Blog: De nieuwe Schijf van Vijf: orde in de chaos?

19 mei 2016• BLOG

In maart bracht het Voedingscentrum de nieuwe Schijf van Vijf uit. Wat vertelt die ons? Schept de Schijf helderheid in de verwarring over wat nu gezond is als het om voeding gaat?

De Schijf van Vijf is een vertaling van de Richtlijnen Goede Voeding naar de dagelijkse praktijk van eten en drinken. De boodschap lijkt helder: eet meer groente en fruit, gebruik volkoren graanproducten, consumeer minder (bewerkt) vlees, varieer met vis, peulvruchten, eieren en vegetarische producten, neem elke dag een handje noten, eet ‘genoeg’ zuivel, gebruik vloeibare smeer- en bakproducten en – ten slotte - drink 'voldoende' water, thee en koffie.

Persoonlijk advies 

Ik vind eigenlijk dat het Voedingscentrum het bij dit advies had moeten laten, met de aanbeveling om zo gevarieerd mogelijk te kiezen. Maar dan is er ook nog de 'Schijf van Vijf voor jou', die ernaar streeft iedereen persoonlijk advies te geven over hoeveel eten en drinken je per dag zou moeten consumeren. In mijn geval (man, 57 jaar) zou dat zijn:

250 gram groente

2 stuks fruit

6-7 volkoren boterhammen

4 opscheplepels volkoren graanproducten of kleine aardappelen

1 portie vis/peulvruchten/vlees

25 gram ongezouten noten

3 porties zuivel

40 gram kaas

65 gram bereidingsvetten

1,5-2 liter vocht

Het aantal boterhammen en opscheplepels graanproducten haal ik al jaren niet. 3 porties zuivel per dag gebruik ik vrijwel nooit. Toch voel ik me gelukkig gezond. Ben ik dat dan niet?

De richtlijnen voor goede voeding zijn gebaseerd op de resultaten van grootschalig onderzoek naar het effect van voeding op de ontwikkeling van ziekte. Daarbij wordt vooral gesteund op 2 typen van onderzoek, die beschouwd worden als meest betrouwbaar: 1) zogenoemd prospectief cohortonderzoek, dat meet wat grote groepen mensen eten op tijdstip 0, en dan de jaren daarop volgend kijkt of ze ziek worden of niet; en 2) gerandomiseerd, gecontroleerd interventie-onderzoek, waarbij een groep mensen gedurende een bepaalde tijd een voedingsmiddel of -patroon krijgt voorgeschoteld en de ziektelast wordt vergeleken met die in een controlegroep die ander eten of een ander voedingspatroon krijgt.

Valkuilen

Hoewel deze 2 typen onderzoek zonder twijfel de beste zijn die tot onze beschikking staan, herbergen ze valkuilen die verwarring over de uitkomst in de hand kunnen werken. Stel een cohortonderzoek suggereert dat het gebruik van melkproducten de kans op kanker verkleint. Dat wordt afgeleid uit het verschil in ontwikkeling van kanker tussen mensen die op tijdstip 0 veel versus weinig melkproducten gebruiken. In de eerste plaats is betrouwbare meting van voedselinname notoir lastig: mensen rapporteren vaak anders dan ze werkelijk eten. Bovendien nemen mensen die veel melkproducten gebruiken, waarschijnlijk ook meer of minder van andere voedingsmiddelen. Moeten we nu meer melkproducten nemen om kanker te voorkomen, of meer of minder van iets anders (en van wat dan)? Daarnaast is het onduidelijk of mensen die veel melk gebruiken niet ook op andere vlakken anders zijn dan mensen die weinig melk gebruiken (bewegen ze meer, roken ze minder?). Hoewel de beste onderzoeken zo veel mogelijk voor dergelijke verschillen proberen te corrigeren, is het vaak onzeker hoe betrouwbaar die correcties zijn.

Problemen

Om deze problemen op te lossen, maakt de Gezondheidsraad bij voorkeur gebruik van ‘meta-analyses’. Dat zijn samenvattingen van veel verschillende interventie- of cohortonderzoeken. Als alle onderzoeken dezelfde kant op wijzen, wordt het steeds aannemelijker dat het effect werkelijk van de melkproducten komt. Immers, het is onwaarschijnlijk dat alle mensen in al die onderzoeken hetzelfde doen naast meer eten van melkproducten. Desalniettemin blijft er altijd onzekerheid over de oorzakelijke relatie tussen melk en kanker, hoeveel meta-analyses je ook doet.

Laat staan over hoeveel melk je dan in persoon moet gebruiken om kanker te voorkomen. Dat is naar alle waarschijnlijkheid afhankelijk van je stofwisseling en andere gewoontes die kanker in de hand werken, zoals roken, inactiviteit, andere voedingsgewoontes en leefomgeving.

De Schijf van Vijf is een praktische reflectie van de Richtlijnen Goede Voeding, die gebaseerd zijn op het beste onderzoek dat ons ter beschikking staat. Zelfs dat beste onderzoek is echter eigenlijk ongeschikt om gefundeerde adviezen te geven over hoeveel je nu precies van een bepaald product moet eten om niet ziek te worden. 

Voedingsadviezen

Hoe moet het dan verder met voedingsadviezen? Gelukkig onderkent de voedingswetenschap de problemen. Zij maakt momenteel een draai in de richting van onderzoek naar voedingspatronen, in plaats van voedingsmiddelen. Ik denk dat dat veel vruchtbaarder zal blijken en de verwarring voor een groot deel zal oplossen. Voorlopig adviseer ik mijn patiënten om zoveel mogelijk gevarieerde, onbewerkte voeding te eten. Over hoeveelheden laat ik mij zelden uit (behalve in specifieke gevallen, zoals patiënten met diabetes die op moeten passen met koolhydraten). Wat mij betreft is de Dietary Guideline for Brazilians uit 2014 een wonderschoon voorbeeld van hoe we verder moeten met adviezen aangaande onze voeding.

Hanno Pijl is internist en hoogleraar in het vakgebied diabetes en overgewicht. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.