zijn er daarvoor de publicaties.

In een publicatie staat het onderzoek namelijk uitgebreid beschreven. Hoe het gedaan is en wat alle resultaten waren, inclusief alle figuren. Tegenwoordig kan zelfs de originele data worden gedownload. Verder is een publicatie geëvalueerd door andere wetenschappers die ervaring hebben met het onderwerp. Zij kijken of de experimenten wel logisch zijn opgezet, of alle nodige controles zijn meegenomen en of de conclusies kloppen met de resultaten.

Publicaties opsparen 

Het lezen van publicaties is een manier waarop wetenschappers op de hoogte blijven van het werk van collega’s overal ter wereld. Hierdoor kom je op nieuwe ideeën die weer toepasbaar zijn in je eigen onderzoek. Het kost echter wel tijd – meestal zo’n 20-30 minuten per publicatie, maar soms (veel) langer. Vroeger (prepandemie) spaarde ik interessante publicaties altijd op om er dan een stapel te lezen als ik op weg was naar een wetenschappelijk of patiënten congres per trein of vliegtuig. Dit was een mooie gelegenheid om een tot twee keer per maand ongestoord te kunnen lezen, na te denken en nieuwe plannen te maken.

Momenteel reis ik natuurlijk niet meer zo veel, waardoor de berg interessante papers zich tot aan het plafond opstapelde. Hier werd ik vrij onrustig van – zoveel interessante wetenschap op mijn bureau, maar niet in mijn brein. Ik deed mijn beklag hierover tegen collega Marie-Jose Goumans, die mij adviseerde om een artikel per dag te lezen. 

Verplicht twitteren 

Om te voorkomen dat ik meende hier geen tijd voor te hebben doe ik het ’s ochtends voordat ik kan zien hoeveel e-mails ik overnacht heb ontvangen (gemiddeld zo’n 50, met uitschieters naar 78). Verder verplicht ik mezelf om dit echt dagelijks te doen door over de gelezen papers te tweeten onder de hashtag #apaperday. Bijkomend voordeel: de korte samenvatting met kritische kanttekeningen zorgen dat de inhoud beter beklijfd en dwingen me om kritisch te lezen. Pas daarna gaat de inbox open en begint de werkdag.

Ik doe dit nu meer dan twee maanden en het bevalt erg goed. Door het dagelijks lezen van publicaties, lees ik nu meer dan voorheen, waardoor ik minder selectief hoef te zijn. Hierdoor lees ik nu interessante papers die ik anders niet had gelezen. Deze zijn niet altijd direct toepasbaar op mijn werk, maar geven wel een breder perspectief. 

Shotje wetenschap 

Wat helpt bij het volhouden is dat ik hoor dat mensen deze ‘service’ waarderen en dat ook aangeven. Zoals een collega het aangaf op twitter “Annemieke reads papers so I don’t have to”. Natuurlijk is het vooral een service aan mezelf. Ik krijg mijn to-dolijst niet af, maar dat was voor #apaperaday ook niet het geval. Nu heb ik in elk geval iedere ochtend een shotje wetenschap tot me genomen en dat kan niemand me meer afnemen. 

Annemieke Aartsma-Rus is hoogleraar Translationele Genetica. Ze houdt zich intensief bezig met het zoeken naar nieuwe therapieën voor Duchenne spierdystrofie. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.