Kleine klier, vervelende kwalen

6 oktober 2016• NIEUWSBERICHT

Onder je hersenen hangt een hormoonkliertje van slechts één centimeter groot: de hypofyse. Ondanks die geringe grootte heeft de hypofyse enorm veel invloed. Hij maakt hormonen die tal van processen en andere hormoonklieren in het lichaam aansturen - zoals de schildklier en de geslachtsklieren. Als de hypofyse in de problemen komt, dan loopt de boel in het honderd. Dr. Sjoerd Joustra, die op 27 september cum laude promoveerde aan het LUMC, deed onderzoek naar twee hypofyseziekten.

De eerste ziekte waarop Joustra zich richtte komt vooral voor bij volwassenen. “Soms krijgen mensen een goedaardige tumor in de hypofyse”, vertelt Joustra. “De tumor wordt dan weggesneden. Patiënten moeten in sommige gevallen hormoontabletten slikken, maar verder beschouwen wij hen als genezen.” Toch vertellen deze patiënten regelmatig dat zij ’s nachts slecht slapen en overdag juist slaperig zijn. Hoe komt dat? “We hadden een idee: vlak boven de hypofyse zit de biologische klok. Misschien wordt die door de tumor beschadigd.” 

Dag- en nachtritme verstoord

Om dit te toetsen, onderzocht Joustra de slaapkwaliteit en het dag-nachtritme bij patiënten. “We keken bijvoorbeeld naar het ritme van slaap en waak, van lichaamstemperatuur, en van het slaaphormoon melatonine. Allemaal zaken die de biologische klok moet reguleren.” Wat bleek? Het dag- nachtritme was bij het merendeel van de patiënten verstoord. “Dat wijst erop dat de klok wellicht beschadigd is.” Nu dit bekend is, kan hier aandacht voor zijn in de spreekkamer. “Vervolgonderzoek moet uitwijzen of we de klachten kunnen verhelpen met bijvoorbeeld melatoninetabletten of gedragstherapie. Ook gaan we onderzoeken of klachten door de tumor zelf ontstaan of misschien door de operatie. ”

Leidraad voor artsen

Joustra onderzocht daarnaast een zeldzame hypofyseziekte bij kinderen. “In bepaalde families komt een ziekte voor waarbij de schildklier niet wordt aangestuurd door de hypofyse. We weten sinds een paar jaar dat deze mensen een genetisch defect hebben waardoor het eiwit IGFS1 niet werkt. Welke rol dit eiwit speelt is onbekend.” Joustra verzamelde gegevens van patiënten wereldwijd: welke klachten ontwikkelen ze en op welke leeftijd? Hij ontdekte dat deze patiënten niet alleen kampen met uitval van schildklierhormoon, maar vaak ook van groeihormoon. Daarnaast komen ze laat in de puberteit, ontwikkelen grote zaadballen en worden dikker. Gelukkig kunnen deze patiënten met medicijnen wel gewoon oud worden. 

Joustra maakte een leidraad voor artsen waarmee zij deze patiënten kunnen herkennen en behandelen. Ook onderzocht hij wat het eiwit IGFS1 eigenlijk doet. “Bij mensen bepaalden we de 24-uursafgifte van hypofysehormonen en bij ratten keken we waar in het lichaam het eiwit actief is. We kunnen nu beter en gerichter vervolgonderzoek doen naar wat het eiwit doet.” 

Joustra werkt momenteel in het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft en hoorde de dag voor zijn promotie dat hij was aangenomen voor de opleiding Kindergeneeskunde.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.