Blog: Multidisciplinair werken is vooral informeel contact

9 maart 2017• BLOG

Ik prees mijzelf laatst weer enorm gelukkig met mijn collega’s. Op mijn poli zie ik regelmatig kinderen – meestal meisjes – met een eetstoornis. De zorg voor hen is intensief en emotioneel zwaar. 

Op deze bewuste dag ging het niet goed met twee van mijn patiënten. Door een goede samenwerking tussen mijn vaste verpleegkundige, de diëtiste en de behandelend psychiater was er snel een behandelplan opgesteld en kon een ziekenhuisopname worden voorkomen. Achteraf besefte ik mij de toegevoegde waarde van het delen van de zorg in een team. Dat geldt niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de hulpverlener.

In de kindergeneeskunde is multidisciplinair werken een dagelijkse bezigheid. Bij ieder opgenomen kind is een heel team betrokken bij de zorg: niet alleen artsen en verpleegkundigen, maar ook pedagogisch medewerkers, psychologen, diëtisten en zelfs leraren. 

Spontaan

Ook op de polikliniek zijn altijd meerdere experts betrokken. Zo is er een prikpost met speciaal opgeleide verpleegkundigen en polikliniekassistenten die kinderen begeleiden bij  invasieve handelingen, zoals bloedprikken of injecties geven. Het mooie van dit multidisciplinair werken is dat het niet is vastgelegd in een vast overleg. Het gebeurt spontaan. We komen elkaar continu tegen op de afdeling en de polikliniek en zien veel van elkaars activiteiten met en rondom de patiënt. Die frequente contacten die zo in de cultuur van de kindergeneeskunde zitten, maken de zorg kindvriendelijk en leiden tot een op ieder individueel kind aangepast zorgplan. En ook belangrijk: het geeft ons als hulpverleners enorm veel voldoening om op deze manier te kunnen samenwerken. 

Eetstoornis

Zelf werk ik als kinderarts dus voor een groep kinderen die multidisciplinaire zorg nodig hebben vanwege een eetstoornis.  Een eetstoornis is een overkoepelende term voor een aantal ziektes, waarvan anorexia nervosa en boulimia nervosa de meest bekende varianten zijn. Het multidisciplinaire team voor ‘Eetstoornissen op de kinderleeftijd’ bestaat uit psychiaters, psychologen, gezinstherapeuten, kinderartsen, diëtisten en verpleegkundigen. 

De nadruk bij het behandelen van een eetstoornis ligt bij de geestelijke gezondheidszorg. Aangezien een eetstoornis kan leiden tot ernstige lichamelijke problemen, zijn ook regelmatige controles op de kinderpolikliniek noodzakelijk. En zijn adviezen en ondersteuning van een diëtiste onontbeerlijk.

Informele contacten

Natuurlijk hebben we als multidisciplinair team overleggen op vaste tijdstippen, waarbij we opgenomen en poliklinische patiënten bespreken en nadenken over behandelplannen. Veel belangrijker zijn de informele contacten die we als team hebben. Ook hier geldt: de nabijheid in één centrum (Curium-LUMC) maakt dat we elkaar vaak zien en essentiële informatie kunnen uitwisselen. 

Er is daarbij een gemeenschappelijk doel: de patiënt laten herstellen naar een gezond gewicht, waarmee hij of zij gelukkig kan zijn. Iedereen in het team heeft daarbij natuurlijk een eigen aandachtspunt. De een meer het lichaam, de ander meer de geest. Ik kijk vooral of het gewicht niet zo laag wordt, dat er schade kan ontstaan aan organen. Ook overleg ik met de diëtiste over een ideale opbouw van het eetpatroon, zodat de patiënt op een veilige manier kan aankomen.

Niet te scheiden

Door het ‘geestelijke’ van de ziekte en de intensieve contacten met de psychologen en psychiaters, is de lichamelijke zorg echter niet te scheiden van de geestelijke zorg. In de gesprekken van mijzelf en van de diëtiste met patiënt en ouders is er ook veel psychologische ondersteuning. We kunnen geen voedingslijst voorschrijven zonder de patiënt motiverende of steunende gedachten te geven, die helpen om deze lijst daadwerkelijk te volgen. De adviezen die we geven, moeten ook afgestemd zijn op de therapie die de patiënt bij de psycholoog krijgt. De zorg wordt nog beter door laagdrempelig met elkaar te overleggen over wat wel en wat niet werkt voor een individueel kind. Dat is de kracht van informeel multidisciplinair werken. 

Los daarvan is het contact met elkaar bij deze enorm intensieve zorg ook noodzakelijk om frustraties en emoties met elkaar te delen. Ik heb het regelmatig met de vaste verpleegkundige en diëtiste over de patiënten die ik op de polikliniek heb gezien. Zo kunnen we onze eigen gevoelens ventileren en een plek geven. Ook dat is de kracht van informeel multidisciplinair werken.

Met dank aan Mirjam Houtlosser

Dr. Martine de Vries is kinderarts en medisch ethicus. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.